Romeinse sagen en legenden

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Schatkamer van kunst en taal.

Aeneas en Dido, Romulus en Remus, de Sabijnse Maagdenroof. Slechts een handvol figuren en verhalen uit de Romeinse tijd doen bij de meeste mensen nog een belletje rinkelen. Toch is precies die Romeinse sagenwereld een grote inspiratiebron geweest voor onze westerse literatuur, muziek, kunst en taal. Dit boek gidst u naar het vaak ongekende Rome van goden en koningen, van turbulente oorlogen en verraderlijke intriges. Dit boeiende basiswerk laat u kennismaken met nagenoeg alle verhalen uit dit klassieke erfgoed. Zowel de Aeneis van Vergilius als Ab urbe condita van Livius werden compleet naverteld en aangevuld met verhalen van o.a. Ovidius, Plutarchus, Tacitus en Dionysius van Halicarnassus. Auteur Jo Claes stelde het boek op dinsdag 3 juni in boekencafé De Dry Coppen voor aan S.P.Q.R. Jo Claes schreef eerder ‘De Bijbel. Schatkamer van kunst en taal’ en ‘Griekse mythen en sagen. Schatkamer van kunst en taal’, over de andere grote bronnen van onze cultuur. Dit nieuwe boek is het laatste deel in deze kunsthistorische triologie. Jo Claes is tevens medeauteur van het drieluik Sanctus, Sancti en Sanctorum, praktische standaardwerken om heiligen te herkennen.

Clublid Jef Abbeel schreef over ‘Romeinse sagen en legenden’ onderstaande recensie.

Een groot aantal verhalen uit de Romeinse geschiedenis worden in dit boek naverteld. Telkens onderzoekt de auteur welke invloed ze hadden op latere schilders, beeldhouwers, miniaturisten en welke sporen ze nagelaten hebben in ons taalgebruik. De volgorde is chronologisch, vanaf de Trojaan Aeneas via de stichting van Rome tot de verovering van Tarente in 272 v. Chr. De auteur beschouwt deze slag als het einde van de sagentijd. Wat daarna gebeurde tijdens de oorlogen tegen Carthago, tijdens de burgeroorlogen, bij de opbouw van het Romeinse wereldrijk en tijdens de keizertijd, rekent hij tot het domein van de betrouwbare historici. Dat is wel erg optimistisch, want ook de Romeinse historiografen Caesar, Tacitus en anderen beantwoorden niet altijd aan de hedendaagse normen.

Claes put zijn informatie o.a. uit Vergilius, Livius, Plutarchus, Plinius en ook uit hedendaagse mythologische woordenboeken en encyclopedieën. Bij elk verhaal krijgen we lijstje met woorden, spreekwoorden, zegswijzen, die aan de oudheid ontleend zijn en die wij nu nog gebruiken in ons hedendaags taalgebruik. Soms zijn ze ver gezocht en komen ze heel weinig voor, zoals de afleidingen van Venus (pagina 17).

Meestal staan er ook een prachtige reproducties bij: mozaïeken, muurschilderingen, miniaturen, schilderijen, beeldhouwwerken. Helaas ontbreekt de informatie over de auteur, die dikwijls weinig bekend is. Een paar voorbeelden: Frederico Barocci, John Flaxman, François Perrier, Claude Lorrain, Claude Augustin Cayot. De tekst zelf leest heel vlot en is voor iedereen toegankelijk. Dus ook voor leerlingen die deze verhalen lezen in de (Latijnse) les. Via de vele reproducties kunnen zij zich ook een levendiger beeld vormen van de gebeurtenissen.

Het boek heeft helaas geen echt register, maar wel stambomen, lijstjes van koningen en ambtenaren, geografische kaarten, een chronologie van 753 tot 272 v. Chr., een lijst van Griekse en overeenkomstige Romeinse goden en godinnen, een opsomming van de zegswijzen en termen, tenslotte vele eigennamen met hun functie. Het heeft ook een aangename bladspiegel. Nog twee details : Abundantia (p. 299) hoort niet thuis in het rijtje van de Griekse godinnen; naast Ceres mag wel Demeter staan. Claes legt ook niet uit wat voor hem het verschil is tussen sagen en legenden en welke verhalen hij beschouwt als sagen en welke als legenden.

Auteur Jo Claes (foto: Uitgeverij Davidsfonds)

Jo Claes werd geboren op 29 juli 1955 te Hasselt. Sinds 1984 werkt hij als leraar Nederlands-Engels in het Heilig Hartinstituut in Heverlee. In 1986 ontving Claes de Prijs van het Beste Debuut voor ‘De Stenen Toren’. Dit was het begin van vele romans, waaronder eentje in braille (De Val (2000)). Met zijn oom Alfons Claes verzamelt hij religieuze kunst en deelt hij die passie. Beiden hebben een uitgebreide verzameling van heiligenbeelden, bidprentjes, heiligenprentjes, santjes, religieuze schilderijen,… Samen met Cathy Vincke schreven ze het drieluik Sanctus, Sancti en Sanctorum, non-fictie over heiligen.

Romeinse sagen en legenden. Schatkamer van kunst en taal.

Auteur: Jo Claes
Uitgeverij Davidsfonds, Leuven / Omniboek, Kampen, 2008.
324 pagina’s, afb. , tab., lit., woordenlijsten.
ISBN 978-90-77942-35-2
Prijs: 29,50 euro

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 12 juni 2008. Bekijk het origineel.