Palazzo Zuccari in Rome opnieuw open

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Palazzo Zuccari, waar vandaag de Bibliotheca Hertziana – Max Planck-Institut für Kunstgeschichte is gevestigd, heeft na vele jaren restauratiewerk opnieuw de deuren geopend. Veel mensen herinneren zich de fameuze palazzo vooral van de deur en ramen die werden uitgebouwd met afschrikwekkende monsterachtige monden. De schilder Federico Zuccari, die het gebouw in 1591 zelf had gebouwd nadat hij een jaar eerder de grond had gekocht, ontwierp deze duivelachtige deur als een fantastische ingang van zijn tuin. Vandaag is het de toegang tot de bibliotheek van het onderzoeksinstituut. De nieuwe bibliotheek werd ontworpen en in het historische pand geïntegreerd door de Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg. Niets laat vermoeden dat het historische gebouw nu een moderne architecturale parel herbergt. De locatie gaat terug tot de oudheid. Tijdens de werken aan de bibliotheek werden mozaïeken en resten gevonden uit 60 v. Chr. die deel uitmaakten van de beroemde lusttuinen van Lucullus.

In 1590 kocht Federico Zuccari een stuk grond aan de pas aangelegde Via Sistina, dicht bij de Monte Pincio. De naam en faam van Zuccari was toen al lang gemaakt maar paus Sixtus V was de jaren voordien volop bezig geweest met de stadsontwikkeling en probeerde vooral ambachtslieden en kunstenaars naar Rome te lokken. Door het toekennen van speciale privileges en voordelen hoopte paus dat die zich definitief in de stad zouden vestigen. Dergelijke mensen waren volgens de paus erg nuttig om te helpen de stad te verfraaien en aangenamer te maken om in te leven. Daarin had de man natuurlijk geen ongelijk.

De Bibliotheca Hertziana, Max Planck Instituut voor Kunsthistorische Documentatie, is ontstaan dankzij de Joodse filantrope Henriette Hertz (1846-1913). Een jaar voor haar dood, in 1912, bepaalde ze dat de Kaiser-Wilhelm-Society (later Max Planck Instituut) de beschikking kreeg over Palazzo Zuccari mits er een kunsthistorisch instituut zou worden opgericht.

De Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg bouwde met – voornamelijk – staal en travertijn in het historische pand een nieuwe bibliotheekvleugel met daarin een trapeziumvormige binnenplaats. Daar omheen bevinden zich de leeszalen die apart lijken te staan maar toch deel uitmaken van het architectonische geheel. Naar eigen zeggen had de architect de terrastuinen van Lucullus voor ogen toen hij de bibliotheek ontwierp. Niets laat vermoeden dat in het historische Palazzo Zuccari een dergelijk stuk moderne architectuur verborgen zit.

De Bibliotheca Hertziana, Max Planck Instituut voor Kunstgeschiedenis, beschikt over een gespecialiseerde bibliotheek met op dit moment ongeveer 270.000 boeken. De fototheek bezit ongeveer 800.000 foto’s. Wat Italiaanse kunst aangaat is de Bibliotheca Hertziana één van de beste documentatiecentra ter wereld. De Bibliotheca Hertziana, thuisbasis van het Max Planck Institut für Kunstgeschichte, staat dan ook goed aangeschreven bij de wetenschappelijke gemeenschap en bij studenten.

De restauratie van het gebouw en de werken aan de bibliotheek duurden meer dan 10 jaar. Een grondige renovatie van de bibliotheek was door een gebrek aan ruimte en de verplichte aanpassingen aan allerlei (veiligheids)normen al langer noodzakelijk. Er werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven, waarna er ruim een decennium werd gewerkt aan (vooral) het interieur van Palazzo Zuccari. Het project heeft 23 miljoen euro gekost, waarvan 17 miljoen euro werd gesubsidieerd. De rest van het geld is afkomstig van privésponsors, waaronder BASF en Siemens.

Binnen Palazzi Zuccari bevindt zich nu een constructie van staal en glas die wordt gesteund door grote palen die 45 meter diep in grond zitten. Door gebruik te maken van een soort ondergrondse brug kijk je uit op de antieke overblijfselen uit de tuinen van Lucullus die hier werden ontdekt, gaande van vazen en planten tot mozaïeken. Deze werden gevonden op een diepte van negen meter onder het huidige straatniveau. De afbeeldingen, waaronder eentje van Cupido op een dolfijn en een met een wolvenkop in groen en goud, dienden waarschijnlijk als versiering van een groot nymphaeum, een kunstmatige grot met waterwerken. Opgravingen onder de bibliotheek hebben ook een marmeren buste van Venus aan het licht gebracht, vermoedelijk een van de beelden die het nymphaeum versierden.

