Ondergronds complex Lapis Niger op Forum Romanum zichtbaar gemaakt voor publiek

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Op het Forum Romanum zijn archeologen en arbeiders bezig het ondergrondse complex van de Lapis Niger zichtbaar te maken. Het stadsbestuur wil ook een fatsoenlijke bescherming voor de mysterieuze Lapis Niger, overigens één van de oudste overblijfselen die op het Forum te vinden zijn. In de toekomst zullen bezoekers voor het eerst op een degelijke en wetenschappelijke manier kunnen kennismaken met het ondergrondse gedeelte.

In november 2008 beschadigden hevige regenbuien het cement waarmee de oorspronkelijke zwarte marmeren bekleding aan elkaar was gemetseld. Dat laatste oplapwerk dateerde uit de jaren ’50 van vorige eeuw. Na het opmeten van de schade besliste men om deze unieke plek uit de oudheid een deftig onderkomen te geven. Met wat geluk is het ondergrondse gedeelte volgend jaar al te bekijken.

De monumentale ruimte onder de Lapis Niger, ongeveer 25 meter voor de ingang van de Curia, is pas in 1899 herontdekt en vanaf dan tot 1905 systematisch uitgegraven en blootgelegd door Giacomo Boni. Deze Italiaanse archeoloog schreef zowel op het Forum Romanum als de Palatijn meerdere grote ontdekkingen op zijn naam. De opgravingen brachten fragmenten van vazen, beelden en overblijfselen van dierenoffers aan het licht. Al deze artefacten dateren uit het zeer oude Rome, tussen de 5de en 7de eeuw v. Chr. De oudste delen van het complex die vandaag nog bestaan dateren uit ongeveer 600 v. Chr.

Volgens de Romeinse mythologie was dit de plek waar Romulus, de stichter van Rome, begraven was of zelfs onder de goden werd opgenomen als Quirinus. Vanaf 45 v. Chr. lieten zowel Julius Caesar als keizer Augustus nieuwe monumenten bovenop de Lapis Niger bouwen.

Het vierkante gebied werd met zes rijen zwart marmer overdekt en afgebakend door rechtopstaande witte marmeren platen. Het geheel werd aangebracht bij de herinrichting van de Curia en het Comitium ten tijde van Julius Caesar en Augustus. Dit met de duidelijke bedoeling het eronder gelegen zeer oude monument en deze heilige plaats te markeren. Sommigen vermoeden dat de bekleding nog ouder is en al werd aangebracht door Sulla.

Het complex omvatte drie delen: een groot altaar (of misschien een graftombe), een zuil of sokkel, waarop zich een standbeeld kan hebben bevonden en de cippus. Op de cippus staat een van de oudste overgeleverde inscripties in het Latijn, al zijn er duidelijk Etruskische invloeden.

Deze spreekt van een koning (recei), een heraut (kalator) en lastdieren (iouxmenta). Het is geschreven in boustrophedonschrift (ossendraaischrift of ossenploegenschrift), een term uit de schriftgeschiedenis waarbij een manier van schrijven wordt aangeduid waarbij de tekst in opeenvolgende regels om beurten van links naar rechts en van rechts naar links wordt geschreven (zoals een os ploegt).

Het gaat hier waarschijnlijk om een lex sacra, die de handelingen beschreef die op het altaar moesten worden uitgevoerd. De ‘koning’ is mogelijkerwijze niet een gewone koning, maar de ‘offerkoning’ (rex sacrorum). Er is nog steeds discusie of het nu om een (symbolisch) graf gaat, een offerplaats of een tempel voor de god Vulcanus.

Het is evenmin duidelijk waar de naam “zwarte steen” precies vandaan komt. Het kan de oorspronkelijke verwijziging zijn naar de zwarte stenen blok met de inscripties, of het kan verwijzen naar de latere zwarte marmeren bekleding aan de oppervlakte.

Dat men reeds in de oudheid – voor zover bekend is – al helemaal niet meer zeker wist om welk monument het hier precies ging, komt voort uit het feit dat er niets is overgeleverd door schrijvers uit de tijd voor de veranderingen door Caesar en Augustus en omdat er twee overleveringen bestaan over de “dood” van Romulus.

Volgens de ene zou hij vermoord zijn door de senatoren wegens zijn dictatoriale bewind, volgens de meer gangbare versie zou hij in een plotseling optredende duisternis met donder en bliksem opgenomen zijn onder de goden als de god Quirinus.

Volgens Livius zou Romulus letterlijk in de hemel opgenomen zijn (I.XVI):

“Toen Romulus na het verrichten van deze onsterfelijke daden op het Marsveld bij het moeras van Capra een vergadering hield om zijn troepen te inspecteren, stak er plotseling een storm op met luid donderende donderslagen en bedekte hem met zo’n dichte wolk, dat hij aan het zicht van de vergadering onttrokken werd. Daarna was Romulus nergens ter wereld. Uiteindelijk werd de angst van de Romeinse jeugd bedaard en nadat, na de zo stormachtige tijd, rustig en helder licht was terug gekeerd en zodra de jeugd gezien had, dat de koningsstoel leeg was, bleef zij toch, ook al geloofde ze de vaders voldoende, die het dichtstbij hadden gestaan, dat Romulus door een stormvlaag omhoog was gesleurd, enige tijd bedroefd stil, alsof ze getroffen was door de angst ouderloos te zijn”.

Het zou dus inderdaad best wel kunnen gaan om een klein heiligdom of herdenkingsmonument voor de onder de goden opgenomen stichter van een stad, zoals de Grieken er ook wel plaatsten op de agora, het Griekse equivalent van het forum.

Maar tegenwoordig vermoedt men eerder dat het hier gaat om een heiligdom van Vulcanus (Vulcanal), gewoonlijk opgericht op plaatsen waar goden zich in alle hevigheid kenbaar hadden gemaakt met donder en bliksem of op de precieze plek waar de bliksem hevig was ingeslagen.

Het oorspronkelijke heiligdom zou ook kunnen opgericht zijn door koning Servius Tullius op de plek in het forumdal waar Romulus en Titus Tatius elkaar ontmoet zouden hebben en vrede sloten na de slag tussen de Romeinen en Sabijnen (het Comitium zou hieraan ook zijn naam ontleend hebben: cum-ire = samenkomen) en tevens op de plaats waar Romulus (gedood of) ten hemel gevaren zou zijn.

http://dlib.etc.ucla.edu/projects/Forum/reconstructions/NigerLapis_1

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 9 februari 2012. Bekijk het origineel.