Nieuwe catacomben ontdekt in Rome

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Italiaanse en Franse archeologen ontdekten langs de antieke weg van Labicana, op drie kilometer van de oude stadsmuren van Rome, een nog onbekende christelijke ondergrondse begraafplaats uit de 4de tot de 7de eeuw. Dat gebeurde in het kader van opgravingen in opdracht van de Pauselijke Commissie voor Archeologie. Volgens de commissie, die sinds 1850 verantwoordelijk is voor de ongeveer zestig catacomben in Rome, liggen in de zogenaamde catacomben van Sint-Petrus en Sint-Marcellinus, een priester en een martelaar-exorcist, tussen de 20.000 tot 25.000 mensen begraven. Vermoedelijk gebeurde dat vanaf het derde kwart van de 3de en vooral in de 4de eeuw. In totaal gaat het om 4,5 kilometer galerijen in drie etages. De ontdekking is interessant omdat er op deze plaats ook enkele kostbare sarcofagen, fresco’s en muurschilderingen zijn aangetroffen. De meeste daarvan bevinden zich wel in slechte staat.

Een nog ouder gedeelte van hetzelfde catacomben-netwerk zou een duizendtal lichamen bevatten uit de tweede eeuw na Christus, wat uitzonderlijk vroeg is. Omdat er zoveel lichamen in korte tijd begraven zijn – naar verluidt met rijke en mooie kleding aan – vermoeden de archeologen dat deze christenen zijn omgekomen bij een ramp of een epidemie. Deze oudere catacomben, waarvan de vondst al in juni werd bekend gemaakt, bestaat uit een reeks grote, met elkaar verbonden kamers vol skeletten.

Een bezoek aan de Romeinse ondergrond zou onvolledig zijn zonder de catacomben, buiten de stadsmuren, langs de Via Appia. Ongeveer zestig catacomben zijn er rond Rome, samen goed voor tientallen kilometers onderaardse gangen over vier verdiepingen. In Rome zijn slechts enkele van de vele catacomben voor het publiek opengesteld, die van San Callisto, San Sebastiano (foto onder), San Domitilla, San Agnese en San Priscilla. In die van San Sebastiano zouden Petrus en Paulus tijdens de christenvervolging van 258 begraven zijn, maar de onderaardse begraafplaats was voordien al bij heidenen in gebruik. Het verhaal dat vervolgde christenen onderdak vonden in de catacomben, wat door sommige gidsen nog altijd wordt verteld, is door archeologen ondertussen weerlegd. De vulkanische tufsteen is gemakkelijk te bewerken en was al bij de heidenen bekend als begraafplaats. Op een bepaald moment lagen hier ongeveer 200.000 doden. Hier leven zou onmogelijk geweest zijn.

Tegenwoordig is in de catacomben van de doden niets meer te zien. Geen beenderen of skeletten, alleen vroeg-christelijke inscripties op de verweerde grafstenen: de duif met olijftak, de vis en de gestileerde P en X. De mooiste grafmonumenten, christelijke en heidense soms zij aan zij, zijn versierd met stucwerk en schilderingen. Het bezoek roept echter de vraag op: waar zijn al die schedels en skeletten gebleven? Toen de bovenste gangenstelsels opengesteld werden voor het publiek werden de beenderen naar de lagere verdiepingen verhuisd. Catacomben bestaan uit ingewikkelde stelsels van gangen en vormen ware labyrinten. In de wanden zijn gaten uitgehakt, waarin de doden werden bijgezet. Deze eenvoudige grafnissen worden loculi genoemd en werden afgesloten met een plaat van terracotta of van marmer. Rijkere christelijke families hadden eigen grafkamers met rijkelijk versierde wanden. Zij hadden ook grotere graven, in de vorm van een boog. Een dergelijk booggraf werd een arcosolium genoemd.

Grafkamers en arcosolia werden versierd met muurschilderingen, waarin zowel hellenistische als vroeg-christelijke motieven te vinden zijn. Vaak terugkerend zijn taferelen als een herder met zijn schapen, zowel refererend aan het verhaal van de Goede Herder als aan een pastoraal thema, dat ook in de Romeinse kunst te vinden is. Ook bijbelse thema’s zijn er te vinden, zoals de drie jongelingen in de vuuroven, Daniel in de leeuwenkuil, Jona en het zeemonster of de arme Job op de mestvaalt. Ook vindt men symbolen terug als het anker (de hoop), het kruis (het geloof) of de duif (de vrede). De vis verwijst naar het Griekse ichthus, waarin ook de letters van Christus te vinden zijn. Ook vindt men er fresco’s van de Maagd Maria met haar Kind.

