In het Spaanse Jaén (Andalusië) werden de restanten ontdekt van wat vermoedelijk een postkantoor was evenals andere administratieve gebouwen uit de Romeinse tijd. De overblijfselen van de gebouwen bevinden zich naast de ruïnes van de boog van Augustus die twee jaar geleden werd ontdekt in de gemeente Mengíbar.
Het team van archeoloog Cristóbal Pérez Barea wacht momenteel op toestemming van de overheid om verder te graven. Het opzoekingswerk werd kort na de ontdekking stilgelegd omwille van de viruscrisis.
De in 2018 ontdekte boog van Augustus dateert uit 2 v. Chr. en diende als grens en doorgang tussen de Romeinse provincies Tarraconensis en Bética. De aanwezigheid van administratieve kantoren op deze plek zou volgens archeoloog Pérez Barea logisch zijn. Uit onderzoek blijkt dat de doorgang slechts tweehonderd jaar werd gebruikt.
De universiteit van Jaén heeft onlangs aan de hogere overheid gevraagd om een budget vrij te maken om de structuur van de boog te opnieuw te creëren en zo dit stukje cultureel erfgoed te herstellen. De boog van Augustus werd in mei 2019 opgenomen in de catalogus als cultureel historisch erfgoed van de Spaanse provincie Jaén.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 12 juni 2020. Bekijk het origineel.