“De architectuur van de oude Romeinse tuinen kwam tot leven waar wij bijstonden. Het leek wel een droom,” verklaarde Maria Antonietta Tomei, van de Romeinse Archeologische Dienst na de ontdekking. De opgravingstermijn werd een paar keer verlengd in de hoop meer vondsten te doen. De restauratiewerken in het vroegere Palazzo Zuccari waren toen al zes jaar aan de gang. De vondsten dateren uit de 1ste eeuw na Christus. De uitgestrekte tuinen van Lucullus zouden vanaf de Pincio, zowat het hele tegenwoordig bebouwde gebied tot aan de Spaanse Trappen hebben omvat. Van het oorspronkelijke complex zijn niet veel restanten teruggevonden. Slechts een aantal fragmenten van terrassen en de fundamenten van gebouwen zijn al eerder opgegraven.

De Pincio heeft sinds de Middeleeuwen steeds zijn functie als privépark voor belangrijke inwoners van de stad behouden. In de 20ste eeuw werd het park op de heuvel bij de Villa Borghese gevoegd waardoor het hele gebied kon uitgroeien tot een gigantisch openbaar park waar Romeinen zich vooral op warme dagen graag komen ontspannen. De beroemde tuinen van de Romeinse generaal Lucius Licinius Lucullus vormden het model voor latere tuinen in de stad en werden verder ontwikkeld door de Romeinse keizers. De tuinen werden in de 1ste eeuw voor Christus ontworpen rondom een patriciersvilla en waren een van de eerste pogingen landschapsarchitectuur toe te passen in het westen.

Lucius Licinius Lucullus was een beroemd Romeins militair en politicus uit de 1ste eeuw v. Chr. Hij behoorde tot de conservatieve optimates. Hij was quaestor onder de dictatuur van Sulla (87-85 v. Chr.) en een van de zeldzame integere medewerkers van deze dictator. Lucullus was consul in 74 v. Chr. en voerde in die hoedanigheid met succes oorlog tegen koning Mithridates VI van Pontus (in de Derde Mithridatische Oorlog). Tegelijkertijd voerde hij in de provincie Asia een financiële sanering door van de steden, die onder zware schuldenlasten gebukt gingen als gevolg van de woekerpraktijken van de Romeinse belastingpachters en geldschieters. Door zijn toedoen werd de rente van 48% tot 12% verlaagd en renteachterstanden, die de 100% te boven gingen, werden kwijtgescholden.

Daardoor kwam Lucullus in aanvaring met de belangen van de financiële wereld, die tegen hem begon te ageren, zodat hij in 67 v. Chr. zijn commando moest hij overdragen aan Gnaeus Pompeius Magnus maior op aandringen van de hem vijandig gezinde equites. Verbitterd hield Lucullus zich sindsdien buiten de politiek en wijdde zich tot zijn dood in 56 v. Chr. aan de verfraaiing van zijn huizen en parken, zijn visvijvers, zijn waardevolle bibliotheek en zijn kunstverzameling. Hij liet hiervoor onder meer zijn befaamde tuinen aanleggen en gaf zich over aan een leven vol extravagante luxe. Lucullus werd beschouwd als de rijkste man van Rome, na Crassus. Lucullus raakte ook bekend om zijn spreekwoordelijk geworden weelderige en buitengewoon verzorgde maaltijden en zijn voorliefde voor exotische gerechten. Hoeveel hedendaagse restaurants dragen niet de naam Lucullus?

Zijn tuinen, die begonnen op de Pincio, even buiten de stadsmuur, liepen van de top tot aan de voet van de heuvel, waar het Marsveld lag. Lucullus liet er terrassen met fonteinen aanleggen en bouwde een grote villa met een aantal eetzalen die elk een eigen naam hadden. Zo kreeg een van de meest luxueuze zalen de naam Apollo. Hij bouwde in het complex ook een openbare bibliotheek uit, waar zijn befaamde en omvangrijke boekencollectie een plaats kreeg. In de tuinen kweekte hij een grote hoeveelheid exotische planten, waarvan hij er veel had meegebracht tijdens zijn campagne in het oosten. De bekendste hiervan was de kersenboom, die hij zo in Europa introduceerde en had ontdekt in de stad Cerasus in Klein-Azië (een kolonie van Sinope). Het woord kers (cerise in het Frans) is rechtstreeks terug te leiden tot Cerasus.

In het jaar 46 kwamen de tuinen in handen van de consul Valerius Asiaticus. Messalina, de derde vrouw van keizer Claudius, wilde de tuinen echter dolgraag hebben en dwong Asiaticus tot zelfmoord, waarna ze het complex in bezit nam. Lang heeft ze er niet van kunnen genieten, want in 48 bedroog ze haar man, was er sprake van een samenzwering tegen haar echtgenoot en werd ze in de villa ter dood gebracht. Daarna werden de befaamde tuinen van Lucullus keizerlijk bezit.

