In Riemst zijn uitzonderlijk mooie vondsten uit de Romeinse periode ontdekt, die echter afkomstig zijn van Tongerse stadsgrond die in Riemst werd gestort. Dat meldt de Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD). Het nieuws wordt uitgebracht door het weekblad Knack. Diverse metaaldetectoramateurs signaleerden aan ZOLAD het bestaan van een locatie in Riemst waar tientallen, wellicht honderden Romeinse vondsten voor het rapen lagen. Uit een eerste onderzoek blijkt dat de vondsten allemaal uit de Tongerse binnenstad komen. Slechts een fractie van de vondsten werd aan de intergemeentelijke dienst voorgelegd. Het gaat om tientallen fibulae (mantelspelden), om sieraden zoals hangertjes, ringen en armbanden, om metalen gebruiksvoorwerpen, om tientallen munten en om fragmenten aardewerk.
De vondst van deze uitzonderlijke metalen voorwerpen is zonder meer alarmerend. De objecten zijn allemaal gevonden op een plaats waar Tongerse stadsgrond, afkomstig van bouwwerkzaamheden, gestort wordt. Dat betekent dat tientallen tonnen stadsgrond weg gegraven worden zonder dat er ook maar één archeoloog aan te pas komt. Nochtans bestaat er sinds 1993 een decreet dat de archeologische zorgplicht voorschrijft. Dit houdt in dat archeologisch bodemarchief ieders verantwoordelijkheid is en dus niet zomaar ongedocumenteerd kan en mag verdwijnen. Een dergelijk scenario is niet altijd even haalbaar, maar de vraag die rijst is toch of dit wel kan in Tongeren?
“Wanneer een stad er prat op gaat de oudste van Vlaanderen te zijn, dan mogen we toch verwachten dat ze haar bodemarchief toch op een volwassen manier beheerd?”, laat ZOLAD noteren in Knack. “Wanneer een stad de gaststad is van een meer dan fraai archeologisch museum, dan mogen we toch veronderstellen dat deze stad er alles aan doet om de archeologische vondsten op haar grondgebied voor vernietiging te behoeden?”
In een reactie laat de Tongerse stadsarcheologe Hadewijch Van Rechem weten dat de stad Tongeren heel zorgvuldig omspringt met haar archeologisch erfgoed. Ze wijst er wel op dat de stad niet altijd als bouwheer optreedt en dat er ook tal van private projecten lopen, waar de archeologische dienst van de stad geen toegang tot heeft. “Wanneer het bouwprojecten van de overheid betreft, komt het Agentschap voor het Onroerend Erfgoed sowieso altijd tussen. Maar dat geldt niet voor privéprojecten. Die zijn ook niet altijd verplicht om een archeologisch vooronderzoek te laten uitvoeren”, luidt het.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 17 juni 2009. Bekijk het origineel.

