Romeinse woonkern ontdekt in Lede

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De archeologische opgravingen in de Leedse Markizaat, beter bekend als ‘Domein Mesen’, zijn nog maar pas begonnen, maar leveren nu al interessante vondsten op. Archeologen stootten er op sporen van Romeinse bewoning en op een slotgracht uit de 14de of 15de eeuw. In opdracht van de gemeente Lede verrichten archeologen van intercommunale SOLvA archeologisch onderzoek in het domein Mesen. Met succes, zo blijkt nu al. ‘We vermoedden al dat deze historische site, die lange tijd onaangeroerd bleef, goedbewaarde sporen van het verleden kon bevatten, en dat is nu bevestigd’, zegt coördinerend archeoloog Bart Cherreté in de krant De Standaard. Interessant is de aanwezigheid van Romeinse bewoningssporen die zichtbaar wordt in een grote hoeveelheid aardewerk- en dakpanfragmenten, kuilen en grachten, verspreid over het volledige terrein. Verdere studie van het aangetroffen materiaal en de aangetroffen grondsporen zal moeten uitwijzen of bijkomend archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

De oudste sporen verwijzen volgens de eerste vaststellingen naar een Romeinse woonkern uit de tweede en derde eeuw. ‘Verder vonden we in het zuidwestelijke deel van het terrein ook sporen van een slotgracht en van aardwerk uit de late middeleeuwen. Die verwijzen naar de Heren Van Lede, van wie de oorsprong minstens teruggaat tot 1230.’ In het zuidelijke deel, langs de oprijlaan naar de Mesenruïne, vond het team van Cherreté dan weer kelders en funderingen van verdwenen markizaatsgebouwen uit de 17 tot 19de eeuw. ‘Die vonden we ook terug op oude kaarten.’

Vorige week is het startschot gegeven voor het archeologisch onderzoek op de site van het Markizaat, in de volksmond het domein van Mesen. De gemeente bezit sinds eind vorig jaar een stedenbouwkundige vergunning om bepaalde delen van de gebouwen te slopen. Een voorwaarde voor sloping en dus een eerste belangrijke stap in het proces is het archeologisch vooronderzoek, waaruit de gemeente hoopt meer informatie te vergaren over de historische ontwikkeling van onze gemeente en in bijzonder van deze van de site Markizaat. Ter uitvoering van dit archeologisch onderzoek heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met de intercommunale SOLvA, die de nodige expertise en deskundigen bezit om deze werken uit te voeren. Omwille van het belang dat wij hechten aan de vondsten wenst de gemeente deze zelf te bewaren.

De Leedse cultuurschepen Paul De Winne verzekert dat een deel van de gevonden voorwerpen, zoals potscherven en Romeinse dakpannen, na verdere studie tentoongesteld zullen worden op het domein. ‘De oude kasteelhoeve is nog in behoorlijk goede staat en die willen we omvormen tot museum en cultuurruimte.’ Het domein, dat in 1633 tot markizaat werd verheven, werd lange tijd bewoond door de familie Bette. In de 19de eeuw werden de gebouwen gebruikt als jeneverstokerij, suikerfabriek en potasfabriek, en in de vorige eeuw was het een onderwijsinstelling. Dat pensionaat, ‘Instituut Royale de Messines’, bleef tot 1970 in gebruik, maar daarna liet de Koninklijke Stichting de gebouwen onherstelbaar verloederen.

De gemeente Lede verwierf het domein met de gigantische ruïne in 1999. Het huidige onderzoek kadert in de grote bouwplannen van de gemeente: een woon- en zorgcentrum met 90 bedden, een centrum voor kortverblijf, 45 serviceflats en de ombouw van de oude kasteelhoeve tot kunstacademie, knutselatelier en exporuimte. Met het archeologisch vooronderzoek wilde Lede vermijden dat de werken vertraging zouden oplopen wanneer plots, zoals nu, spectaculaire vondsten zouden opduiken.

Er zijn geleide rondleidingen op het Mesendomein (Kasteeldreef-Markizaatstraat) op zaterdag 7 maart, van 14 tot 17.30 uur, en op zondag 8 maart, van 10 tot 17.30 uur. Omdat elke rondleiding ongeveer een half uur in beslag zal nemen, moet je rekening houden met een wachttijd.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 februari 2009. Bekijk het origineel.