Nepgladiatoren geweerd van Colosseum

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Alle nepgladiatoren en alle eet- en souvenirstandjes rond het Colosseum moeten ten laatste op vrijdag 6 april verdwenen zijn. De vraag komt van Mariarosaria Barbera, de soprintendente ai Beni archeologici di Roma. In een brief aan het stadsbestuur dringt zij erop aan de gladiatorenplaag eindelijk eens aan te pakken. Dat het thema precies nu ter sprake komt is allicht geen toeval. Vrijdag houden duizenden gelovigen samen met de paus de jaarlijkse herdenking van de kruisgang aan het Colosseum. Maar hoogstwaarschijnlijk zal het niet lang duren vooraleer het circus van figuranten en souvenirverkopers er terug zal staan. De stad voert een gedoogbeleid voor de figuranten, de kraampjes hebben (meestal) een officixeble vergunning.

De taferelen rondom het Flavische Amfitheater zijn de directrice al langer een doorn in het oog. De viering van morgen vrijdag is een goede gelegenheid om nog eens grote schoonmaak te houden, redeneert Barbera. Er zijn nog altijd een heleboel toeristen die de als gladiator (en vaak slecht) verklede mannen rond het Colosseum flink wat geld betalen om met hen op de foto te gaan. Dat kost al gauw een biljet van 10 euro of meer. Japanners en Amerikanen moeten soms nog dieper in de portefeuille tasten. De aftroggelarij levert de kerels veel geld op. Daar betalen ze bovendien geen cent belasting op. Die gouden zaken lokken anderen aan en je ziet de figuranten tegenwoordig steeds vaker in het stadsbeeld opduiken. Ook op plaatsen die historisch helemaal niets met gladiatoren te maken hebben, zoals voor het Pantheon, de Engelenburcht of zelfs de Sint-Pietersbasiliek.

Aan de miljoenen toeristen valt zoveel geld te verdienen dat ook criminele bendes zich proberen in de markt te dringen en zich het territorium desnoods met geweld proberen toe te eigenen. Ook de georganiseerde misdaad zou zich inmiddels al met de exploitatie van de gladiatoren hebben bemoeid. Vorig jaar nog pakte de politie een twintigtal nepgladiatoren op omdat ze concurrenten mishandelden en hen met geweld intimideerden. Het bleek om leden van dezelfde familie te gaan.

Of het stadsbestuur ook na 6 april de activiteiten van de nepgladiatoren zal verbieden is nog maar de vraag. De figuranten hebben nochtans geen enkele vergunning maar worden gewoonlijk gedoogd. Het initiatief om voor het Colosseum te poseren met toeristen ontstond in het begin van de jaren ’90 toen een werkloze acteur zich verkleedde als gladiator en voor de ingang van het amfitheater de toeristen begon te animeren. Al gauw liepen er een tiental concurrenten rond. Vandaag zijn het er een veertigtal, alleen al voor het Colosseum. Ze maken onder elkaar afspraken en werken met een beurtrol. Wie geen plaats op de rol kan bemachtigen wijkt vaak uit naar andere locaties. Zo kan je tegenwoordig op de meest bizarre plekken in Rome een gladiator tegenkomen. Zelfs op de Via Appia loopt er soms eentje rond, al tref je daar ook wel Romeinse legionairs aan.

Vorige maand nog stelde een gemeenteraadslid voor om alle figuranten te registreren en een officixeble vergunning te geven. Ze zouden dan ook een deontologische gedragscode en een reglement moeten naleven. Op de foto gaan met een gladiator zou een toerist dan standaad 10 euro kosten. Nu vragen de figuranten gewoon wat ze willen. Een argeloze Amerikaan geeft al gauw een briefje van 20 euro. Dat is eerder regel dan uitzondering.

Anders dan de figuranten hebben de ambulante straatverkopers wel een vergunning van de stad Rome. Sommige hebben zelfs de toelating voor een periode van 30 jaar. Het wordt dus moeilijk om die stands te verbieden. Toch ziet Mariarosaria Barbera in de toekomst liever helemaal geen enkele commercixeble activiteit meer rond het Colosseum. Deze maand begint overigens ook de restauratie van het monument, tenminste als er alweer geen prodecurekwesties opduiken, want de renovatiewerken werden al twee keer opgeschoven.

De mobiele eet- en drankkraampjes worden voornamelijk gexebxploiteerd door Pakistani. De Bulgaren specialiseren zich in goedkope prullaria, sieraden en gadgets. Die komen via de Chinezen het land binnen en worden vervaardigd in China, Taiwan en Korea. Hoewel de meesten van hen een officixeble vergunning hebben wordt de grens van het toelaatbare regelmatig overschreden. Dat gebeurt wanneer de verkopers mensen beginnen aanklampen en op agressieve manier hun rommel proberen te slijten. In zo’n geval wordt de vergunning onmiddellijk ingetrokken maar de politie moet hen dan wel op heterdaad betrappen op ongeoorloofde praktijken.

Een uitzondering is de markt van de namaak Louis Vuittons en andere merken, gaande van handtassen tot portefeuilles, broeksriemen, enz. Die stands, als je ze zo mag noemen, worden uitgebaat door Senegalezen. De meeste verkopers dragen hun spullen in grote zakken, tassen of dekens rond, verplaatsen zich vliegensvlug doorheen de stad en zijn voortdurend op hun hoede voor razzia’s en controles. Ze komen rechtstreeks uit Dakar en verblijven zonder uitzondering illegaal in de stad. Uiteraard hebben ze ook geen enkele vergunning op zak. Hun activiteiten worden gecontroleerd door de maffia. Mensen die dit soort spullen kopen zijn eveneens strafbaar en kunnen bij betrapping forse boetes oplopen, tot maximaal 10.000 euro. We wijden aan dit fenomeen binnenkort een apart stukje, want veel toeristen beseffen niet wat ze zich (soms) op de hals (kunnen) halen.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 5 april 2012. Bekijk het origineel.