De gemeenteraad van Rome heeft een lijst met projecten goedgekeurd waarvoor actief naar private sponsoring zal worden gezocht. Het gaat vooral om interventies aan fonteinen en het onderhoud van parken, maar de lijst bevat ook een aantal grotere projecten.
Zelfs voor het plaatsen van de kerstboom eind dit jaar wordt een geldschieter gezocht. De wenslijst is behoorlijk lang en het gaat alles bij elkaar om heel wat geld. Rome rekent vooral op miljardairs en zeer winstgevende bedrijven die wel enkele miljoenen kunnen missen.

Het is niet de eerste keer dat een Romeinse burgemeester op zoek gaat naar privésponsors. Bovendien financieren schatrijke ondernemers de jongste jaren steeds vaker spontaan restauraties en archeologische opgravingen in de stad. Bedrijven zoals onder andere Fendi, Bulgari en Tod’s lieten zich de jongste jaren in dat verband regelmatig opmerken.
Achter de nieuwe zoektocht naar miljardairs die de stad nu wil organiseren zitten ongetwijfeld nobele bedoelingen, maar met de komende gemeenteraadsverkiezingen in zicht, betekent de nieuwe geplande bedeltocht eigenlijk een blamage voor burgemeester Raggi.
Het zoeken naar sponsors vormt het pijnlijke bewijs dat het stadsbestuur er de voorbije jaren niet in geslaagd is het miljardengat in de stadskas ook maar enigszins te dempen.
Anderzijds is het ook lovenswaardig dat het stadsbestuur, dat zich jarenlang liet bestelen, niet opnieuw een beroep wil doen op gemeenschapsgeld en probeert om met privékapitaal een aantal dringende projecten te financieren. Als het lukt is dat een trofee waarmee Raggi in de aanloop naar de verkiezingen kan uitpakken.

Rome krijgt van de Italiaanse Staat heel wat geld voor het onderhoud en de restauratie van heel wat gebouwen en sites, maar moet zelf uiteraard ook haar deel bijdragen. Ook voor de uitbouw en het onderhoud van het eigen patrimonium moet de stad nu bijna wanhopig op zoek naar geld.
Fonteinen die al maanden of zelfs jaren buiten gebruik zijn, archeologische opgravingen die bij gebrek aan geld zijn stilgevallen, restauratieprojecten die steeds maar worden uitgesteld, parken en fonteinen die er verwaarloosd bij liggen, …
De projectenlijst is lang en dat is mede een gevolg van het feit dat Rome al jaren geen geld meer heeft om de zelfs noodzakelijke onderhoudswerken aan het openbare domein, de eigen gebouwen en de infrastructuur uit te voeren.
Vele honderden miljoenen zijn uit de stadskas verdwenen tijdens de jarenlange praktijken die uiteindelijk bekend raakten als de Mafia Capitale-zaak. Rome zat jarenlang in de wurggreep van maffiosi, corrupte politici, omgekochte ambtenaren, ondernemers met gangsterallures en zelfs voormalige terroristen.

Die werkten allemaal mee aan een systeem waardoor de stadskas systematisch werd leeggezogen. Corrupte aannemers, stadsambtenaren en ronduit criminele figuren domineerden jarenlang de aanbestedingen en de uitvoering van de werken in Rome.
Het precieze bedrag dat op die manier verdween valt niet meer te becijferen, maar volgens sommigen gaat het zelfs om meer dan een miljard euro. Dat heeft, gecombineerd met het jarenlange wanbeleid op sommige stedelijke departementen, mee gezorgd voor een enorme schuldenput van meer dan 12 miljard euro.
Uit het proces dat volgde na het uitlekken van het ‘Mafia Capitale’-schandaal, bleek dat in het verleden vele werkzaamheden in Rome fout liepen omdat aannemers in samenspraak met bepaalde ambtenaren wel geld voor openbare werken op zak staken, maar de opdracht gewoon niet of in het beste geval slechts rommelig en zonder kwaliteitsgaranties of controle uitvoerden.

