De koffiebars, restaurants en ijsjeswinkels in Rome mochten aan het einde van de lockdown reeds op 18 mei opnieuw de deuren openen. Maar lang niet iedereen deed dat. Vele uitbaters zien het niet zitten om te werken in een stad zonder toeristen, het is gewoon niet rendabel. De restaurantsector komt ook maar schoorvoetend op gang.
Niet alle klanten associëren de strenge veiligheidsregels met een gezellig etentje of een avondje uit. Een aantal eigenaars houdt de deuren gewoon dicht en blijven zich voorlopig beperken tot het aanbieden van een afhaalformule en bezorgen eten aan huis. Alleen de ijsjeszaken floreren.

Erger is dat de vooruitzichten bovendien niet zo rooskleurig zijn. Het internationale luchtvaartverkeer komt stilaan weer op gang, maar het zal nog een hele tijd duren vooraleer het toerisme weer een commercieel aanvaardbaar niveau bereikt.
Ondanks het feit dat de Italianen hun espresso niet kunnen missen, zien ook de koffiebars momenteel zwarte sneeuw. Er zijn natuurlijk wel een heleboel locals die dagelijks komen opdagen voor hun cappuccino en koffiekoek, maar de Romeinse horeca kan niet leven van de inwoners alleen.

De huurprijzen van hun panden en de bijhorende vaste kosten zijn torenhoog. Uitbaters van een horecazaak hebben een bepaalde omzet nodig om alleen nog maar uit de kosten te kunnen komen. Vele uitbaters merken nu al dat ze die omzet absoluut niet kunnen halen met alleen maar de schaarse klanten die nu in Rome rondwandelen.
Bovendien werken de meesten nu nog zonder of met veel minder personeel dan vóór de viruscrisis. Eigenaars die al jaren rustig achter de schermen toekeken en, bijna letterlijk, op het einde van de dag of de week alleen maar hun opbrengst moesten tellen, staan nu opeens zelf terug aan de kassa.
De uitbater van een populaire bar die vroeger steevast zelf op zijn eigen drukke terrasje zat te genieten en te babbelen met zijn klanten, heeft zijn personeel tijdelijk naar huis gestuurd.
Hij neemt nu zelf de schaarse bestellingen op, schenkt eigenhandig de glaasjes bier of frisdrank in en maakt zelf koffies klaar. Vervolgens brengt hij die ook aan tafel. Ik heb toch niets anders te doen, klinkt het cynisch.

We hopen dat de toestand snel herpakt, maar het historische centrum van Rome is een woestijn geworden, zegt de baas van een populaire tavola calda in hartje Rome. In normale tijden kan je hier over de koppen lopen.
In de spitsuren springen pendelaars en mensen die in de buurt werken snel even binnen voor een koffie of een spremuta terwijl ze hun lunchpakket laten klaarmaken. Vooral de dagelijks vers geleverde porchetta is hier erg geliefd.
In normale omstandigheden zit de zaak de rest van de dag meestal vol toeristen. Eten kan hier worden meegenomen (wat doorgaans gretig gebeurt) maar ook ter plaatse worden genuttigd. De eigenaar heeft sinds de heropening, precies een maand geleden, zijn gewone omzet met 80 procent zien terugvallen.

Ik vraag me eigenlijk af waarom we open zijn, zegt de man. Jawel, we kunnen een aantal van onze vaste klanten opnieuw van dienst zijn, maar er is hoegenaamd niets aan verdiend.
Er zijn geen toeristen en ook Italianen uit de regio die eens een dagje naar de stad komen zien we nog niet. Op zaterdag is het weliswaar iets drukker, maar niet genoeg om al onze vaste kosten te kunnen betalen. Dit is niet lang houdbaar.
De charme van de volle terrasjes, gezellig aperitieven en vrolijke etentjes is inderdaad nog ver weg. Vooral ’s avonds oogt de stad erg stil. Alles lijkt verlaten, de winkelverlichting is op vele plaatsen gedoofd. De nacht is donker en zonder animo.
In de buurt van de grote fonteinen zoals de Trevi en de Vierstromenfontein hoor je het water zoals vanouds klateren. Maar dat is het dan ook wel, in de latere uren zijn er nauwelijks mensen op straat.

