Mijn lieve Calpurnia – Romeinse vrouwenportretten

De Romeinse wereld was er vooral een van mannen. Het rijk besturen, legers leiden, wegen en aquaducten bouwen: allemaal mannenzaken. Ook in de Romeinse literatuur komen vrouwen er vaak bekaaid vanaf. Maar er zijn gelukkig uitzonderingen. In de correspondentie van de schrijver en politicus Plinius de Jongere (62-113), een vriend en tijdgenoot van keizer Trajanus (98-117), staan vrouwen centraal.

calpurnia

Deze nieuw uitgegeven bundel bevat 24 brieven die Plinius omstreeks het jaar 100 schreef over (en soms ook aan) enkele vrouwen uit zijn naaste familie- en kennissenkring. Waarmee we indirect een indruk krijgen van de beslommeringen van de Romeinse vrouwen, voor zover ze zich althans bevonden in de kringen van deze vertrouweling van keizer Trajanus.

Plinius onderhoudt vriendschappen en zakelijke relaties met rijke vrouwen. Ook schrijft hij regelmatig aan vrouwelijke familieleden. De drie ontroerende brieven aan de jonge Calpurnia, zijn derde vrouw, vormen het gevoelige middelpunt van deze bundel. In dat huwelijk heeft hij zijn ware liefdesgeluk gevonden, zo lijkt het.

Liefdesbrieven zijn van alle tijden, maar toch zijn deze persoonlijke ontboezemingen van Plinius de Jongere niet alledaags. Het echtpaar moest een tijdlang per brief corresponderen omdat Calpurnia in die periode na een miskraam de zomer doorbracht in een villa in Campania om aan te sterken.

De brieven zijn ongewoon omdat het om een gearrangeerd huwelijk ging, zoals toen in hoge Romeinse kringen gebruikelijk was. Bovendien was het wat we vandaag een kindhuwelijk zouden noemen. Plinius was al 38 en twee keer weduwnaar toen hij met de veertienjarige Calpurnia trouwde. Dat is volgens de normen van vandaag bijzonder jong, maar volgens de wet waren meisjes destijds zelfs al op hun twaalfde huwbaar.

Een oprechte en gloedvolle liefde tussen een dergelijk echtpaar was niet vanzelsprekend, sterker nog: het was zelfs hoogst ongepast om zulke gevoelens te uiten. Zo werd ooit een senator uit de senaat gezet omdat hij zijn vrouw op klaarlichte dag in het bijzijn van zijn dochter een kus had gegeven. Plinius daarentegen schaamde zich er niet voor om een aantal van de liefdesbrieven aan zijn vrouw te publiceren.

Wat Calpurnia zelf vond van haar huwelijk is onbekend: haar antwoorden op de brieven van Plinius zijn jammer genoeg niet bewaard gebleven. Als we Plinius mogen geloven, was ze echter ook dol op hem: ze aanbad hem, ze leerde zijn gedichten uit haar hoofd, zette ze op muziek, woonde (achter een gordijntje) zijn lezingen bij en sliep die zomer in Campania met zijn boeken in haar armen.

Een gelijkwaardige relatie was het natuurlijk niet: hij was de prestigieuze en wijze leermeester en beschreef haar als een gretige leerlinge, zuiver van geest en waardig in haar ontwikkeling. Erg praktijkgericht was zijn onderwijs helaas niet altijd, zo blijkt uit zijn brieven aan haar tante en grootvader, waarin hij zich bij hen verontschuldigt voor haar miskraam.

Het jonge meisje, schrijft Plinius, wist namelijk niet dat ze zwanger was, waardoor ze een paar niet nader genoemde voorzorgsmaatregelen achterwege had gelaten. Waarbij opvalt dat hij het verlies van de baby verdrietiger lijkt te vinden voor zijn naar nageslacht snakkende schoonfamilie en zichzelf, dan voor haar.

De bundel wordt afgerond met een reeks literaire portretten van voorbeeldige vrouwen. Plinius’ brieven tonen een kleurrijk panorama van levensechte vrouwenfiguren. En zoals altijd laten ze zien wat Plinius zelf belangrijk vindt: zijn brieven zijn ook een soort zelfportretten. Alleszins vormen ze een boeiend en veelzijdig inkijkje in de Romeinse elite uit de keizertijd.

Plinius zou uiteindelijk vooral als een beroemde schrijver de geschiedenis ingaan door zijn brieven aan de Romeinse historicus Tacitus over de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79, waarbij zijn oom en adoptie­vader Plinius de Oudere het leven liet.

Vincent Hunink (1962) is classicus aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij vertaalt voor uitgeverij Athenaeum sinds 1990 vooral teksten uit de klassieke oudheid.

Emily Hemelrijk (1953) schreef de inleiding van dit boek. Zij is hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Ze geldt als een vooraanstaand deskundige op het gebied van vrouwen en gender in de Romeinse wereld.

Mijn lieve Calpurnia
Romeinse vrouwenportretten
Auteur: Plinius
Vertaald door Vincent Hunink
Afmetingen: 18,1 x 12 x 1,3 cm
Aantal pagina’s: 104
Geen illustraties
Uitgever: Athenaeum
Publicatie: 19 mei 2020
EAN 9789025312015
NUR code 683
Prijs: 12,50 euro

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 18 juni 2020. Bekijk het origineel.