Onderhoudswerkzaamheden in de Romeinse straten werden jarenlang zeer gebrekkig of met slechte bouwmaterialen uitgevoerd en soms zelfs helemaal niet, ook al liet de aannemer in kwestie zich er wel voor betalen. Wegen werden hersteld met afgekeurd asfalt of beton dat meer zand dan cement bevatte.
Contracten voor het onderhoud van openbaar groen en het verwijderen van onkruid waren doorgaans nog gemakkelijker uit te voeren: men liet het gewoon groeien. De miljoenen euro’s die de malafide bedrijven op die manier van de stad Rome in handen kregen, vloeiden rechtstreeks naar de bankrekeningen van de criminelen. Verantwoordelijke ambtenaren die betrokken waren bij het systeem deelden in de winst en hielden hun mond.

Toen het netwerk na maandenlang speurwerk in december 2014 werd opgerold, kreeg het in de media al gauw de naam ‘Mafia Capitale’, of ‘hoofdstedelijke maffia’ omdat de corruptie zo diep was doorgedrongen in het bestuurlijke en administratieve hart van Rome. Er ging een schokgolf door de stad. Talrijke kopstukken uit de ambtenarij en het stadsbestuur bleken betrokken te zijn bij één van de grootste naoorlogse schandalen in Rome.
Maffieuze ondernemers of hun stromannen kochten jarenlang lokale politici en topfiguren bij de stadsdiensten om met de bedoeling de meest winstgevende aanbestedingen binnen te halen.
Het criminele netwerk sleepte op die manier onterecht flink wat contracten in de wacht. Concurrenten grepen steevast naast de opdrachten waardoor hun financiële reserves opdroogden en sommigen zelfs failliet gingen.

Interessant voor de fraudeurs waren vooral het groenonderhoud, de wegen- en infrastructuurwerken, het schoonmaken van de straten, de huisvuilophaling en afvalverwerking, maar ook de uitbating van opvangcentra voor vluchtelingen en asielzoekers bleek erg lucratief.
Het resultaat van de jarenlange verwaarlozing is vooral merkbaar in de buitenwijken van Rome. De meeste toeristen merken daar weinig van, want die vinden meer dan voldoende bezienswaardigheden in het historische centrum en komen zelden of nooit in de andere stadswijken. Fervente Romebezoekers zoals de clubleden van S.P.Q.R. doen dat natuurlijk wel.
Burgemeester Raggi kijkt nu vooral naar haar voorganger Ignazio Marino, die er verschillende keren in slaagde om privégeld los te weken voor enkele stedelijke projecten.
Zo werd onder het bewind van Marino de sala degli Orazi e dei Curiazi van de Capitolijnse Musea gerestaureerd op kosten van de in Oezbekistan geboren Russische oligarch en miljardair Alisher Uzmanov. Naar dergelijke schatrijke geldschieters wil Raggi nu opnieuw actief gaan zoeken.
De projectenlijst begint met de kerstboom van de stad. De plaatsing ervan is eind vorig jaar maar op het nippertje gelukt, want ook toen was er uiteraard geen geld.
Filmstreamer Netflix, die de stedelijke kerstboom twee jaar na elkaar had betaald, bedankte in 2020 voor de eer, waardoor de stad een noodfonds moest aanspreken en er begin december nog maar net op tijd in slaagde om een kerstboom neer te zetten op Piazza Venezia.
Hoeveel de nieuwe kerstboom eind dit jaar moet kosten wordt niet gedefinieerd. Tussen de regels is wel te lezen dat een minder gulle sponsor de eervolle vermelding aan de voet van de boom wellicht zal moeten delen met een andere geldschieter.
Daarna vermeldt de lijst interventie- en onderhoudsprojecten voor tientallen parken in zowat heel Rome. Het zijn relatief kleinere ingrepen, gaande van enkele duizenden tot tienduizend euro.

