Stadsbestuur Rome lanceert project 'Grande Campidoglio'

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De stad Rome is van plan om op zeer korte termijn een oppervlakte van ruim 60.000 vierkante meter te wijden aan de archeologische fora in de omgeving van het Colosseum, het Capitool, het Circus Maximus en de Palatijn. Er komen ook nieuwe musea. De bedoeling is de geschiedenis van de eeuwige stad, die nu verspreid zit op diverse locaties, te concentrerenn in één zone.

“We gaan belangrijke gebouwen vrijmaken voor het enorme archeologische en culturele erfgoed van de stad. Teveel vondsten en ontdekkingen werden nog nooit getoond aan het publiek, gewoon omdat er geen plaats is”, verklaarde de Romeinse burgemeester Walter Veltroni gisteren in de Italiaanse pers. Woensdag had het stad al het project ‘Grande Campidoglio’ goedgekeurd. De monumenten en archeologische sites die daarin vervat zijn (of worden), beslaan een oppervlakte van ongeveer 61.250 vierkante meter.

In de perimeter, gelegen tussen het Circus Maximus, het Colosseum, de keizerlijke fora en de Capitolijnse heuvel, zeg maar het historische stadhart, worden zeven gebouwen geopend of heropend voor het publiek. Ook de Domus di Villa Rinaldi zou worden opengesteld voor het publiek. Daar zullen nooit getoonde antieke beeldhouwwerken te bewonderen zijn.

In een eerste fase zullen deze zomer reeds zo’n vijfduizend ambtenaren van de stad Rome, die nu nabij het Circus Maximus zijn ondergebracht, moeten verhuizen. In dat gebouw komt een nieuw museum dat gewijd is aan de Romeinse beschaving. Aan de andere zijde van de zone ‘Grande Campidoglio’ opent in oktober de volledig vernieuwde site van de markten van Trajanus. Aan die restauratie is al jaren gewerkt. Op dezelfde plek wordt ook een museum ingericht over het ontstaan van de fora van het keizerrijk. Daar worden voorwerpen getoond die werden aangetroffen werden bij de vele opgravingen op de diverse fora en die tot vandaag hebben liggen stof verzamelen in verschillende magazijnen en opslagplaatsen.

In het onwaarschijnlijke geval dat zij nog twijfelden: liefhebbers van antieke Romeinse kunst en archeologie weten dus vanaf volgend najaar heel zeker waar naartoe!

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 20 april 2007 op het Romenieuws-archief.