25 juli 2024 —
Op maandagochtend 14 november 2016 vonden twee Spaanse toeristen een stuk marmer op de Piazza della Minerva. Het bleek een deel te zijn van een afgebroken slagtand van het olifantje van Bernini dat sinds 1667 op die Piazza een Egyptische obelisk op de rug torst. Het verhaal van dit beeld van Bernini is voldoende verteld. Minder gekend is dat het standbeeld vaker beklommen wordt. Men neemt namelijk aan dat het aanraken (of kussen) van het achterwerk geluk brengt. Het is dan ook heel goed mogelijk dat de schade al spelenderwijs aangebracht werd. Wat uiteraard geen excuus is.
Dit nieuws bracht mij op het idee om even rond te neuzen of er in Rome nog andere olifanten te spotten vallen. Doelbewust laat ik hier de mammoeten terzijde. Want ook daarvan zijn er in de stad en de onmiddellijke omgeving nogal wat restanten gevonden. Zelfs onder het Vittoriano.
Nu was het olifantje van Bernini uiteraard niet de eerste confrontatie van de Romeinen met de dikhuiden. Paus Leo X had anderhalve eeuw voordien de olifant Hanno als geschenk gekregen van de koning van Portugal. Ook toen genoot het dier een enorme aandacht. De olifant stierf in 1516, wellicht ten gevolge van constipatie. Volgens diverse getuigenissen zou het kadaver in de Vaticaanse tuinen begraven zijn, maar het zal wellicht bij weinig toeristen opkomen om bij hun bezoek aan de pauselijke enclave hiervan een prioriteit te maken. In een zaal van de Vaticaanse musea hangt ook een basreliëf van Hanno. Netjes met een bel rond de nek. Diezelfde olifant werd later afgebeeld op een fontein in de Villa Madama, ooit bewoond door Margaretha van Parma. Na de dood van haar echtgenoot Alessandro de’ Medici hertrouwde ze met Ottavio Farnese waardoor ze in Vlaanderen terechtkwam.
In dezelfde Vaticaanse musea kan je eveneens olifanten opmerken in een van de schilderijen van Rafaël. Een tip: kijk in de Stanza di Eliodoro goed naar het fresco waarop God de dieren schept.
In de keizertijd waren de olifanten welgekomen protagonisten bij de arenaspektakels. Ook keizer Hadrianus heeft ooit een beroep gedaan op olifanten. Niet om oorlog te voeren noch om in het amfitheater op te treden, maar wel om het kolossale beeld van keizer Nero te verplaatsen van het atrium van Nero’s Gouden Huis naar een lagergelegen plaats vlak bij het Amphitheatrum Flavium. Wat dan weer leidde tot de naamoverdracht van het beeld naar dat stadion. 24 olifanten klaarden de klus. Op de vrijgekomen ruimte liet hij de tempel van Venus en Roma bouwen.
Maar wellicht de allereerste keer dat de Romeinen in hun stad een olifant te zien kregen, was in 275 v.Chr. Manius Curius Dentatus had nog maar pas in de strijd nabij Beneventum het leger van Pyrrhus van Epirus in bedwang kunnen houden waarna deze laatste, geplaagd door enorme verliezen, de strijd op het schiereiland definitief opborg. De Macedoniërs beschikten nochtans over 20 Aziatische strijdolifanten. Acht daarvan werden door de Romeinen gevangen en vier mochten aan de triomftocht van Dentatus in Rome deelnemen. Een primeur voor de Stad der steden. Benevento zelf bezit nog aardig wat mooie restanten uit de Romeinse tijd zoals een theater, de triomfboog van Trajanus en de bogen van de oorspronkelijke brug van de Via Appia.

In de noordelijke hoek van de Villa Borghese ligt de dierentuin. Het is nogal evident dat je ook daar olifanten zult aantreffen. En vlakbij ligt de Villa Giulia waarin een belangrijke collectie Etruskische kunst is bijeengebracht. Daaronder een aarden bord met een strijdolifant, gevolgd door een kalfje, netjes met zijn slurf aan de staart van mama. Dit zou de alleroudste afbeelding van een olifant zijn die er in Italië te vinden is.
In de onmiddellijke omgeving bevindt zich de Galleria dell’Arte moderna e contemporanea. Bij ons bezoek in september 2018 werden we er verwelkomd door vier of vijf levensgrote, zwarte leeuwen. Languit luierend op de monumentale trappen profiteerden ze van de zon. Daarna werden we binnen verwelkomd door een levensgrote olifant. De taxidermist had deze echter in het vel van een tijger gestopt. Leuk was eveneens dat de staart vervangen werd door de kop van dit roofdier. Had de tijger de olifant opgepeuzeld of was het omgekeerd en kwam die kop uit de aars piepen? Het deed ons denken aan de Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry. Was het nu een hoed of een slang met een olifant erin?

Van de oudste afbeelding in de Villa Giulia gaan we nu naar (misschien wel) de meest recente verwijzing naar olifanten in Rome. Maar wel net zo wreed en bloedig als het spektakel in de arena. In de Santa Maria in Ara Coeli, de kerk tussen het Vittoriano en het Campidoglio en bereikbaar via de monumentale trap, ligt Eugenio Ruspoli begraven. Hij was van adellijke afkomst en nogal avontuurlijk aangelegd. Jammer genoeg werd deze eigenschap hem fataal. In Somalië werd hij op 4 december 1893 door een olifant op de slagtanden gespietst en daarna onder de enorme poten vertrappeld. Hij was toen amper 27 jaar oud en werd ter plekke begraven. Pas in 1928 werden zijn overblijfselen in Rome bijgezet.
In de Collezione Torlonia (waarvan een deel in 2021 uitzonderlijk werd tentoongesteld) is een basreliëf te bewonderen dat eertijds het voorpaneel was van een sarcofaag. De plaat toont een zicht op de haven van Ostia. Op de voorgrond staan twee schepen afgebeeld en linksboven de vuurtoren. Let ook even op de wolvin met de twee kinderen op het zeil van het schip links. Op de achtergrond rechts pronkt een triomfboog met bovenaan een vierspan. Maar de wagen wordt niet getrokken door paarden, wel door vier olifanten. Dat brengt ons naadloos naar het verhaal van Pompeius, de rivaal van Caesar, die een triomftocht wou maken waarbij de wagen door olifanten door de stad werd getrokken. Er rees echter een klein probleem. De Porta Capena was te smal om die vier kolossen naast elkaar de stad binnen te laten.

Zo belanden we in Ostia, de haven van het antieke Rome. Als u achter het theater doorloopt in de richting van het museum, passeert u een aantal aardige mozaïekvloeren die zich nog in situ bevinden. Ook daar treft u een olifant aan. Net zoals bij het beeld van Bernini lijken de verhoudingen ook hier niet voor honderd procent geslaagd. Maar misschien had dit wel te maken met het perspectief en was het precies de bedoeling dat de afbeelding van op een afstand moest worden bekeken.
Maar de meest indrukwekkende vinden we echter in de Thermen van Diocletianus. Hij troont trots centraal in de binnentuin.
Dit is een bijdrage van clublid Marc Vandenbon (schrijfwedstrijd 2024).

