Paus Adrianus is niet Martinus

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De eerste en tot nog toe enige Nederlandse paus was Adrianus VI, afkomstig uit Utrecht. Die man was ooit nog rector aan de Leuvense universiteit en ook het huidige pauscollege is rechtstreeks terug te voeren tot Adrianus VI. Het was een illustere en boeiende figuur maar vooral een machtig in invloedrijk man, waarover hierna wat meer. Maar, in tegenstelling tot wat weleens wordt gedacht, was paus Adrianus niet de stichter van de KU Leuven. De oprichting van de Leuvense universiteit gebeurde heel wat eerder, in 1425, met goedkeuring van paus Martinus V. Even de beide heren op een rijtje om een historische persoonsverwisseling te vermijden…!

De Katholieke Universiteit van Leuven (België) werd opgericht als Studium Generale Lovaniense op 9 december 1425 door paus Martinus V, en dit op verzoek van hertog Jan IV van Brabant en is daarmee de oudste katholieke universiteit ter wereld. Zij werd officieel geopend op 6 september 1426 en telde toen drie faculteiten: artes, rechten en geneeskunde. In 1432 werd een faculteit voor theologie opgericht. Erasmus stichtte er in de periode 1518-1520 het Collegium Trilingue.

Adriaan Floriszoon Boeyens werd geboren in Utrecht op 2 maart 1459 en studeerde in Zwolle. Van 1478 tot 1491 kwam hij terecht aan de inmiddels goed op dreef zijnde universiteit van Leuven, waar hij in 1491 doctor werd in de theologie. Van 1491 tot 1515 evolueerde hij tot een gezaghebbende professor van de theologische faculteit. In 1507 werd hij opvoeder en weldra raadsheer van keizer Karel V. Als gevolg van die goede relaties werd hij in 1515 naar Spanje gezonden en bewerkte bij Ferdinand II dat de gehele Spaanse erfenis aan Karel toeviel; sedert 1516 leidde hij (in naam) feitelijk de regering, dit samen met kardinaal Ximenes, en na diens dood (1517) en het vertrek van Karel uit Spanje, helemaal alleen. In 1516 werd Adriaan Boeyens bisschop van Tortosa, in 1517 hoofd van de Spaanse Inquisitie voor Aragon en Navarra, in 1518 ook voor Castilië en León, en bracht het op 1 juli 1517 tot kardinaal. Na het vertrek van Karel werd hij diens regent in een opstandig Spanje, dat hem veel last berokkende. Wegens zijn toppositie in Spanje, zijn vriendschap met de koning, tevens keizer, Karel V, en zijn voorbeeldig leven werd hij na een lang conclaaf, dat hij zelf niet bijwoonde, uiteindelijk tot paus gekozen. Dat gebeurde op 9 januari 1522. Maar pas in mei 1522 arriveerde Adriaan Boeyens na een moeilijke en lange reis in Rome. Als naam koos hij – logischerwijze – voor Adrianus, de zesde paus met die naam.

Als zijn voornaamste taken zag hij het tegenhouden van de Reformatie, de hervorming van de kerk en de vereniging van de christelijke machten tegen de aanvallen van de Turken (Rhodos, Hongarije). In de Duitse moeilijkheden greep hij in door nuntius Chieregati naar de rijksdag van Neurenberg te sturen (in de periode 1522-1523). Hij erkende in een Instructie de schuld van kerk en curie en stelde enige niet-belangrijke verbeteringen voor, maar eiste met kracht van de vorsten de doorvoering van het zogenaamde Wormser Edict. In de grote politiek trachtte hij, ondanks de aandrang van zijn vriend Karel, een neutrale houding aan te nemen, maar kon dit niet volhouden.

Ten slotte schreef hij Frans I van Frankrijk een wapenstilstand met Karel V voor (15 april 1523) onder bedreiging van excommunicatie en interdict. Deze te ver gaande opvatting van de pauselijke macht en de gelijktijdige gevangenneming van kardinaal Soderini leidden uiteindelijk tot een volledige breuk met Frankrijk. Adrianus sloot zich toen geheel bij de keizer en de anti-Franse liga aan (3 augustus 1523). De gevolgen van die daden waren zoals bekend voor zijn opvolger, paus Clemens VII. In Rome was zijn leefwijze uiterst sober; hij toonde ook bijzonder weinig belangstelling voor kunstenaars en humanisten. Als opvolger van de prachtlievende en kunstminnaar paus Leo X was de stijve noorderling dan ook zonder meer gehaat, niet alleen door de Romeinen maar ook ver buiten Rome. Zijn landgenoot Erasmus nodigde hij meermaals uit naar Rome maar deze, de reputatie van de paus kennende, weigerde steevast.

Nog tijdens zijn leven als kardinaal liet Adriaan het zogenaamde Paushuis bouwen in Utrecht (1517), waar hij zijn levenseinde hoopte door te brengen. Het lot besliste echter anders. Hij stierf in Rome op 14 september 1523. De paus uit de Nederlanden ligt vandaag begraven in de Santa Maria dell’Anima te Rome, vlakbij de Piazza Navona, waar één van zijn weinige vrienden, Willem van Enckevoort (Enckenvoirt), de enige persoon die Adriaan kardinaal maakte, het praalgraf liet vervaardigen. Het graf van Adrianus VI bevindt zich in de apsis, rechts van het hoofdaltaar. Kardinaal Willem van Enckevoort ligt zelf ook in deze kerk begraven. Het praalgraf van Adrianus VI is gebouwd door Baldassarre Peruzzi. Adrianus VI lag aanvankelijk begraven in de Sint-Pieter, tussen de pausen Pius II en Pius III. Hij was zoals gezegd echter alles behalve geliefd bij de Romeinen. Kort na zijn overlijden werd aan de deur van zijn lijfarts een krans bevestigd met de tekst ‘Voor de bevrijder van het vaderland’. Er hebben lang geruchten gecirculeerd dat Adrianus zou vergiftigd geweest zijn. Tien jaar na zijn dood werden zijn stoffelijke resten naar de Santa Maria dell’Anima overgebracht.

Als hij kon terugkeren zou Adrianus VI met zijn praalgraf alles behalve tevreden zijn. Soberheid was bij hem troef en hij liep alles behalve hoog op met kunstenaars en dichters. Voor de promotie van de kunst (vaak noemde hij kunst en cultuur ‘wantoestanden’) heeft hij dan ook helemaal niets gedaan. Integendeel, Adrianus VI heeft er ooit mee gedreigd Michelangelo’s zoldering van de Sixtijnse kapel wit te laten schilderen en de wereldberoemde Laocoöngroep wilde hij in de Tiber laten gooien. Dit laatste beeldhouwwerk vond hij heidens en getuigend van moreel verval.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 21 augustus 2005 op het Romenieuws-archief.