Regering redt Rome op het nippertje van faillissement

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De pas aangetreden regering van Matteo Renzi geeft de stad Rome 570 miljoen euro steun, al moet het parlement die maatregel wel nog goedkeuren. Daardoor is het dreigende faillissement van de stad op de valreep afgewend. Rome kan nu haar ambtenaren betalen, het openbaar vervoer blijft rijden omdat de benzine van de autobussen weer voor enkele maanden wordt betaald en het vuilnis wordt opgehaald. Zelfs de straatverlichting blijft branden omdat de elektriciteitsrekening weer eventjes kan worden vereffend. Burgemeester Ignazio Marino had een gat van 816 miljoen euro in zijn bgroting en verklaarde eerder dat Rome vanaf maart 2014 in de financiële problemen zou komen. Het gevaar is nog niet afgewend, maar door de toezegging van premier Renzi iets minder acuut.

Van zijn voorgangers erfde de vorig jaar verkozen burgemeester Ignazio Marino een schuldenberg van bijna 15 miljard euro. Hij moet zelfs de Romeinen nog betalen, die vanwege de bouw van het olympische dorp voor de spelen van 1960 moesten verhuizen. Als de stad niet zou worden gered, zou het zijn alsof Nero Rome nog eens laat afbranden, betoogde Marino. En hoe zou hij aan de paus moeten uitleggen dat er tijdens de heiligverklaring van Johannes XXIII en Johannes Paulus II op 27 april gewoon geen bussen zouden rijden?

De woorden van Marino zijn niet zonder gevolg gebleven. De kersverse premier Matteo Renzi verving zelfs zijn aanvankelijke plan om Rome met 485 miljoen te steunen door een nieuw initiatief waarmee de stad Rome snel 570 miljoen euro krijgt. Die maatregel moet nog wel worden goedgekeurd door het parlement en belooft bij de oppositie op nogal wat weerstand te botsen. Maar gezien er in principe meerderheid tegen minderheid wordt gestemd, zal dat – tenzij er dissidenten opdagen – geen al te groot probleem vormen.

Renzi verbindt ook voorwaarden aan de financiële toegeving van de nationale regering. Zo moet het Romeinse stadsbestuur een nieuw meerjarenplan opstellen en verantwoorden hoe ze het begrotingstekort gaan verkleinen, de stad Rome moet onroerend goed verkopen en de stedelijke ambtenarij moet efficiënter worden georganiseerd. De werking van de stad Rome kost jaarlijks 5,5 miljard euro en het ambtelijke stadsapparaat is een logge bureaucratische machine.

De stad Rome heeft ongeveer 60.000 mensen in dienst, al is het volgens de officiële gegevens op een paar duizend mensen na, niet helemaal duidelijk hoeveel het er nu precies zijn. De rest is tewerkgesteld bij diensten zoals het stedelijke vuilnisbedrijf AMA of de openbare vervoermaatschappij ATAC, die bijna 13.000 personeelsleden heeft, vrijwel evenveel als luchtvaartmaatschappij Alitalia. Al deze openbare diensten zijn verlieslatend maar het personeel moet wel door het Romeinse stadsbestuur worden betaald.

Ter vergelijking: de bankengroep Intesa Sanpaolo telt ongeveer 70.000 werknemers. Maar een grote industriële groep zoals Finmeccanica heeft “slechts” 45.000 mensen in dienst en energiemaatschappij Enel ongeveer 37.000. Het aantal werknemers bij de stad Rome ligt ruim boven het landelijke gemiddelde. Dat bedraagt 7,59 gemeentelijke medewerkers per duizend inwoners. In Rome zijn er dat 9,10 op duizend inwoners. Bij alle Italiaanse gemeenten samen staan bijna 460.000 mensen op de loonlijst. Ter vergelijking: de stad Milaan heeft zowat 16.000 werknemers.

Rome heeft geen industriële activiteiten en is voor haar inkomsten vooral afhankelijk van taksen, ondermeer op het openbaar vervoer en de huisvuilophaling. Maar zowat één op vier passagiers in de stad rijdt in het zwart. Het inkomstenverlies van alleen al dat maneuver wordt geraamd op 100 miljoen euro. Marino nam wel reeds maatregelen. Zo gingen de prijzen voor crematies en begraafplaatsen omhoog en besliste hij de aanbestedingen voor de stad te centraliseren. Die maatregel moet een besparing van 300 miljoen euro opleveren.

Rome heeft ook gigantisch veel extra politiekosten omdat alle grote betogingen van het land in Rome plaatsvinden. Ook het grote aantal toeristen vereist extra politietoezicht. Iedereen weet dat Rome een unieke stad is, daarom verdienen we ook extra overheidssteun, verklaarde burgemeester Marino. H et stadsbestuur overwoog vier jaar geleden al een belasting te heffen op betogingen en massa-evenementen. Ook zouden de organisatoren van betogingen voortaan moeten meebetalen voor de kosten ervan.

Maar die voorstellen werden nooit in de praktijk omgezet omdat ze in strijd zouden zijn met de vrije meningsuiting. Rome is de talrijke manifestaties, meer dan 2.000 per jaar, vaak met honderdduizenden deelnemers, grondig beu. De kostprijs voor de inzet van politie, veiligheidsvoorzieningen en het reinigen van de straten na elke betoging is de voorbije jaren sterk opgelopen. De extra kosten, het vele overwerk, de talrijke mensen die de stad moet inzetten worden blijkbaar als heel normaal bevonden, maar zijn het niet. Mensen hebben geen idee van de kostprijs van dergelijke evenementen, aldus het stadsbestuur.

Voor een betoging van slechts 10.000 mensen (in Rome gaat het vaak om vele honderdduizenden betogers) moet de stad 7.000 euro extra uittrekken voor de inzet van de stedelijke politie, 5.000 euro voor de opruiming door de reinigingsmaatschappij AMA en nog eens 5.000 euro voor het inschakelen van diverse veiligheidsvoorzieningen zoals het paraat houden van ambulances, hulpverleners en civiele bescherming. Daar komt nog eens 1.000 euro bij voor de inschakeling van extra communicatieapparatuur. In totaal gaat het dus om zowat 18.000 euro per 10.000 betogers. Voor een grote betoging lopen de kosten op tot 40.000 euro (politie), 65.000 euro (AMA), 50.000 (sanitair en hulpdiensten), 50.000 euro (civiele bescherming) en 10.000 euro (communicatie). Rome protesteert al lang tegen het feit dat al deze extra kosten worden afgewenteld op de Romeinse burgers, lees: belastingbetalers.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 3 maart 2014. Bekijk het origineel.