Paus Paulus VI wordt op 14 oktober heilig verklaard

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Volgens het Italiaanse bisdom Brescia wordt paus Paulus VI (pontificaat van 1963 tot 1978) op 14 oktober heilig verklaard. Een woordvoerder van het bisdom maakte bekend dat de theologische commissie van de Congregatie voor de Heiligverklaringen een mirakel, dat aan paus Paulus VI wordt toegeschreven, heeft erkend. Het gaat om de medisch onverklaarbare genezing van een baby die op kerstdag 2014 na een heel lastige en voortijdige bevalling werd geboren. De heiligverklaring gebeurt in de rand van de bisschoppensynode over  jongeren die plaats heeft van 3 tot 28 oktober.

Paus Paulus VI overleed op 6 augustus 1978 in de pauselijke zomerresidentie in Castel Gandolfo. Hij raakte vooral bekend door Vaticanum II (1962-1965), dat door zijn voorganger paus Johannes XXIII werd bijeengeroepen, maar grotendeels tijdens Paulus’ pontificaat plaatsvond. Hij maakte zich verdienstelijk met de hervorming van de liturgie, zijn inzet voor de vrede en zijn verdediging van het huwelijk en het gezin. Op 19 oktober 2014 werd hij zalig verklaard.

Giovanni Battista Montini (Brescia, 26 september 1897 – Castelgandolfo 6 augustus 1978), was paus van 1963 tot 1978. Hij was sinds 1922 verbonden aan het staatssecretariaat van het Vaticaan. Als substituut (sinds 1937) was hij de rechterhand van de staatssecretaris Eugenio Pacelli (de latere paus Pius XII). Deze benoemde hem in 1952 tot pro-staatssecretaris (samen met Domenico Tardini) en in 1954 tot aartsbisschop van Milaan. Daar gaf hij veel aandacht aan de sociale kwestie (grote volksmissie van 1957, herderlijke brief van 1963). Onder paus Johannes XXIII werd hij in 1958 kardinaal. Hij was lid van de centrale commissie die het Tweede Vaticaans Concilie voorbereidde. Na de dood van Johannes werd hij, in een conclaaf van nauwelijks twee dagen, tot paus gekozen op 21 juni 1963.

Als zijn voornaamste taken zag hij de voltooiing van het concilie en de doorvoering van het ‘aggiornamento’ (het ‘bij de tijd brengen’ van het kerkelijke leven). In beide taken kreeg hij, als opvolger van Johannes XXIII en geestverwant van Pius XII, te maken met conflicten naar ‘rechts’ en naar ‘links’. Reeds tijdens het concilie bleek zijn streven erop gericht te zijn desnoods tot het uiterste te gaan om standpunten te verzoenen. De doorvoering en realisering van de conciliebesluiten riepen moeilijkheden op, vooral in de Curie. In de constitutie Regimini ecclesiae universae kondigde Paulus VI op 15 augustus 1967 een (gematigde) curiehervorming af.

Zijn eerste encyclieken stonden in het teken van de concilieproblematiek (Ecclesiam suam, over de kerk, 6 augustus 1964; Mysterium fidei, over de eucharistie, 3 september 1965). In twee sterk omstreden kwesties, het priestercelibaat en de geboorteregeling, handhaafde hij in de encyclieken Sacerdotalis caelibatus (24 juni 1967) en Humanae vitae (25 juli 1968) onverkort het standpunt van zijn voorgangers. Beide encyclieken brachten binnen de kerk heftige discussies op gang. Op het vlak van de geloofsleer demonstreerde Paulus een overgrote bezorgdheid voor het pauselijke gezag. Daarbuiten toonde hij een open en vooruitstrevende houding op sociaal gebied, alsmede daar waar het kwesties van de wereldvrede betreft, getuige o.a. zijn encycliek Populorum progressio (26 maart 1967) over het ontwikkelingsvraagstuk, die algemene bijval vond.

De reizen van Paulus VI kregen veel publiciteit, zoals onder meer zijn uitstap naar Israël (1964), de VN (1965), de Wereldraad van Kerken (1969) en naar het Verre Oosten (1970). Voor de oecumenische beweging verwierf hij grote verdiensten door zijn toenadering tot de orthodoxe patriarch Athenagoras (1964, 1967) en de anglicaanse aartsbisschop Ramsey (1966).

In de Nederlandse kerkprovincie werd het oordeel over zijn pontificaat vertroebeld door zijn persoonlijke steun aan twee omstreden bisschopsbenoemingen (in 1970 – Adrianus Simonis voor Rotterdam, en in 1972 – Joannes Gijsen voor Roermond). Daartegenover bezorgden de zogenaamde Ostpolitik van het Vaticaan (de voorzichtige toenadering tot communistische regeringen) en de doorvoering van het nieuwe Romeins Missaal (1970) hem de naam van ‘rode’ respectievelijk ‘modernistische’ paus. Zeker is dat de verscherpte polarisatie binnen de katholieke kerk het kruis is geweest voor deze veelzijdige, ‘verscheurde’, paus.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 24 december 2017. Bekijk het origineel.