Wie regelmatig rondwandelt in het historische centrum van Rome heeft de voorbije paar jaren ongetwijfeld gezien hoe de prachtige Vierstromenfontein op Piazza Navona werd gerestaureerd. De fontein heeft lang in de steigers gestaan, omgeven door een houten afsluiting en sinds vorig jaar is de beeldengroep eindelijk weer in volle glorie te bewonderen, witter en mooier dan ze in jaren is geweest. De Fontana dei quattro fiumi (samen met de Trevi wellicht de meest gefotografeerde fontein in Rome) toont zich nu weliswaar netjes en proper aan het publiek, de obelisk bovenop de beeldengroep had echter ook nog een grondige reinigingsbeurt nodig. Dat karwei wordt momenteel uitgevoerd. Met een hoogtewerker worden de restaurateurs tot bij de te reinigen hiërogliefen en de eeuwenoude zuil gebracht.
Deze obelisk is een buitenbeentje vergeleken met heel wat andere soortgelijke zuilen die je elders in Rome terugvindt. Hij is vervaardigd uit rood graniet en stond lange tijd in het Circus van Maxentius aan de Via Appia. Nog eerder stond hij opgesteld in een tempel gewijd aan de Egyptische god Serapis. In tegenstelling tot veel andere obelisken in Rome komt dit exemplaar echter niet uit Egypte maar werd in het jaar 81 uitgehakt in opdracht van keizer Domitianus.
Veel later, omstreeks 1650, besliste paus Innocentius X de ondertussen omgevallen en gebroken obelisk, te hergebruiken als sierstuk voor de nieuwe fontein op Piazza Navona. Niet geheel toevallig, want dit is de plek waar zich in de oudheid het stadion van Domitianus bevond. Onder het huidige plein bevinden zich daar nog de resten van en wie het geheel vanuit de lucht bekijkt kan zich nog uitstekend de vorm van het vroegere stadion voorstellen.
De hiërogliefen op de obelisk zijn overigens pas aangebracht bij de verplaatsing naar Piazza Navona. Op de obelisk is ook het pauselijke familiewapen aangebracht: een duif met een olijftak. De obelisk is 16,54 meter hoog. Het samenbrengen van architectuur en beeldhouwwerk in deze fontein was revolutionair ten opzichte van andere fonteinen in Rome uit die tijd.
De fraaie Vierstromenfontein werd van 1648 tot 1651 gebouwd in opdracht van paus Innocentius X en ondermeer bekostigd met een extra belasting op brood, zout en vlees, een maatregel die door de Romeinse bevolking indertijd – zeer begrijpelijk – niet in dank werd afgenomen. De fontein kwam er als gevolg van een ontwerpwedstrijd en was bedoeld om Piazza Navona te verfraaien.
Gian Lorenzo Bernini mocht aanvankelijk niet meedoen van de paus, want deze kunstenaar was de grote favoriet geweest van de vorige paus, Urbanus VIII, en die was alles behalve een vriend van Innocentius X. Deze laatste had dus enkel aan Francesco Borromini en Alessandro Algardi een ontwerp gevraagd. Op aandringen van prins Ludovisi, voor wie Bernini het Palazzo di Montecitorio (het huidige parlementsgebouw) had gerealiseerd, diende Bernini uiteindelijk toch een ontwerp in.
De kunstenaar bezorgde aan donna Olympia Maidalchini-Pamphili, de schoonzus van Innocentius X, een zilveren schaalmodel van de fontein zoals hij die voor ogen had. Olympia vond dit zo prachtig dat ze de paus kon overtuigen om de opdracht toch maar beter aan Bernini te gunnen. De paus heeft daar geen spijt van gehad, want al snel besefte hij dat het onmogelijk was om het enorme talent van de veelzijdige Bernini te negeren.
Het is trouwens nog heel goed gekomen tussen die twee, want in de Galleria Doria Pamphili aan de Via del Corso, kan je ondermeer een paar mooie portretbustes bewonderen die Bernini gemaakt heeft van Innocentius X. Bernini mocht van de paus ook het interieur van de Sint-Pietersbasiliek verfraaien. En het was dezelfde paus die Bernini de opdracht gaf tot de bouw van de wereldberoemde colonnade rond het Sint-Pietersplein.
De Vierstromenfontein heeft zijn naam te danken aan de beelden die erop geplaatst zijn. Zij stellen namelijk vier grote stromen uit de vier toen bekende werelddelen voor. In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn de beelden niet van Bernini zelf, maar werden ze gemaakt door diverse getalenteerde leerlingen uit zijn atelier. Het eerste is van Claude Poussin en staat voor de Ganges in Azië, uitgebeeld door een riviergod met een lauwerkrans op het hoofd en een grote stok (of roeiboom) tussen de knieën. Deze symboliseert de bevaarbaarheid van de Ganges.
De Donau in Europa (van Antonio Raggi) draagt het pauselijke wapen en toont Montedoro, een beroemd renpaard uit die tijd. Waarom voor de Donau werd gekozen in plaats van de Tiber heeft vermoedelijk weer te maken met keizer Domitianus die ooit met zijn legioen een ernstige dreiging meemaakte vanuit de Donau. De Nijl (Afrika) werd gerealiseerd door Giacomo Antonio Fancelli en toont een boomgod met een doek over zijn hoofd. Dit zou verwijzen naar het feit dat de bronnen van de Nijl in die tijd nog niet ontdekt waren.
Als laatste is er de Rio de la Plata, de voorstelling van Amerika door Francesco Baratta, die een vreemd aapachtig wezen toont met een stapel muntstukken eromheen. Dit zou symbool staan voor bodemschatten van Zuid-Amerika maar kan ook een verwijzing zijn naar de primitieve bevolking in dat continent, waar de eerste missionarissen pas waren begonnen met het bekeren en dopen van de inboorlingen.
Over het beeld van de Rio de la Plata wordt weleens verteld dat het lijkt weg te duiken uit angst dat de gevel van de Sant'Agnese in Agone op hem valt. Ook het beeld van de Nijl, met een doek over het hoofd, zou dit doen om de kerk van de heilige Agnes zeker niet te moeten zien. Bernini zou dit zo laten maken hebben omdat de Sant'Agnese-kerk door zijn grote rivaal Borromini is gebouwd. Het is een leuke stadslegende, die door de meeste gidsen in Rome wordt verteld en ook wel in reisbrochures wordt vermeld, maar die onmogelijk kan kloppen. De fontein was immers reeds in 1651 volledig klaar terwijl Borromini pas vanaf 1653 bij het Sant'Agnese-project werd betrokken, met name voor het ontwerp van de gevel.
De volledige fontein, met de sokkel erbij, is 35 meter hoog. De beelden zijn gemaakt uit travertijn, een soort kalksteen die op marmer lijkt maar poreuzer is en – in dit geval vreemd genoeg – nogal gevoelig voor water is. Ook zure regen en vervuiling blijken vaak fataal voor travertijn. Het gesteente werd lange tijd als bouwmateriaal gebruikt en kwam grotendeels uit de omgeving van Tivoli, nabij Rome.
Voor zijn werk aan de fontein ontving Bernini van Innocentius X zonder tegenstribbelen een aanzienlijke betaling van maar liefst 3.000 scudi, het beste bewijs dat de paus erg tevreden was, want de man stond bekend als een echte gierigaard die meestal maar met veel moeite en pas na lang aandringen met geld over de brug kwam.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 januari 2011. Bekijk het origineel.

