Samenstelling Romeinse geneesmiddelen ontsluierd

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

DNA-onderzoek heeft de samenstelling aan het licht gebracht van geneesmiddelen die gevonden zijn in een Grieks scheepswrak dat zo'n 2000 jaar geleden op weg was naar Rome. Radijs, selder, wilde ui, eik, kool, luzerne, hibiscus en duizendblad. Dat zijn enkele van de ingrediënten in medicijnen die de oude Grieken al gebruikten en die ook de Romeinen graag lieten invoeren. Ze zijn dankzij DNA-analyse geïdentificeerd in resten van verrassend goed geconserveerde pillen die reeds in 1989 gevonden waren in een scheepswrak voor de Italiaanse kust. Het schip moet omstreeks 130 voor Christus gezonken zijn, en vervoerde een lading glaswerk en medicijnen naar Italië.

Er was al een en ander bekend over de samenstelling van Griekse medicijnen, dankzij auteurs als Galenus van Pergamon. Nu is er voor het eerst ook ‘materieel bewijs' dat de juistheid van de oude recepten bevestigt. Een verrassing is de aanwezigheid van zonnebloem-DNA in sommige medicijnen. Tot nu toe werd gedacht dat de zonnebloem vóór de tijd van Columbus alleen in Amerika voorkwam. Het valt echter nog niet uit te sluiten dat de stalen gecontamineerd zijn nadat ze uit de zee zijn gehaald, en dat het dus om recent zonnebloem-DNA gaat.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 22 oktober 2010. Bekijk het origineel.