De baas van een doorgaans goed werkende horecazaak op Piazza della Rotonda aan het Pantheon verwoordt het zo: toeristen zijn onze grondstof, de motor waarop we draaien.
Zelfs nu we van het stadsbestuur toestemming kregen om meer tafels en stoelen op ons terras te plaatsen en we tot het einde van het jaar ook geen vergoeding moeten betalen voor het gebruik van de openbare ruimte, hebben we nog altijd meer kosten dan inkomsten. Het heeft trouwens nog geen zin om nu al extra terrassen neer te zetten, er is gewoon niemand om erop te zitten, stelt de uitbater.
Heel wat van zijn collega’s hebben inmiddels hun conclusies getrokken en zijn ofwel opnieuw dicht of hebben op 18 mei zelfs de moeite niet gedaan om te heropenen. Tegen beter weten heb ik de zaak toch heropend, met een absolute minimumbezetting aan personeel en met een zeer beperkt aantal terrastafels.
Normaal heb ik twaalf mensen vast in dienst, momenteel nog twee. Enkele personeelsleden hebben overigens al laten weten dat ze zelfs niet meer kunnen komen werken omdat ze geen geld meer hebben om benzine te kopen voor hun scooter.
De meesten wonen ver in de buitenwijken, met de metro en de bus zijn ze uren onderweg. Als ik wil dat ze naar het centrum komen om te werken, zal ik hun geld moeten voorschieten, anders blijven ze thuis, klinkt het.
Zo schrijnend blijkt de situatie soms inderdaad te zijn. Wonen in Rome is duur en wie zonder inkomen valt, overleeft hier niet lang. De armoede slaat snel toe. Vooral jonge mensen zijn daarvan het slachtoffer. Ze kunnen ook nergens anders gaan werken, want de situatie is overal hetzelfde. In de buitenwijken is het zelfs vaak nog erger gesteld.
Vele mensen die werkloos thuis zitten hebben sinds het begin van de crisis nog altijd geen cent ontvangen, wij ook niet trouwens, zegt de horecabaas. De overheid belooft vanalles maar in de praktijk gebeurt er nauwelijks iets.
Als je een ambtenaar contacteert zegt die dat we nog wat geduld moeten hebben, dat ze ermee bezig zijn, dat ons dossier in behandeling is. Maar dat zeggen ze al drie maanden. Zelfs met de minimumbezetting draaien we momenteel met verlies, klinkt het op de Piazza della Rotonda.

Hetzelfde verhaal is te horen bij signore Ricci, de eigenaar van de bekende koffiebar Sant’Eustachio. Ook daar staat de baas nu zelf opnieuw in de zaak, samen met zijn dochter Federica. Het personeel is weg, de klanten ook.
Vroeger schonken we op een gemiddelde dag ruim 3.000 kopjes koffie, nu nog honderd. Dan weet je het wel. Het is onmogelijk om daarvan rond te komen. Zonder toeristen kunnen we het vergeten, zucht de man.

Paolo De Stefano is de baas van de populaire trattoria da Bucatino aan de Via Luca della Robbia in de wijk Testaccio. Hij runt de zaak al bijna dertig jaar samen met zijn oom Rolando. Het restaurant staat goed aangeschreven bij zowel locals als toeristen en is onder meer bekend van zijn uitbundige en rijke pastaschotels.
Klanten krijgen hier desgewenst een slabbetje om, iets wat het altijd goed doet bij bepaalde toeristen. Het is een vrij intieme en typische gezellig-rommelige locatie, maar waar door de virusmaatregelen vandaag alle charme weg is.
Het aantal tafels en stoelen is zowat gehalveerd en het geliefde antipastibuffet is verdwenen, want dat mag niet meer worden opgesteld. Er zijn papieren wegwerpversies van de menukaart gemaakt en die zijn ook digitaal beschikbaar.
Zoutvaatjes zijn vevangen door wegwerpzakjes. Het brood arriveert niet meer in mandjes aan tafel maar in verzegelde zakjes. Overal staan flessen met handontsmettingsproducten. Het personeel draagt verplicht mondmaskers. Klanten die rechtstaan van tafel moeten eveneens een mondkapje opzetten.
Sinds enkele weken bezorgt Paolo ook eten aan huis om de zware terugval in zijn omzet enigszins te compenseren. Maar het is niet genoeg, onze omzet is momenteel onvoldoende om er ook nog winst uit te halen. Eigenlijk zijn we tegen beter weten in open, zegt de man.

‘s Avonds komen locals hier vaak wel een hapje eten, maar dat is doorgaans een snelle hap, een bordje pasta of zo. Geen avondvullende maaltijd met alles erop en eraan zoals de toeristen graag bestellen.
Het zijn inderdaad de grotere tafels of groepen die een volledige menu kiezen, met enkele flessen goede wijn, tot en met de koffie, die zorgen voor omzet. Met de klandizie van de Romeinen alleen komen we er helaas niet, al blijft natuurlijk iedereen welkom, besluit Paolo.
Burgemeester Virginia Raggi deed eerder al een emotionele oproep naar de Italianen en buitenlandse toeristen om Rome opnieuw te bezoeken. Het ziet ernaar uit dat ze die oproep nog enkele keren zal moeten herhalen.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 20 juni 2020. Bekijk het origineel.
