Romeinse ruzie tussen Nijmegen en Maastricht

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Maastricht moet stoppen met zich te profileren als de oudste stad van Nederland. Dat vindt de Nijmeegse burgemeester Thom de Graaf. Hij heeft zijn collega Gerd Leers in Maastricht een brief geschreven waarin hij nogmaals omstandig uitlegt waarom Nijmegen zich met recht én wetenschappelijk verantwoord als de oudste stad van het land presenteert. Hij wijst Gerd Leers er zelfs fijntjes op dat zelfs de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen al jaren geleden erkend heeft dat Nijmeegse de oudste stad is van het land. Panhuysen baseerde dat onder meer op basis van een onderzoek naar de Romeinse godenpijler die in de jaren tachtig van de vorige eeuw gevonden is nabij het Kelfkensbos. Die zuil is het symbool dat Nijmegen aan het begin van de jaartelling al het stedelijk en administratieve centrum voor de Romeinen was in deze streek. De Romeinen gaven Nijmegen ook stadsrechten. Maastricht viel in die periode onder het departement Tongeren.

Maastricht verdedigt zich altijd met de stelling dat Nijmegen tussen de derde en de zevende eeuw, na het vertrek van de Romeinen niets meer voorstelde. Er zou in Nijmegen geen sprake zijn geweest van continue bewoning. Maastricht daarentegen zou vanaf de Romeinse tijd twintig eeuwen continu bewoond zijn geweest. Leers vindt dit ook hét argument om Maastricht als de oudste stad neer te zetten. De Graaf wil daar echter niks van weten. Nijmeegse archeologen hebben de afgelopen decennia voldoende bewijzen bij opgravingen gevonden dat Nijmegen ook een continue ontwikkeling heeft gekend na de Romeinse periode. De Graaf wijst op de resultaten van opgravingen in grafvelden rond het Valkhof en bij de Mariënburg. (Bron: De Gelderlander)

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 17 februari 2009. Bekijk het origineel.