Precies 500 jaar geleden werd de Sixtijnse kapel ingewijd

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Vandaag, precies 500 jaar geleden, vond de officiële inwijding van de Sixtijnse kapel plaats. Dat gebeurde door paus Julius II. Hoewel de kapel al veel eerder was gebouwd waren de kardinalen en officiële genodigden er pas voor het eerst welkom op 31 oktober 1512. Die dag hielden ze er hun avondgebed. Paus Benedictus XVI zal vanavond precies hetzelfde doen om te gedenken dat de meest beroemde kapel ter wereld 500 jaar bestaat. Vaticaanstad en Rome bereiden zich ondertussen voor op wat één van de grootste culturele evenementen van het decennium moet worden: de viering van 500 jaar Sixtijnse kapel in 2013. In Rome en Vaticaanstad wordt momenteel zowat alles wat met Michelangelo te maken heeft gerestaureerd, bijgewerkt en opgeknapt.

De Sixtijnse kapel werd tussen 1475 en 1481 gebouwd door Giovannino de’ Dolci in opdracht van paus Sixtus IV, naar wie het bouwwerk later ook werd vernoemd. Sixtus IV was geboren als Francesco della Rovere en was paus van 1471 tot 1484, in feite de eerste vertegenwoordiger van het sterk verwereldlijkte renaissancepausdom. Zijn carrière begon als minderbroeder, in 1464 werd hij generaal van zijn orde. Paulus II benoemde hem in 1467 tot kardinaal en op 9 augustus 1471 werd hij gekozen als diens opvolger.

Ordegenoten maakten gebruik van zijn gebrek aan ervaring, o.a. door privileges te vragen (het zogenaamde Mare magnum van 1474) en door het aantal Mariafeesten te laten uitbreiden. Ook zijn familie maakte schromelijk misbruik van de paus door geld, goed en kerkelijke waardigheden op te eisen. De beruchtsten waren zijn neef Giuliano della Rovere (de latere paus Julius II), Pietro Riario, minderbroeder (driemaal bisschop, tweemaal aartsbisschop, patriarch van Constantinopel en kardinaal), en vooral Girolamo Riario, ‘de demon van de paus’, die de pauselijke staten uitputte door zinloze oorlogen met Ferrara en Napels (1482) en de paus zwaar compromitteerde door zijn aandeel in de moord op Giuliano De’ Medici tijdens de Pazzi-samenzwering in Florence (1478).

De wraak van De’ Medici werd door de paus beantwoord met excommunicaties en een interdict over de stad; de daaropvolgende oorlog verloor hij echter. Vetes tussen de famillies Orsini, Colonna en later de Borgia’s waren dankzij dit nepotisme schering en inslag. Een en ander kostte zoveel geld dat de aflaten vermeerderd en de kosten voor beneficies verhoogd moesten worden.

Maar ondertussen bouwde Sixtus IV rustig voort aan wat later bekend zou worden als de Capella Sistina, de Sixtijnse kapel. Een vroegere studiegenoot, de dominicaan Andreas Zamometic, sedert 1476 aartsbisschop van Granea, keerde zich vanaf 1480 tegen de misstanden aan het pauselijke hof. Zijn poging om het Concilie van Basel te heropenen (1482) en de paus te doen veroordelen, mislukte o.a. door gebrek aan medewerking van keizer Frederik III.

De paus liet deze persoonlijke triomf door Botticelli vereeuwigen in een fresco in de kapel en vaardigde opnieuw het verbod uit te appelleren op een algemeen concilie (1483). Aan de katholieke koningen van Spanje stond hij de herinvoering van de Spaanse Inquisitie toe (1478). Wegens zijn grootscheepse opdrachten en uitgaven voor de stad Rome kreeg hij de eretitel Instaurator Urbis (Inrichter van de stad).

De muurschilderingen op de zijwanden van de Sixtijnse kapel zijn vervaardigd door Sandro Botticelli, Pietro Perugino, Domenico Ghirlandaio, Cosimo Rosselli en Luca Signorelli. Op de schilderingen worden belangrijke gebeurtenissen uit de christelijke geschiedenis afgebeeld, ingedeeld in drie perioden: vóór Mozes de Tien Geboden ontving, de tijd tussen Mozes en Christus en het tijdperk dat erop volgde.

Het plafond was oorspronkelijk azuurblauw geschilderd en met gouden sterren gedecoreerd, maar Paus Julius II besloot in 1508 dat er een nieuw fresco geschilderd moest worden. Hij contracteerde Michelangelo, hoewel deze zich tot dan toe vooral met beeldhouwen bezig had gehouden.

Michelangelo schilderde de fresco’s tussen 1508 en 1512 voor een bedrag van 3.000 dukaten. In 1535 werd Michelangelo opnieuw benaderd voor een schilderopdracht in de kapel. Deze keer moest de muur achter het altaar beschilderd worden met een afbeelding van het Laatste Oordeel. Dit fresco werd in 1541 voltooid.

De kapel is vooral bekend als de plaats waar de kardinalen in geheime afzondering een nieuwe paus kiezen. Het is de meest bekende kapel in het Apostolisch Paleis, de residentie van de paus in Vaticaanstad. Tijdens de openingsuren van de Vaticaanse Musea komen in de kapel dagelijks ongeveer 25.000 mensen een kijkje nemen. Op echt drukke dagen zijn er dat 30.000. In de praktijk betekent dat er jaarlijks tegen de 5 miljoen bezoekers opdagen om de Sixtijnse kapel te bezoeken.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 31 oktober 2012. Bekijk het origineel.