In Engeland helpen amateurarcheologen met het reconstrueren van de kaart van het zuidwesten van Groot-Brittannië toen dat gebied nog Romeins was. De gedetailleerde kaarten met luchtopnamen brachten op de grensgebieden tussen Cornwall en Devon tientallen voorheen onbekende nederzettingen aan het licht, evenals kilometers wegen die Romeinse forten met elkaar verbonden.
Het vrijwilligersteam heeft ondertussen delen van twee Romeinse wegen gevonden, ongeveer dertig prehistorische of Romeinse nederzettingen (dat moet later ter plaatse nog worden onderzocht), twintig prehistorische grafheuvels, evenals de overblijfselen van honderden middeleeuwse boerderijen, veldsystemen en steengroeven.
Dat is het resultaat terwijl nog maar een tiende van het beschikbare cartografische beeldmateriaal bestudeerd is. De projectleiders verwachten daarom de komende weken nog veel meer te ontdekken.
Projectleider en landschapsarcheoloog dr. Chris Smart van de universiteit van Exeter en het Understanding Landscapes-project van deze universiteit (dat steun krijgt van het National Lottery Heritage Fund) had niet verwacht dat er zoveel vondsten aan het licht zouden komen.
Hij noemt het aantal verrassend en verwacht dat de tientallen vindplaatsen er inderdaad honderden zullen zijn tegen de tijd dat de vrijwilligers klaar zijn met het bestuderen van alle kaarten. De bevolkingsdichtheid in deze gebieden moet vroeger aanzienlijk groter geweest zijn dan tot dusver werd gedacht.
Het vrijwilligersteam kreeg het beeldmateriaal van het Tellus South West-project en het Environment Agency. De beelden zijn verkregen met behulp van LIDAR (Laser Imaging Detection And Ranging), een technologie die de afstand tot een object of oppervlak bepaalt door het gebruik van laserpulsen.
Deze lasertechnologie wordt steeds vaker gebruikt om vanuit de lucht zeer gedetailleerde topografische kaarten te maken. Moderne vegetatie en gebouwen kunnen uit deze kaarten worden verwijderd, waardoor archeologen enkel naar de vorm van het landoppervlak kunnen kijken. Dat maakt het eenvoudiger om archeologische overblijfselen te vinden.
LIDAR werkt volgens hetzelfde principe als radar. Er wordt een signaal uitgezonden en enige tijd later door reflectie weer opgevangen. De afstand tot het object of oppervlak wordt bepaald door de tijd te meten die verstrijkt tussen het uitzenden van een puls en het opvangen van een reflectie van die puls.
Het verschil tussen lidar en radar is dat lidar gebruikmaakt van laserlicht terwijl radar werkt met radiogolven. Hierdoor kunnen met lidar veel kleinere objecten worden gedetecteerd dan met radar.

Een ingesloten nederzetting (rode pijlen) uit de Romeinse tijd of de IJzertijd (dat moet nog worden onderzocht) en bijbehorend veldsysteem onthuld door LiDAR-gegevens maar vandaag nog verborgen onder een bos.
De topografische kaarten omvatten een oppervlakte van 4.000 km². Chris Smart verdeelde het gebied in zones van elk 1.000 km² en deelde die kaarten uit aan amateurarcheologen. Die bestuderen het beeldmateriaal wanneer ze tijd hebben en proberen de door mensen gemaakte objecten uit de landschappen te halen. Ze leggen vervolgens hun kaarten naast bekende archeologische en historische kaarten om na te gaan of deze vindplaatsen wel of niet eerder zijn ontdekt.
Het archeologenteam werkt ook samen met collega’s uit Cornwall en van de Devon Historic Environment Record. Ze proberen nu een manier te vinden om deze enorme toevloed aan nieuwe informatie in hun databanken te integreren en indien mogelijk het project over een deel van het zuidwesten van de regio uit te rollen.
Als de viruslockdown eindigt, wil het team geofysische onderzoeken uitvoeren op een aantal van de nieuw geïdentificeerde vindplaatsen als onderdeel van het Understanding Landscapes-project. Tot die tijd worden de exacte locaties van de vindplaatsen geheimgehouden om te voorkomen dat mensen met metaaldetectoren ernaartoe gaan om artefacten te zoeken.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 2 juni 2020. Bekijk het origineel.
