Talrijk zijn de wetenschappelijke boeken over het leven, de dood en de betekenis van Gaius Julius Caesar voor de wereldgeschiedenis, talrijk ook de geromantiseerde en gepopulariseerde versies in woord en beeld. Je kunt je afvragen, wat er nog valt toe te voegen aan het beeld dat wij van Caesar hebben. Na het lezen van het boek van Tommie Hendriks zal het antwoord moeten luiden: erg veel! De schrijver heeft zich beperkt tot de moord op Caesar op 15 maart 44 v. Chr., de gebeurtenissen op de drie dagen ervoor en erna, en daarbij minutieus per uur, soms per kwartier de feiten onderzocht. Daardoor ontstaat een verbazingwekkend fascinerend verslag van de gebeurtenissen van die dagen waaruit, meer dan uit welke film of verhandeling ook, het grote gewicht van de persoon Caesar, zijn ongekende populariteit, het enorme verdriet en de woede van het volk naar voren komen. De schrijver gebruikt hiervoor een stijl die je zou kunnen omschrijven als een staccato van geweervuur: korte, afgemeten zinnen met feiten en gedachten, waardoor een beklemmend gevoel van onontkoombaarheid ontstaat. Omdat het feitenonderzoek gebaseerd is op alle bestaande klassieke bronnen en elke zin woord voor woord verantwoord is, mag dit boek worden gezien als het standaardwerk over de moord op Caesar.
Door Jef ABBEEL
Hendriks reconstrueert de moord op Caesar (15 maart 44 v. Chr.) plus een paar dagen ervoor en erna en de crematie op of rond 17 maart. Hij baseert zich vooral op antieke Griekse en Latijnse schrijvers zoals Nicolaas van Damascus, Plutarchus, Suetonius, Appianus, Dio Cassius. Hij werkt zo nauwkeurig dat hij voor elk feitje naar één of meer van die bronnen verwijst.
Het boek begint met een spannende verhalende tekst van de moord en van de verontwaardigde reacties van het volk. Deze reconstructie staat in de tegenwoordige tijd en in de directe rede. Samen met de primitieve tekeningen, het grote lettertype en de dialoogjes komt dat erg volks over. In deze tekst vind je nergens de bekende zin “Tu quoque, fili mi”; in de verantwoording (p. 159 ) lezen we dat ook de Griekse zin (Kai su, teknon) apocrief is en dus waarschijnlijk door iemand anders verzonnen is.
Het contrast met de rest van het boek is groot: de chronologie van de gebeurtenissen (119-138) is zeer wetenschappelijk, de tijdtafel (139-150) is niet enkel onderverdeeld in dagen, maar ook in uren. Deze twee onderdelen zijn het meest interessant voor classici en historici. Dan volgen nog een gedetailleerde verantwoording van de bronnen voor elke al dan niet uitgesproken zin (151-195), eindeloos veel noten (197-215) en de bibliografie met zowel primaire als secundaire literatuur. Bij die secundaire literatuur mis ik de boeken van Robert Nouwen (“Caesar in Gallië”), Tom Holland (“Rubicon”) en de recente Nederlandse vertaling van de indrukwekkende biografie van Adrian Goldsworthy (“Caesar”, 2007).
De meeste gegevens van Tommie Hendriks zijn niet nieuw, behalve zijn versie van de dag van de crematie. Terwijl de meesten opteren voor 20 of 18 maart, probeert Hendriks te bewijzen dat het 17 maart moet zijn. Niet alle informatie is even relevant, maar de studie is alleszins een voorbeeld van geduldig en nauwgezet monnikenwerk. Het eerste deel is duidelijk bestemd voor een heel breed publiek en ook voor klassikaal gebruik, de andere enkel voor classici en historici. De ondertitel is voor discussie vatbaar: er zijn immers nog meer politieke moorden gebeurd in de loop van de geschiedenis, die evenveel aandacht kregen.
Rouw en razernij om Caesar
De wraak van het volk voor een politieke moord zonder weerga
Tommie Hendriks
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg / Denis, Sint-Niklaas, 2008
234 p., tek., noten, lit.
ISBN 978 90 5911 2957
Prijs: 16,95 euro
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 oktober 2008. Bekijk het origineel.