Vervolgens wordt de lijst interessanter en vermeldt ze een aantal restauraties aan standbeelden en fonteinen en investeringen in archeologische opgravingen. Zo wordt de restauratie van de Dioscuri del Campidoglio (foto boven) geraamd op 180.000 euro.
Daarna lopen de bedragen snel op. Er is 5 miljoen euro nodig om onderhoudswerken in de omgeving van de Ara Coeli te laten uitvoeren, terwijl het voormalige gebouw van het Istituto Archeologico Germanico 4,8 miljoen euro nodig heeft voor dringende restauratiewerken.

De stadsarcheologen snakken ernaar om te kunnen beginnen met een nieuwe opgravingscampagne op het Circus Maximus (foto boven). Prijskaartje: 1 miljoen euro.

Voor de restauratie, de herstelling en het toegankelijk maken van de cryptoporticus en de exedra van de Thermen van Trajanus op de Colle Oppio (foto boven) zijn 2,25 miljoen euro nodig.
Dezelfde plannen zijn er voor de vlakbij gelegen waterreservoirs van die thermen, de zogenaamde Sette Sale. De werkzaamheden aan dat complex (foto onder) vergen nog eens 6 miljoen euro.

Om de Barcaccia-fontein op Piazza di Spagna de komende jaren regelmatig te onderhouden en proper te houden is 40.000 euro nodig.
De fontein van de Moor op Piazza Navona is al heel wat duurder: daarvoor is 180.000 euro vereist.
Het prijskaartje voor de Neptunusfontein op hetzelfde plein ligt nog hoger en bedraagt 230.000 euro.

In het lijstje met fonteinen is het grootste bedrag bestemd voor de fontein van de Najaden (foto boven) op Piazza della Repubblica: 740.000 euro.

Ook de kosten voor de fontein op Piazza Mazzini (foto boven en onder) benadert het miljoen.

De veel kleinere Schildpaddenfontein op Piazza Mattei is daarmee vergeleken relatief goedkoop: hier volstaat een bedrag van 60.000 euro.
De fonteinen in de parken Villa Borghese en Villa Celimontana komen ook in de buurt van dat bedrag.
Het herstel en weer in werking zetten van de ooit zo fraaie Giglio-fontein en het bijhorende Canale del Lago in het park Villa Doria Pamphilj (foto onder) vereist 880.000 euro.

Dan volgen een aantal geplande ingrepen op de keizerlijke fora. De Italiaanse Staat subsidieert werken op die site met gulle hand, maar de stad Rome moet zelf ook nog wel wat geld bijpassen.
Rome zoekt 1,5 miljoen euro voor opgravingen en het toegankelijk maken van de restanten van de basilica Ulpia (foto onder), vlakbij de Markten van Trajanus.

Voor nieuwe opgravingen aan de Templum Pacis of Vredestempel is 1,5 miljoen euro stadsgeld nodig.
De restauratie van de Torre dei Conti aan Largo Corrado Ricci vergt 4 miljoen euro.
Hetzelfde bedrag is vereist om de fora van Trajanus, Augustus en Nerva samen te brengen.

De Galleria d’Arte Moderna (foto boven) aan de Via Francesco Crisi heeft 4 miljoen euro nodig om de tentoonstellingsruimtes uit te breiden.
Voor de restauratie van de voormalige gladiatorenschool Ludus Magnus vlakbij het Colosseum, wordt Rome verondersteld 2 miljoen euro bij te dragen.
De restauratie van de Tempel van Saturnus in Villa Torlonia (foto onder) wordt geraamd op meer dan 1 miljoen euro.

Rome wacht vol spanning af wat er van al die projecten terecht gaat komen, al maakt het stadsbestuur zich niet zoveel zorgen. Als de privéfinanciering niet van de grond komt, blijven de geplande projecten gewoon nog een tijdje in de koelkast zitten.
Sites zoals de restanten van de Thermen van Trajanus op de Oppius liggen er al decennia ontoegankelijk bij, waardoor enkele jaren langer wachten weinig verschil uitmaakt. Dat is althans de redenering. Wordt zeker vervolgd.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 5 maart 2021. Bekijk het origineel.

