Het onderstaande bericht wilden we al eerder publiceren maar het personeel van de Galleria Borghese heeft eind vorig jaar een tijdje gestaakt waardoor een gedeelte van de expo niet toegankelijk was. Dat vonden we zonde. De problemen zijn nu (voorlopig) opgelost, al geeft zoiets in Italië nooit zekerheid… Maar laten we het jaar positief beginnen!
In de Galleria Borghese in Rome, één van de meest fantastische musea die de stad rijk is, werd eind vorig jaar de zesde van de tiendelige tentoonstellingsreeks ’10 grandi mostre’ geopend. In een periode van tien jaar worden evenveel tentoonstellingen rond een bepaalde kunstenaar of thema voorgesteld in Galleria Borghese. De reeks is nu over de helft en het thema dit jaar is I Borghese e l’antico.
Het gaat om een prachtige collectie klassieke beelden die in de tijd van Napoleon werden overgebracht naar het Louvre in Frankrijk. Voor het eerst sinds het begin van de 19de eeuw keren de voornaamste kunstwerken nu weer terug naar hun oorspronkelijke omgeving in Rome.
In de reeks ’10 grandi mostre’ komen de volgende jaren ook nog Tiziano (2012), Dossi (2013), Domenichino (2014) en Bernini (2015) aan bod. De huidige tentoonstelling is te bezoeken tot 9 april 2012. De prachtige catalogus (ruim 300 pagina’s en 200 kleurenfoto’s) is uitgegeven door Skira.
De meesterwerken van het Louvre die nu op de tentoonstelling in de Galleria Borghese te zien zijn, maakten destijds deel uit van de prachtige collectie van de familie Borghese. In 1807 werd een gedeelte van de omvangrijke verzameling onder zachte dwang “verkocht” aan Napoleon Bonaparte. Indirect was zijn zus Pauline verantwoordelijk voor de opsplitsing van de kunstcollectie. Pauline Bonaparte was naar verluidt een mooie maar nogal wilde en vrijgevochten vrouw. Ze bedroog haar eerste echtgenoot met verschillende mannen maar stond hem wel bij op zijn sterfbed.
Op 6 november 1803 hertrouwde ze met prins Camillo Borghese en trok met hem naar Rome. Na hun huwelijk kocht Napoleon voor de zeer schappelijke prijs van 13 miljoen frank een gedeelte van de kunstcollectie van de Borgheses. Naar verluidt werd dat bedrag uiteindelijk zelfs nooit betaald maar de werken waren verdwenen en bleven voorgoed in Frankrijk.
Napoleon Bonaparte kon de beelden en andere kunstvoorwerpen uit Rome immers goed gebruiken voor het Louvre, dat op 10 augustus 1793 was geopend als museum. Het is pas onder Napoleon Bonaparte, die dankzij zijn veldtochten veel kunst buit maakte, dat de aanzet wordt gegeven tot wat het Louvre nu is.
De verzameling uit de Villa Borghese staat vandaag in het Louvre bekend als de Borghese-collectie. Ze vormden de kern en de feitelijke start van de archeologische collectie van het Louvre Museum. In totaal ontving Napoleon uit Rome 685 kunstvoorwerpen zoals beelden, vazen en reliëfs, die waren gekozen uit de totale verzameling van ongeveer 2.200 stukken die oorspronkelijk was begonnen door Scipione Borghese, de neef van paus Paulus V. De keuze gebeurde door Ennio Quirino Visconti. Die stond in zijn tijd bekend als een van de meest deskundige antiekhandelaars. Uiteindelijk verhuisden 154 levensgrote standbeelden, 170 reliëfs, 160 bustes, 30 antieke zuilen en nog wat kleinere kunstschatten naar Frankrijk.
Voor het eerst sinds 1807 verlaat nu een gedeelte van deze collectie, in totaal 65 werken, de zalen van het Louvre om terug te keren naar de plek waar ze destijds voor het eerst werden samengebracht: de Galleria Borghese. Het gaat voornamelijk om Romeinse kopieën van Griekse originelen. Het zal waarschijnlijk ook nooit meer gebeuren dat deze stukken het Louvre nog eens verlaten. Er werd vier jaar gewerkt aan de voorbereiding van deze tentoonstelling. Waar mogelijk worden de stukken opnieuw opgesteld op de precieze plaats in het gebouw waar ze ook destijds te bewonderen waren.
