Raadsels rond ijsmummie xc3x96tzi blijven bestaan

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De prehistorische IJsman Ötzi stierf niet eenzaam in een grot, maar werd door zijn dorpsgenoten plechtig in een rotsgraf bijgezet, denken Italiaanse archeologen. In 1991 vonden twee Duitse wandelaars een gemummificeerd mannenlijk, 3.210 meter hoog in de Alpen. Hoofd en schouders van de mummie staken uit het ijs van de Similaungletsjer, vlakbij de grens tussen Oostenrijk en Italië. De man bleek te stammen uit de Kopertijd en hoewel hij 5.200 jaar dood was, beschikte hij nog over al zijn vingers, tenen en organen – alleen zijn geslachtsdeel ontbrak. Ook zijn wapens, bergkledij en rugzak waren al die tijd in het ijs bewaard gebleven.

De voorbije tien jaar is veel onderzoek verricht naar de doodsoorzaak van de IJsman, die stierf rond zijn veertigste jaar, en naar de omstandigheden waarin hij onder het ijs bedolven raakte. Stierf hij door onderkoeling of door uitputting? Verdronk hij in een plas smeltwater van de gletsjer? Was hij een schaapherder die werd omgebracht en van zijn kudde beroofd? Was hij een sjamaan, die ritueel werd geofferd op de Similaunberg, een Dolomietentop die de Tirolers vandaag nog altijd als 'heilig' beschouwen?

De meeste archeologen denken dat Ötzi, naar zijn vindplaats in het Ötztal vernoemd, gewond en alleen stierf in een grot, waar hij mogelijk dekking had gezocht voor belagers. Hij had een zware hoofdwond en in zijn linkerschouder zat een vuurstenen pijlpunt. Maar in het vakblad Antiquity presenteerden Romeinse archeologen zopas een heel andere these. Zij denken dat Ötzi al enkele maanden dood was toen hij door zijn dorpsgenoten de berg werd opgedragen voor een ceremoniële begrafenis in de grot, waar hij werd bijgezet te midden van zijn bezittingen.

Dat leiden ze af uit de nette schikking van Ötzi's spulletjes (een koperen bijl, een vuurstenen dolk, een pijlkoker, een onafgewerkte houten boog en pijlen, een soort rugdrager, een doos uit berkenbast, als medicijn geschikte paddenstoelen, en zelfs een groot deel van zijn kleren) rond zijn lichaam. Tot dusver werd ervan uitgegaan dat Ötzi de spullen inderhaast had neergegooid in de grot waar hij beschutting zocht voor een sneeuwstorm of zich schuilhield voor belagers.

Maar volgens Alessandro Vanzetti van de universiteit La Sapienza waren Ötzi's eigendommen juist zorgvuldig neergelegd op een verhoogje zo'n vijf meter van de IJsmans latere vindplaats vandaan – de rugzak lag daar in 1991 nog steeds. De overige spullen moeten verspreid zijn geraakt door de werking van het ijs en de zwaartekracht, denkt Vanzetti – lichte voorwerpen zoals Ötzi's boog en pijlkoker, raakten immers minder op drift dan zware, zoals zijn bontjas en zijn lichaam. Ook kan een begrafenisceremonieel verklaren waarom in Ötzi's maag stuifmeel werd gevonden van planten die in april bloeien, terwijl het overige stuifmeel in de grot van zomerse planten afkomstig lijkt te zijn. Kennelijk zaten er enkele maanden tussen Ötzi's overlijden en zijn 'bijzetting' in het rotsgraf.

'We denken dat zijn lijk na zijn dood enige tijd in een of andere kelder werd bewaard', vertelde Vanzetti aan Deutsche Welle. Dat gebeurde in de Kopertijd wel vaker, als een lichaam vanwege sneeuw en ijs niet onmiddellijk kon worden begraven. Niet iedereen gaat in Vanzetti's redenering mee. Albert Zink van het Instituut voor Mummies en de IJsman in Bolzano, bijvoorbeeld, betrokken bij pogingen om Ötzi's DNA in kaart te brengen, vindt Vanzetti's conclusie niet erg overtuigend. 'Er zijn een paar dingen die het begrafenisscenario onderuithalen', zei hij aan Deutsche Welle, zoals het feit dat de IJsman werd teruggevonden met zijn linkerarm boven zijn borst geheven, iets wat volgens Zink bij een formele begrafenis zeker zou zijn vermeden. (Bron: De Standaard)

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 9 september 2010. Bekijk het origineel.