Het lijkt stilaan een geliefde bezigheid te worden, de 3D-reconstructie van beroemde personages uit het verleden. Vorig jaar pakten een kunstenaar en een wetenschapsstudent al uit met de gezichten van de Romeinse keizers. Dichter bij huis, in Nederland, werd in 2018 ook al eens een reconstructie gemaakt van het gezicht van Julius Caesar.
Ook de wetenschappers van het Sagalassos-project (KU Leuven) reconstrueerden al gezichten uit de oudheid en recent deed ook het Gallo-Romeinse Museum in Tongeren een gezichtsreconstructie op basis van grafvondsten.
Of de gebruikte technieken echt in de buurt komen van hoe de mensen in kwestie er hebben uitgezien, zullen we nooit met zekerheid weten. Daarvoor moeten we maar vertrouwen op de wetenschappers. Een tijd geleden werd ook een gezichtsreconstructie gemaakt van de beroemde kunstschilder Raffaello Sanzio da Urbino.
De reconstructie van het gezicht van Rafaël (1483-1520) gebeurde vorig jaar al, in het kader van het 500-jarige jubileum van de dood van de schilder.
Door de rommelige herdenking van het overlijden van Rafaël, veroorzaakt door de virusuitbraak waarbij vorig jaar overal in Italië tentoonstellingen en evenementen werden geannuleerd en uitgesteld, kreeg het initiatief weinig aandacht.
Het project werd uitgevoerd door het Centre of Molecular Anthropology for Ancient DNA Studies van de Universiteit van Rome Tor Vergata, in samenwerking met de Fondazione Vigamus en de Accademia Raffaello in Urbino. De resultaten van het onderzoek en de reconstructie werden aangeboden voor publicatie in het tijdschrift Nature .
De wetenschappers baseerden zich in de eerste plaats op de technische gegevens en de afmetingen van de schedel van Rafaël, die verkregen werden toen de resten van de kunstenaar in 1833 tijdelijk voor studie en onderzoek uit zijn tombe in het Pantheon werden gehaald.

De sarcofaag die vandaag achter glas te zien is in het Pantheon is overigens niet de originele kist waarin de schilder in 1520 werd begraven. Het huidige exemplaar werd na het onderzoek in 1833 geschonken door paus Gregorius XVI.
Er waren in die tijd al langer twijfels of ‘de goddelijke schilder’ wel echt in dat graf lag. In 1833 is de tombe dus geopend en zijn de overblijfselen onderzocht.
Opmerkelijk is dat daarbij niet één skelet werd gevonden, maar dat er verschillende volledige skeletten en een aantal gedeeltelijke resten tevoorschijn kwamen.
Een aantal van die skeletten bleken te behoren aan leerlingen van Rafaël. De anatoom Antonio Trasmodo onderzocht toen ook een skelet waarvan men vrijwel zeker was dat het dat van Rafaël was, maar hij kon met de beperkte middelen uit die tijd niet met zekerheid uitmaken dat het inderdaad om de schilder ging.
Wel werd er toen een afgietsel in gips gemaakt van de schedel van dat skelet. Het is op basis van dat afgietsel, dat in het museum in zijn geboortehuis in Urbino bewaard wordt, dat de experts van de Universitá degli studi di Roma Tor Vergata de gezichtsreconstructie hebben uitgevoerd.
De wetenschappers stelden eerst een ‘biologisch profiel’ op van Rafaël, om na te gaan of de schedel wel aan hem kon toebehoren. De fysieke kenmerken van de schedel bleken overeen te komen met het beeld dat men had van Rafaël en dus kon men overgaan tot de 3D-reconstructie van zijn gezicht.