Hoe het afliep met Pauline Bonaparte? Zij was haar nieuwe man Camillo Borghese al gauw beu. Ze liet hem achter in Rome en keerde terug naar Parijs waar haar losbandig gedrag het ene schandaaltje na het andere veroorzaakte. In 1806 ontving ze de titel van hertogin van Parma en Guastalla en in 1808 werd ze gouvernante-generaal van Piemonte. Omwille van haar oneerbiedige gedrag tegenover Napoleons tweede echtgenote Marie Louise van Oostenrijk, werd Pauline in 1810 van het hof in Parijs verwijderd. Toch vergezelde zij Napoleon in 1814 samen met haar moeder Maria Laetitia Ramolino naar Elba en zou ze hem in 1815 zelfs naar Sint-Helena hebben willen vergezellen. Sinds 1815 leefde ze effectief gescheiden van haar echtgenoot. Ze stierf in 1825 op 45-jarige leeftijd in Firenze aan de gevolgen van syfilis. Zij is begraven in de Borghese-crypte in de Santa Maria Maggiore in Rome.
Pauline Bonaparte is (als Paolina Borghese) door beeldhouwer Antonio Canova in een zeer beroemde sculptuur als naakte Venus vereeuwigd. Het beeld is tot vandaag een van de pronkstukken van het museum (foto hierboven). Haar man Camillo bewaarde het een hele tijd achter slot en grendel omdat hij niet wilde dat iemand zijn naakte vrouw zou zien. Na hun scheiding maakte Pauline zelf bezwaren tegen het vertonen van het beeld. De beeldhouwer Canova vond dat jammer, want hij vond het terecht een van zijn meesterwerken. Canova was overigens ook verontwaardigd toen een gedeelte van de Borghese-collectie – die verscheidene beelden van hemzelf bevatte – voorgoed naar Frankrijk verdween.
Oorspronkelijk was de Borghese-familie afkomstig uit Siena, maar Marcantonio, hoofd van de familie, verhuisde in de 16de eeuw naar Rome. In 1605 werd zijn zoon Camillo Borghese verkozen tot paus. Camillo Borghese, paus Paulus V, was een grote aanhanger van het nepotisme – hij benoemde bijvoorbeeld een neefje tot prins van Vivero – en zo groeide de familie in macht en rijkdom. Bij het huwelijk tussen Paulo Borghese en Olimpia Aldobrandini in 1614 eiste de familie de naam en rijkdommen van de Aldobrandini op. Na lange rechtszaken kregen zij uiteindelijk in 1769 gelijk.
De Galleria Borghese in Rome herbergt ook vandaag nog de kunstvoorwerpen die in de loop der tijd verzameld werden door de familie. In 1775 renoveerden prins Marcantonio IV Borghese en de architect Antonio Asprucci de woning en het park Villa Borghese. De huidige Galleria werd in 1613 voor de familie Borghese ontworpen door architect Flaminio Ponzio met als voornaamste doel er de alsmaar groeiende kunstcollectie onder te brengen. Sommige Borgheses aarzelden niet om hun macht te misbruiken en op een oneerlijke manier bepaalde kunstwerken waarop ze hun oog hadden laten vallen toch te verwerven.
In 1782 is het interieur gerestaureerd in een neoclassicistische stijl met fresco’s en beeldhouwwerk. De Italiaanse overheid verwierf het gebouw in 1901 en maakte er in 1903 een nationaal museum van met een grote verzameling renaissancekunst. Het park werd in hetzelfde jaar verkocht aan de gemeente Rome en behoort niet meer tot de villa. Tussen 1995 en 1997 werd het museum grondig gerestaureerd. Ook wanneer er geen speciale tentoonstelling wordt gehouden is het een bezoek meer dan waard.
I Borghese e l’antico
Tot 9 april 2012
Galleria Borghese (park Villa Borghese)
Piazzale del Museo Borghese 5
Dagelijks open van 9 tot 19 uur, maandag gesloten
Toegang: 13,50 euro.
Reservatie noodzakelijk: tel. 06 328 10
Online tickets aankopen: klik hier
www.galleriaborghese.it
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 5 januari 2012. Bekijk het origineel.

