Storm legt nieuwe resten van elitair Romeins vakantieoord Baiae bloot

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De stormen en de overvloedige regenval die recent over grote delen Italië trok, legden unieke archeologische resten bloot. Zware overstromingen ten zuiden van Napels maakten Romeinse muren vrij in Baiae, een luxueus Romeins vakantieoord nabij Pompeï. Ook aan de Belgische kust spoelden in december vorig jaar heel wat archeologische resten aan, vooral uit de Romeinse periode. Volgens maritiem archeoloog Marnix Pieters wijzen deze nieuwe vondsten er op dat de Romeinse activiteiten aan de Noordzeekust veel belangrijker moeten geweest zijn dat tot voor kort werd aangenomen. Baiae was de favoriete badplaats van de Romeinse elite, maar ligt nu grotendeels onder water. Met zijn prachtige mozaïeken en standbeelden is de plek een paradijs voor duikers.

Baiae groeide uit tot het meest hippe resort van het Romeinse rijk, maar bleef wel altijd afhankelijk van Cumae. Baiae stond vooral bekend om de luxueuze thermen, naar verluidt één van de grootste thermencomplexen uit het Romeinse Rijk. Archeologische opgravingen tonen aan dat het complex een oppervlakte van meer dan 1 km² besloeg en zich uitstrekte tegen de heuvel. Aan de zwavel- en heetwaterbronnen werden ook genezende krachten toegeschreven. Baiae trok de rijke Romeinen aan, die er daar allemaal een buitenverblijf op nahielden. Ook mensen zoals Julius Caesar, Caligula, Nero, Alexander Severus lieten er luxueuze villa’s bouwen. Ten tijde van keizer Augustus werd Baiae een keizerlijk domein.

De Romeinse keizers verbleven in het algemeen graag in Baiae. Vooral Augustus, Nero, Hadrianus en Alexander Severus in het bijzonder bouwden er veel. De aanwezigheid van de rijke elite in Baiae maakte de plaats, in de beschrijving van Cicero, tot een oord van verderf, een plaats waar alle zeden volledig verdwenen. Hij beschreef Baiae als oord van ‘lust, liefde, overspel, strandleven, feesten, …, gezangen, orkesten, plezierboten’. Ook Seneca geeft een kritisch overzicht van het leven in de villa’s in Baiae. In 59 na Chr. werd Agrippina, de moeder van keizer Nero, vermoedelijk in Baiae vermoord in opdracht van haar zoon.

De stad geraakte in verval door de aanwezigheid van malaria, reeds op het einde van de Romeinse Republiek. Een reeks van aardbevingen in de vijfde eeuw maakten een definitief einde aan Baiae: de stad werd een onbewoonbare ruïne. Naast de thermen waren er in Baiae drie koepelzalen, een soort van tempels. De godheden aan wie de tempels waren gewijd – Mercurius, Venus en Diana – hadden er niet echt een cultus. Enkel Venus had een soort van cultus in Baiae: zij werd vereerd als Venus Lucrina, de moeder van Baiae (zo genoemd omwille van de nabijheid van het Lucrinus-meer).

Er is een complex van kunstmatige tunnels, gegraven in de vulkanische rotsen te Baiae. De aanwezigheid van deze tunnels die heel diep onder de grond leiden, roept heel wat vragen op, onder andere over het nut ervan voor de Romeinen. Bovendien komen deze tunnels overeen met de beschrijving die Vergilius in zijn Aeneis geeft van de toegang tot de onderwereld. Dit leidt tot allerlei discussies. In de periode 1950-1960 gebeurden archeologische opgravingen in Baiae. Men heeft het thermencomplex, de koepels en andere gebouwen blootgelegd, hoewel het antieke Baiae nu onder de kustlijn ligt. Men heeft ook enkele onbeschadigde sculpturen teruggevonden in de ruïnes. De opgravingen van Baiae zijn te bewonderen in een archeologisch park.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 5 februari 2014. Bekijk het origineel.