Nuttige gadget voor de dorstige toerist

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

In Rome worden ieder jaar vele miljoenen plastic flesjes bronwater verkocht. Nog veel meer flessen worden opnieuw gevuld aan de talrijke nasoni, de typische drinkfonteintjes van Rome. Sommige mensen schrikken ervoor terug om daarvan te drinken maar er is geen enkele reden om dat niet te doen. Het water dat uit de nasoni stroomt behoort tot het beste en zuiverste drinkwater dat er bestaat. De kwaliteit ervan wordt overigens voortdurend gecontroleerd en op een hete zomerdag zijn de vele drinkfonteintjes een dankbare bron om jezelf letterlijk aan te laven. Het toeristisch-culturele bedrijf Zxe8tema, dat onder de vleugels van het stadsbestuur opereert, bracht zopas een handige en nuttige gadget op de markt die de vele toeristen de komende dagen van harte zullen verwelkomen: een herbruikbare fles die je na gebruik desgewenst kan opvouwen. Je kan de fles momenteel alvast nuttig gebruiken. Er is immers een fameuze hittegolf aan de gang. Rome noteert momenteel de hoogste temperaturen die de voorbije 230 jaar werden opgetekend in juni. Gisteren flirtte het kwik met de 38xb0 C.

Onder de noemer ‘eco-water’ werd zopas in opdracht van het stadsbestuur een milieuvriendelijke en herbruikbare fles ontworpen. Die zal niet enkel voor toeristen nuttig zijn maar voor alle Romeinen. Die laatsten weten immers al veel langer dat je in Rome eigenlijk nooit waterflesjes hoeft mee te dragen. Er is op vrijwel iedere straathoek en elk pleintje wel een nasoni beschikbaar. Alleen al in het historische centrum zijn er meer dan 2.000 drinkmogelijkheden. Op het hele grondgebied van Rome zouden er naar schatting ongeveer 4.000 waterfonteintjes beschikbaar zijn, maar niemand die dat aantal met zekerheid kan bevestigen.

De herbruikbare fles, een soort plooibare waterzak eigenlijk, kost 2 euro. Je kan ze kopen in de stedelijke bibliotheken, in de museumwinkels en bij sommige toeristische informatiepunten, ondermeer deze aan de Via dei Fori Imperiali. Op de fles staat het logo van Rome afgedrukt, samen met het opschrift ‘Acqua di Roma Capitale’ en tekeningen van het Colosseum en een Romeins aquaduct. Zo kan je deze nuttige gadget later ook nog beschouwen als een souvenir van Rome. Het is bovendien een mooi en goedkoop geschenkje voor andere Romereizigers die thuis ongeduldig zitten wachten op hun volgende trip.

Onderzoek heeft uigewezen dat de gemiddelde toerist in Rome op een doorsnee dag 2,2 flessen water per dag verbruikt. Op warme dagen worden dat 4 tot 5 flessen. Toeristen die zich een eco-waterfles aanschaffen steken dus niet alleen heel wat geld op zak, het betekent ook een gigantische vermindering van de afvalberg, zelfs indien slechts een fractie van de bezoekers de ecofles zou gebruiken. Het aantal bezoekers in Rome blijft immers stijgen. In de periode van januari tot april dit jaar waren er ongeveer 5 % meer aankomsten en 4 % meer overnachtingen vergeleken met dezelfde periode in 2011. Vooral het aantal bezoekers uit Canada, China, Brazilixeb en Oostenrijk groeit.

Rome beschikte ook in de oudheid over heerlijk helder drinkwater. Het eerste aquaduct van de stad, de Aqua Appia, werd al gebouwd in 312 v. Chr., door Appius Claudius Caecus, de censor die in datzelfde jaar ook de opdracht gaf voor de aanleg van de Via Appia. Dat eerste aquaduct vormde de basis voor wat zou uitgroeien tot een gigantisch watervoorzieningssysteem dat het water in grote delen van de stad tot bij de mensen bracht. Om de grote bevolking van Rome van water te voorzien werd op het hoogtepunt in de stad minstens 1.127.220 m3 water per dag geleverd door elf aquaducten. De aquaducten werden gebouwd om niveauverschillen te overspannen en vormden gaandeweg een uitbreiding van de oudere waterleidingsystemen waarvan de aanleg al in de 4de eeuw v. Chr. was begonnen. De boogconstructies brachten het water vanuit de bergen en veraf gelegen gebieden, over bergen en valleien, naar Rome. Dat gebeurde via gemetselde kanalen zodat onderweg geen verontreiniging kon optreden, bv. doordat dode dieren in het water sukkelden.