Die techniek wordt tegenwoordig wel vaker toegepast om archeologisch of historisch relevante vondsten een gezicht te geven op basis van een schedel. Daarnaast wordt ze ook gebruikt bij forensisch onderzoek.
De onderzoekers kozen ervoor om de computer niet volledig autonoom te laten werken, maar manueel te besturen omdat daardoor volgens hen flexibeler kan worden gewerkt en een realistischer resultaat wordt bekomen.
Vervolgens vergeleek men het eindresultaat met de zelfportretten van Rafaël en met tekeningen en schilderijen die andere schilders van hem hebben gemaakt.
De uiteindelijke resultaten zijn coherent en volledig in overeenstemming met het profiel van de beroemde schilder zoals dat overgeleverd is in de historische bronnen en zoals blijkt uit zijn kunstwerken, verklaart professor Moleculaire Biologie Mattia Falconi.
Voor het eerst hebben we een concreet bewijs dat het skelet dat opgegraven is in 1833 in het Pantheon wel degelijk toebehoort aan Rafaël Sanzio. De reconstructie opent nu ook de weg naar verder moleculair onderzoek in de toekomst, waarmee men de identiteit van het skelet wetenschappelijk nog verder kan uitdiepen, vult professor moleculaire antropologie Olga Rickards aan.
Om dat uit te zoeken hebben de wetenschappers wel DNA van het skelet nodig. De schilder zal dus in de toekomst nogmaals worden opgegraven. Ook dat had vorig jaar al moeten gebeuren, maar de actie werd uitgesteld door de Covid-19 pandemie.
Volgens Rickards zou men op basis van het DNA een aantal fenotypische kenmerken kunnen achterhalen, zoals de kleur van de ogen, het haar en de huid. Ook kan de eventuele aanwezigheid van genetische ‘markers’ worden vastgesteld die wijzen op vatbaarheid voor bepaalde ziektes.

Met ander moleculair onderzoek zou men ook de geografische afkomst kunnen bepalen, al is het van Rafaël bekend waar hij vandaan kwam.
Als het project om het skelet opnieuw op te graven in de toekomst alsnog zou doorgaan, is het team vooral nieuwsgierig om te zien hoe waarheidsgetrouw Rafaël was in zijn zelfportretten.
Het 3D-model toont dat de ogen en de mond in zijn portretten onmiskenbaar de zijne zijn, maar hij is vriendelijk geweest voor zichzelf in verband met zijn neus. We weten dat Rafaël zichzelf vaak jonger afbeeldde dan hij was, en dit model laat ons toe hem te zien zoals hij echt was, aldus Falconi.
Het 3D-model is in een levensgrote buste gegoten die werd geschonken aan de Accademia Raffaello di Urbino. De buste zal permanent tentoongesteld worden in het Museo Casa Natale di Raffaello, het geboortehuis van Rafaël in Urbino.
Het is overigens niet de eerste keer dat de schedel van Rafaël voor ophef zorgt. De Accademia di San Luca in Rome heeft eeuwenlang geloofd dat ze in het bezit was van de schedel van de beroemde schilder.
Die was anderhalve eeuw na het overlijden van Rafaël door de schilder Carlo Maratta (1625-1713) aan de voorzitter van de Accademia geschonken. Het kostbare geschenk werd destijds dankbaar aanvaard en leidde zelfs tot een officiële feestviering in de kunstacademie.
Ook Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) heeft tijdens zijn Italiaanse reis deze zogenaamde schedel van Rafaël nog bewonderd en kon er via relaties zelfs een afgietsel van bemachtigen.
Vandaag weten we dat Maratta behalve een uitstekende portretschilder, ook een fantast was, tenzij de man zich destijds zelf heeft laten oplichten.
Want toen men in 1833 het graf van Rafaël opende, bleek dat het skelet van de schilder volledig en ongeschonden was.
Pech dus voor de Accademia di San Luca, die eeuwenlang een anonieme schedel hadden bewonderd, maar ook voor Goethe die zoveel moeite had gedaan om een afgietsel te bekomen.
De Duitse wetenschapper, schrijver en natuuronderzoeker heeft dat niet meer moeten meemaken, omdat hij zelf een jaar eerder was gestorven.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 5 mei 2021. Bekijk het origineel.