Een buitenbeentje in Rome, wat begraafplaatsen aangaat, is de crypte van de kapucijnen (géén catacombe!) aan de Via Veneto, die in 1637 naar hun nieuwe abdij verhuisden. Zij brachten het stoffelijk overschot van hun overleden broeders mee, ter versiering van de crypte onder hun nieuwe kerk, de Santa Maria della Concezione. En versieren deden ze: de gang en de vijf onderaardse kamers zijn, van vloer tot plafond, gedecoreerd met de beenderen van zo’n 4.000 skeletten. In de crypte van de schedels staren honderden doodshoofden je aan, in een volgende groeien tientallen heupbeenderen als zwammen tegen de muur, her en der staren skeletten in monnikspijen. En overal rozetten en bloemmotieven, kunstig gemaakt met vingerkootjes, knieschijven, jukbeenderen of ribben. Niet voor gevoelige zielen en regelmatig zien we hier stoere scholieren een beetje groenbleek buiten komen. Over de kunstenaar die dit luguber werk schiep, is weinig geweten. Men vermoedt dat het pas in de 18de eeuw voltooid was. Meer info hierover vind je op http://www.cappucciniviaveneto.it/cappuccini_ing.html

Het begraven van overledenen in ondergrondse catacomben was misschien geen christelijke uitvinding. Nederlandse onderzoekers onderzochten in Rome onderaardse gangenstelsels van de Villa Torlonia, oorspronkelijk een joods landgoed, en vonden aanwijzingen die de gangbare theorieën tegenspreken. Algemeen wordt aangenomen dat de joodse en christelijke catacomben van Rome uit ongeveer dezelfde periode stammen: van het begin van de derde eeuw tot het begin van de vijfde eeuw na Christus. De nissen in de wanden van de catacomben, die dienst deden als begraafplaatsen, werden verzegeld met een muurtje dat met kalk bestreken werd. In die kalk vonden onderzoekers van de universiteit van Utrecht stukjes verkoold hout afkomstig uit de kalkovens. Op basis van de soorten koolstof in het hout, konden de wetenschappers achterhalen uit welke tijd het plantaardige materiaal stamt.

De kalk uit de catacomben van Villa Torlonia zou volgens die analyse tussen 50 voor Christus en 400 na Christus gemaakt zijn. De vorsers denken dat de joodse catacombe in de tweede eeuw na Christus in gebruik is genomen. Pas een eeuw later begon de bouw van de christelijke catacomben. “Mogelijk zijn de christelijke begraafpraktijken beïnvloed door de joodse”, besluiten de wetenschappers in het blad Nature. De theorie en de koolstofdatering steunen op enkele onzekerheden. Zo gaan de onderzoekers ervan uit dat in de kalkovens jong snoeihout verstookt werd. Maar als de houtskool afkomstig was van eeuwenoude bomen, zou de houtanalyse het pleister ouder kunnen doen lijken dan het is. “Jong snoeihout was waarschijnlijk het uitverkoren hout om de hoge temperaturen te bereiken die nodig waren in de oven”, argumenteren onderzoeker Leonard Rutgers en zijn collega’s. Om meer zekerheid te krijgen over de resultaten, is in ieder geval een vergelijkende datering nodig van materiaal uit de christelijke catacomben.

In de nabijheid van de Via Appia, bevond zich destijds een laag gelegen terrein, dat werd aangeduid als catacumbas. Dit woord was afgeleid van het Griekse kata kumbas, wat ‘bij de terreinglooiing’ betekent. Die naam ging over op een christelijke begraafplaats, die was ingericht in een steengroeve onder de nabijgelegen kerk van Sint Sebastiaan. De benaming ‘catacombe’ werd later gebruikt voor andere onderaardse begraafplaatsen in Rome, maar ook ver daarbuiten. Nadat de christelijke godsdienst erkend werd raakten de catacomben stilaan in de vergetelheid. Christenen begroeven hun doden nu elders, in of bij kerken in Rome zelf. In de zestiende eeuw werden de catacomben voor het eerst wetenschappelijk onderzocht, onder meer door de oudheidkundige Antonio Bosio (1575-1629). Vanaf de negentiende eeuw zijn de catacomben in Rome onderwerp van een meer systematisch en wetenschappelijk onderzoek.

http://www.catacombe.roma.it/

http://web.tiscali.it/catacombe_priscilla/

http://www.catacombsociety.org/index.html

http://www.cappucciniviaveneto.it/cappuccini_ing.html

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 28 oktober 2008. Bekijk het origineel.