Prodi neemt ontslag, vermoedelijk nieuwe verkiezingen

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De Italiaanse premier Romano Prodi (68) heeft gisteren de gevreesde vertrouwensstemming in de Senaat verloren en in de loop van de avond het ontslag van zijn regering aangeboden bij president Napolitano. 161 senatoren stemden tegen Prodi en slechts 156 voor. Er was één onthouding. Het verlies van de vertrouwensstemming door Prodi in de Senaat werd verwacht en betekenen meteen het einde van de 61ste naoorlogse Italiaanse regering. Vermoedelijk volgen nu nieuwe verkiezingen. Al is het steeds mogelijk dat president Giorgio Napolitano een voorlopige, technische regering aan het werk zet. Die moet zich dan vooral bezighouden met de hervorming van de Italiaanse kieswet die voor velen wordt gezien als de oorzaak van de zwalpende en onstabiele regering-Prodi die slechts 20 maanden aan de macht bleef. Die kieswethervorming zou de kleine snipperpartijtjes veel minder macht geven.

De directe aanleiding van de huidige crisis is echter het ontslag van justitieminister Clemente Mastella en het terugtrekken van diens kleine katholieke centrumpartij UDEUR uit de regering. Mastella wordt samen met zijn vrouw genoemd in een corruptieschandaal. Mastella vond dat hij te weinig steun kreeg van zijn collega-ministers en verliet de regering.

Woensdag kreeg Prodi nog wel het vertrouwen van de Kamer van Afgevaardigden, de Italiaanse Tweede Kamer. Daar beschikte Prodi over een ruime meerderheid. De premier had daarom gevraagd nadat UDEUR uit de regering was gestapt en daardoor zijn zeer nipte meerderheid in de Senaat kwijt raakte. Van verschillende kanten was er bij Prodi op aangedrongen het niet op een cruciale stemming in de Senaat te laten aankomen en de eer aan zichzelf te houden. Dat deed hij dus niet, maar het resultaat blijft één dag later wel hetzelfde: de Italiaanse regering is gevallen. Het probleem is dat zowel links als rechts niet zitten te wachten op vervroegde verkiezingen. Alleen de vorige premier, Silvio Berlusconi, wil niets liever.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 24 januari 2008 op het Romenieuws-archief.