In de loop van de tweede eeuw werden de tuinen verkocht aan de familie Acilii Glabriones, die er een nieuwe villa lieten bouwen. Hierna stond het complex bekend als Horti Aciliorum. De exacte omvang is onbekend, maar waarschijnlijk strekten de tuinen zich uit over de hele Pincio heuvel, van het Piazza del Popolo in het noorden, de Porta Pinciana in het oosten tot de omgeving van de huidige kerk Trinità dei Monti aan het Piazza di Spagna. In de jaren 270 werd de Aureliaanse Muur om Rome gebouwd en de Pincio heuvel met zijn tuinen viel toen voor het eerst binnen de stadsgrenzen. In de vijfde eeuw kwamen de tuinen in het bezit van de familie Pincia. Het complex stond toen bekend als de Domus Pinciana en de huidige heuvel ontleent hieraan zijn naam.

De oorspronkelijke bewoners van het palazzo, de schilderende broers Federico en Taddeo Zuccari (soms ook wel Zuccaro of Zucchero geschreven) werden er door hun vader al vroeg op uitgestuurd om apart van elkaar de schilderkunst onder de knie te krijgen. Hiervoor verhuisden ze van Sant’Angelo in Vado naar Rome. Als een van de meest gewaardeerde schilders van zijn tijd kreeg Taddeo Zuccari talrijke opdrachten, ondermeer van paus Julius III. In de jaren vijftig kwamen twee van zijn belangrijkste werken tot stand: de beschildering van de Mattei-kapel in de S. Maria della Consolazione (1553-1556) en van de Frangipani-kapel in de S. Marcello al Corso (1558-1559).

Bij de uitvoering van de frescocyclussen in het Farnesepaleis in Caprarola (1560-1561) werd hij geholpen door zijn broer Federico. De jaren daarna schilderde hij voorts in het Vaticaan (Cortile della libreria, Sala Regia), in de Pucci-kapel van de Trinità dei Monti en in de ‘cappella maggiore’ van de S. Maria dell’ Orto. Taddeo Zuccari was ook een vaardig tekenaar; zijn tekeningen zijn van groot belang voor de reconstructie van zijn geschilderd oeuvre, dat door Vasari gedetailleerd beschreven is, maar waarvan een deel is verdwenen.

Federico was een eclecticus en ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het late maniërisme. Hij reisde door de Nederlanden en Frankrijk en verbleef een tijd in Engeland (1574-1575), waar tal van geschilderde en getekende portretten, o.a. van koningin Elizabeth, aan hem worden toegeschreven, en in Spanje (1586-1588), waar hij in het Escoriaal voor Filips II werkte.

In 1593 werd hij de eerste directeur van de Accademia di San Luca in Rome, die hij mee heeft opgericht. Federico maakte in zijn kunsttheoretische verhandeling onderscheid tussen de ‘disegno interno’ (idee) en ‘esterno’ (vorm). Zeer interessant zijn de 87 tekeningen die hij maakte voor Dantes Divina commedia (Uffizi, Florence). Door de prenten die naar zijn schilderijen zijn gemaakt, heeft hij veel invloed uitgeoefend op tijdgenoten, ook buiten Italië. Bekende geschriften van Federico Zuccari zijn Idea de’pittori, scultori ed architetti (1607) en Passaggio per l’Italia (1608).

In zijn woonhuis, het Palazzo Zuccari (aan de huidige Via Gregoriana 30) bevinden zich fresco’s van zijn hand. Deze aparte palazzo werd in 1591 door Federico zelf ontworpen en gebouwd op de grond die hij het jaar voordien had gekocht. Het gebouw is zoals gezegd vooral bekend van de deur en ramen die werden uitgebouwd met afschrikwekkende monden. Federico Zuccari heeft hiervoor waarschijnlijk inspiratie gevonden in het Parco dei Mostri in Bomarzo, nabij Viberbo, zo’n 70 km ten noorden van Rome. Dat park opende in 1552. De bedoeling was om bezoekers te doen aarzelen om naar binnen te gaan. Daardoor was het effect bij het zien van de prachtige tuin daarna extra groot.

Federico heeft zijn mooie huis zelf nooit voltooid gezien, want hij stierf voordat het volledig klaar was. In zijn testament werd wel bepaald dat de woning moest dienen voor de opvang van buitenlandse kunstenaars. Terwijl het gebouw letterlijk rust op de geschiedenis van Rome kijk je vanop het prachtige terras uit over de eeuwige stad. Rondleidingen in de Biblioteca Hertziana kunnen op aanvragen gebeuren.

Alle informatie vind je op www.biblhertz.it

Bibliotheca Hertziana
Max-Planck-Institut für Kunstgeschichte
Via Gregoriana 28-30, Rome

Max-Planck-Gesellschaft
+ 39 0669 993 227
institut@biblhertz.it

Bibliotheca Hertziana
+39 0669 993 242
info@biblhertz.it

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 15 april 2013. Bekijk het origineel.