Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (Nederland) bezit een bijzondere collectie gipsen beelden: 18de- en 19de-eeuwse afgietsels van antieke originelen. Tot en met 18 mei 2008 vindt in één van de tentoonstellingszalen een groot restauratieproject plaats om deze beelden in hun volle glorie te herstellen. De eeuwenoude gipsen replica’s van beroemde klassieke originelen, zoals de sculpturen van het Parthenon en de Zuil van Trajanus, behoorden ooit tot de pronkstukken van de museumcollectie. In de tweede helft van de twintigste eeuw kwamen ze echter in de depots te staan waar ze beschadigd, verstoft en vervuild raakten.
De beelden zijn hoognodig aan een opknapbeurt toe: bij het overgrote deel zijn ledematen afgebroken en vrijwel alle beelden zijn stoffig en vies. Bij enkele is de verflaag, die diende om ze op de marmeren en bronzen originelen te laten lijken of om vuil te verdoezelen, afgebladderd en verkleurd. Bezoekers kunnen van een afstandje toekijken en op woensdagmiddag vragen stellen aan de restauratoren. Er wordt gewerkt van dinsdag tot en met vrijdag. De laatste week is de werkplaats extra geopend op zaterdag en zondag (17 en 18 mei).
De beelden zijn vanaf 13 juni te zien in de tentoonstelling ‘Beeldschoon. Meesterwerken in gips’. Deze tentoonstelling presenteert prachtige 17de-, 18de- en 19de-eeuwse gipsen afgietsels van de fraaiste beelden uit de Oudheid. Naast kopieën van de beroemde sculpturen van het Parthenon, de ‘Apollo Belvedereen de ‘Venus van Arles’, zijn beeldjes van goden en dieren, en bustes en portretten van Griekse en Romeinse edelen en filosofen te zien.
De tijdloze schoonheid van de klassieke beeldhouwkunst staat centraal. Foto’s, prenten en impressies van de Grand Tour, 17de-eeuwse kabinetten, een 18de-eeuwse kunstacademie, collegezalen en museumzalen waar de beelden ooit prijkten, geven een beeld van de rol die de gipsen speelden in de wetenschap, kunstbeschouwing en kunstonderwijs in de afgelopen vierhonderd jaar. De gipsen replica’s behoorden ooit tot de pronkstukken van de museumcollectie. In de tweede helft van de twintigste eeuw kwamen ze echter in de depots te staan waar sommige beschadigd, verstoft en vervuild raakten.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 26 maart 2008 op het Romenieuws-archief.

