Italiaanse voetbalclubs die hun thuiswedstrijden in een verouderd stadion willen spelen mogen dat, maar moeten dit in de toekomst dan wel doen zonder toeschouwers. Dat heeft Giuliano Amato, de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, gisteren meegedeeld na het crisisberaad van de regering met vertegenwoordigers van de Italiaanse voetbalbond (FIGC) en het Italiaans Olympisch Comité (CONI). Het overleg kwam er na de dood van een 38-jarige politieagent tijdens zware rellen na de competitiewedstrijd tussen Catania en Palermo vorige vrijdag. De agent werd gisteren begraven. Voetballen zonder publiek zien de spelers absoluut niet zitten.
Morgen, woensdag, staat er een bijzondere kabinetsvergadering op de agenda, waarop nieuwe veiligheidsmaatregelen zullen worden besproken. Pas daarna zal er worden beslist over de hervatting van de competities in Italië. Die werden na de dood van de politieman stilgelegd. De bekende Italiaanse sportkrant Gazzetta dello Sport berichtte maandag echter dat slechts vier stadions van clubs die uitkomen in de Serie A, de hoogste Italiaanse voetbalcompetitie, voldoen aan de strenge veiligheidseisen. Dat zijn het Stadio Olimpico in Rome en het gelijknamige stadion in Turijn, het Artemio Franchi-stadion in Siena en het Renzo Barbera-stadion in Palermo. Volgens de krant voldoet bijvoorbeeld het San Siro-stadion, waar zowel AC Milan als Inter Milan speelt, niet aan de gestelde eisen.
In Catania (Sicilië) is gisteren de 38-jarige politieagent begraven die vrijdag bij voetbalrellen om het leven kwam. Duizenden mensen woonden in de plaatselijke kathedraal de begrafenis bij van Filipo Raciti. Onder respectvol applaus werd de kist met een Italiaanse vlag erover de kathedraal binnengedragen, gevolgd door Raciti’s jongste zoon, voor de gelegenheid gekleed in politieuniform. De tienerdochter van de agent sprak in een ontroerende toespraak de hoop uit dat haar vaders dood maatschappelijke veranderingen teweegbrengt. Ook paus Benedictus XVI bracht via een telegram zijn deelneming over aan de familie van de omgekomen agent.
De Italiaanse minister van sport, Giovanna Melandri, overlegde gisteren met de minister van binnenlandse zaken, Giuliano Amato, over de maatregelen die moeten genomen worden om het geweld bij voetbalwedstrijden terug te dringen. Amato liet na afloop van dat gesprek weten dat voetbalfans die niet strikt aan de veiligheidsvoorschriften voldoen voortaan uit de stadions worden gebannen. Ook moet het clubs verboden worden om kaartjes in grote hoeveelheden te verkopen aan bezoekende clubs, omdat op die manier niet te controleren is wie er het stadion binnenkomt.
Morgen zal het kabinet over deze en andere maatregelen beslissen. De Italiaanse voetbalbond liet weten dat het na die kabinetszitting zal besluiten wanneer de competitie, die door de voetbalbond na het incident was stilgelegd, wordt hervat. Stadions zouden dan in theorie vanaf volgend weekeinde hun deuren weer voor het publiek kunnen openen, mits er aan de plots veel strengere veiligheidsvoorschriften wordt voldaan.
Volgens de krant La Repubblica riep Antonio Matarrese, de directeur van de Spaanse Serie A, op om de wedstrijden zo snel mogelijk weer door te laten gaan, omdat het één van Italië’s grootste bedrijfstakken betreft. Hij zou volgens de krant gezegd hebben, dat “sterfgevallen deel uitmaken van dit enorme spektakel, waar de handhavers van de wet nog steeds geen controle over hebben”. Dergelijke uitspraken doen ons denken aan het Rome van zo’n 2000 jaar geleden en zijn een beschaafd mens onwaardig.
Feit is dat de voetbalclubs door de gestaakte competitie inmiddels veel inkomsten missen. De vier grootste clubs brachten bijvoorbeeld door de kaartverkoop alleen al, in het seizoen 2004-2005 zo’n 770 miljoen euro binnen. Clubs zijn na de verkoop van uitzendrechten voor het grootste deel van hun inkomsten afhankelijk van het stadionbezoek, en zitten op hete kolen zolang de competitie onderbroken blijft.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 6 februari 2007 op het Romenieuws-archief.