Van de elf systemen die het oude Rome rijkelijk van water voorzagen x96 er waren ondermeer zeer grote hoeveelheden water nodig voor de thermen x96 liepen de oudste twee ondergronds: de Aqua Appia, en de Anio Vetus uit 272 v. C. De Aqua Marcia (aangelegd van 144 tot 140 v. C.) bevond zich grotendeels bovengronds. De totale lengte van de aquaducten voor de stad Rome wordt geschat tussen 420 en 500 km. Slechts 47 km hiervan bevond zich boven de grond, de meeste Romeinse aquaducten lagen ondergronds. Dat had een dubbel voordeel: op die manier waren ze beschermd tegen beschadiging en het water bleef lekker koel tot in Rome. Datzelfde effect proef je ook vandaag nog wanneer je een flesje vult aan een drinkfontein.

Romeinse aquaducten waren uiterst verfijnd gebouwd. Zij werden geconstrueerd op zeer hoog technisch en wiskundig niveau. Als de rotswand te poreus was (zandsteen, kalksteen,…), gebruikten de Romeinen een soort beton of metselspecie (op basis van grind en gips) om de wand waterdicht te maken. Soms werden zelfs loden platen gebruikt om het water tegen te houden, maar lood was vrij duur en moest van ver ingevoerd worden. Als alternatief gebruikten de Romeinen soms dierenhuiden of schors van bomen. Een andere veel voorkomende techniek was het gebruik van onverglaasd aardewerk, waarbij het aardewerk niet van glazuur werd voorzien.

Dat Romeinse aquaducten technische en architectonische hoogstandjes waren, blijkt wel uit het feit dat de technieken van de Romeinen zelfs tot vandaag overeind blijven. Ook nu nog gebruiken ingenieurs gelijksoortige technieken om riolen en waterleidingen aan te leggen in moeilijk bereikbare gebieden. De fantastische en grootse resten van de Aqua Claudia, waarvan de bouw begon onder Caligula in 38 n. C. en onder de regering van Claudius I in 52 voltooid werd, rijzen ook vandaag nog hoog op boven het Romeinse platteland, even buiten Rome. Het blijft een indrukwekkende ervaring om er langs te wandelen.

De mooiste overblijfselen van een zestal Romeinse aquaducten vind je in het Parco degli Acquedotti in Rome. Het park is een onderdeel van het Parco Regionale dell’Appia Antica en is ongeveer 15 ha groot. Trek stevige wandelschoenen aan, zorg voor een goede plattegrond en, jawel, het nodige drinkwater als je van plan bent er een kijkje te gaan nemen. Waar de Aqua Claudia en de iets later gebouwde Anio Novus Rome bereiken, zijn zij in de door Claudiusx92 gebouwde stadspoort opgenomen (Porta Maggiore). Daar en ook elders, waar dit in het stadsbeeld paste, kregen de zuiver functionele bogen een versiering van pilasters, zuilen en frontons. Verscheidene keizers legden weer nieuwe aquaducten aan tot en met Alexander Severus (222×96235).

Ook in de Romeinse provincies werden grote aquaducten aangelegd om de steden van water te voorzien. Bijzonder indrukwekkend zijn die van Segovia (Oud-Castilixeb) en Tarragona (Catalonixeb) in Spanje en de Pont du Gard bij Nxeemes (Languedoc) in Frankrijk. Het laatste Romeinse aquaduct werd gebouwd onder keizer Valens (364×96378) in de nieuwe hoofdstad Constantinopel.

In 537 sneden de invallende Goten de watertoevoer af, die pas in het midden van de 15de eeuw door paus Nicolaas V werd hersteld. Nadien begon de periode waarbij de pausen uitpakten met de bouw van grote pronkfonteinen, de zogenaamde mostra-fonteinen, zoals de Fontana dellx92Acqua Paola en de Trevi. De pausen lieten die oprichten om aan de bevolking te laten zien dat de watervoorziening van Rome hen nauw aan het hart lag. De fonteinen werden gebruikt als propaganda-instrumenten.

Zo was één van de eerste daden van paus Sixtus V na zijn aanstelling de reconstructie en herstelling van de oud-Romeinse aquaducten Aqua Alessandrina, de Aqua Claudia en de Aqua Marcia. Hierdoor werden alle heuvels van water voorzien waardoor deze opnieuw konden bewoond en bewerkt worden. Dat was slim bekeken van de paus. Door de aquaducten uit de Romeinse oudheid opnieuw te activeren kreeg hij immers de unieke kans zijn stadsuitbreiding binnen de volledige omwalling te realiseren terwijl hij volledig onafhankelijk was van natuurlijke watertoevoer. Dat was een probleem waar zijn voorgangers steeds mee hadden gekampt en niet hadden kunnen oplossen. Sinds de vroege Middeleeuwen tot op dat moment waren de mensen immers steeds verplicht geweest te gaan wonen in de omgeving van de Tiber, louter omwille van het gebrek aan water.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 juni 2012. Bekijk het origineel.