De fraaie tentoonstelling I Marmi Torlonia (The Torlonia Marbles) die normaal op 29 juni zou eindigen wordt verlengd tot 9 januari 2022. Dat is erg goed nieuws voor wie deze expo de komende maanden alsnog wil bezoeken.
Deze tentoonstelling werd twee jaar geleden terecht aangekondigd als één van de culturele topevenementen van het jaar, maar de opening op 4 april 2020 moest na de uitbraak van het coronavirus al meteen worden uitgesteld. Italië zat toen al in volledige lockdown.
Ook nadien ondervond de tentoonstelling nog veel hinder van de viruscrisis. Niet alleen werd ze na een uitgestelde heropening opnieuw een hele tijd gesloten, er moest ook worden geschoven met de openingsdata en dagelijks waren slechts een beperkt aantal bezoekers toegelaten.
Bovendien hebben vele geïnteresseerde buitenlandse bezoekers door het stilvallen van het toerisme de tentoonstelling niet kunnen zien. Dat wordt nu, met de ruime verlenging van de einddatum, dus goedgemaakt.
De tentoonstelling laat een klein deel zien van de beroemde Torlonia-collectie, door velen beschouwd als ’s werelds belangrijkste privécollectie van oude marmeren sculpturen. Ze is ondergebracht in Palazzo Caffarelli, de twee jaar geleden gerestaureerde exporuimte in de Capitolijnse Musea van Rome (ingang langs de Via delle Tre Pile, aan de rechterkant vanaf Piazza del Campidoglio).
De privécollectie die in de periode tussen de vijftiende en de negentiende eeuw door de familie Torlonia bij elkaar werd gebracht, bevat een onschatbare verzameling van in totaal, hou je even vast, 620 schitterende marmeren sculpturen uit de oudheid.
Het waren er ooit nog meer, maar een deel ervan raakte doorheen de eeuwen verspreid of werd verkocht. De wereldberoemde collectie staat internationaal bekend als The Torlonia Marbles.
Op de tentoonstelling in Rome worden, verspreid over veertien zalen, in totaal 92 objecten getoond, een fractie van de volledige verzameling dus, maar zelfs in die beperktheid meer dan de moeite waard. Als er dit jaar nog één tentoonstelling is die je moet gezien hebben, is het wel deze.
Het gaat zowel om bustes, reliëfs, beelden, vazen, sarcofagen als decoratieve elementen uit het oude Rome. De meeste kunstvoorwerpen zijn van marmer, al zijn er ook enkele werken uit brons en albast te zien.
De reden dat met zoveel belangstelling wordt uitgekeken naar deze tentoonstelling, is dat de marmeren objecten zeer lange tijd verborgen bleven. Ze zijn intussen al meer dan zeventig jaar niet meer getoond aan het publiek.
Dat kwam zo. In 1875 opende prins Alessandro Torlonia een privémuseum, het Museo Torlonia, in een oud graanpakhuis aan de Via della Lungara, tussen Porta Settimiana en Palazzo Corsini in Trastevere.
De man had eigenlijk vooral ruimte nodig om de enorme verzameling die zijn familie doorheen de eeuwen had verworven op te slaan en alles onderbrengen in een museum leek een goede oplossing. Zo had het publiek er ook iets aan en verdiende de familie er nog een centje mee, redeneerde de prins.
Maar na de Tweede Wereldoorlog bleef het museum gesloten voor gewone bezoekers. Toegang tot de enorme familiecollectie, die verspreid was over liefst 77 kamers, werd slechts uitzonderlijk verleend aan experts, wetenschappers, belangrijke politici of bezoekende binnen- of buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders.
In 1976 sloot het museum in Trastevere definitief de deuren en moest de collectie weggehaald worden om plaats te maken voor de bouw van een complex met 93 luxe-appartementen.
De enorme verzameling werd noodgedwongen verplaatst naar de kelders van Villa Albani, die eveneens eigendom is van de aristocratische familie Torlonia.
Daar bleef de onschatbare collectie marmeren kunstwerken meer dan vier decennia opgeslagen, zorgvuldig stofvrij verpakt, maar dus onzichtbaar voor het publiek.
Al krijg je bij een bezoek aan Villa Albani meer dan genoeg andere kunstwerken te zien. Naar verluidt zouden zich in de villa alles samen meer dan duizend beelden, schilderijen en andere kunstvoorwerpen bevinden.
Pogingen van opeenvolgende regeringen en stadsbesturen om de adellijke familie te overtuigen om de kunstwerken openbaar tentoon te stellen of de collectie desnoods te verkopen, haalden niets uit.
De aankoop van een dergelijke verzameling in haar geheel zou trouwens geen optie geweest zijn. Er is vermoedelijk geen enkel museum of overheidsorgaan dat voldoende geld op tafel kan leggen om deze fantastische verzameling volledig te kunnen verwerven.
Alleen al de waarde van wat nu wordt getoond in Palazzo Caffarelli wordt voorzichtig geraamd op minstens 125 tot 150 miljoen euro, en dat is dus nog geen zesde deel van de volledige collectie. Indien de kunstvoorwerpen afzonderlijk zouden geveild worden, brengen ze vermoedelijk nog veel meer op.
De onwil van de familie Torlonia om de kunstwerken te tonen, had ook veel te maken met het feit dat het stadsbestuur van Rome bij de sluiting van het museum in Trastevere in 1976 had ontdekt dat het Museo Torlonia destijds was verbouwd zonder bouwvergunning. De stad was zo inhalig om de familie Torlonia daarvoor alsnog een flinke boete aan te smeren.
Dat leidde niet alleen tot een langdurig juridisch gevecht tussen de familie en de stad, maar ook tot veel boosheid en wrevel. De familie Torlonia verweet de stad alleen maar te denken aan geld en geen waardering te hebben voor het feit dat Rome jarenlang had kunnen genieten van een unieke verzameling kunstwerken in een privémuseum dat de overheid helemaal niets had gekost. Kortom, de relaties waren meer dan verzuurd.
Na langdurige gesprekken tussen de Italiaanse minister van Cultuur Dario Franceschini en de Fondazione Torlonia, de stichting die sinds enkele jaren de bezittingen van de familie beheert, werd op 16 maart 2016 toch een overeenkomst getekend met de overheid.
Daarin werd bepaald dat een deel van de verzameling gedurende enige tijd aan het publiek mocht worden getoond, dit op voorwaarde dat de organiserende overheid alle kosten op zich nam en ook de gigantische verzekeringspolis betaalde.
Als gevolg daarvan worden nu, jaren na de overeenkomst, voor het eerst in zeventig jaar 92 topstukken uit de verzameling-Torlonia worden tentoongesteld. Na Rome vertrekt de tentoonstelling voor een uitgebreide reis langs een aantal buitenlandse steden.
Waar de tentoonstelling overal zal halt houden en hoe lang die wereldtournee zal duren, is nog niet bekend. In plaats van stof te verzamelen in een kelder of opslagplaats, zullen de kunstwerken de komende jaren alleszins door heel wat mensen kunnen gezien worden. Wereldwijd zal het publiek in de toekomst voor het eerst kunnen kennismaken met de ongelooflijk mooie Torlonia-sculpturen.
Er zijn geruchten dat de collectie na afloop van de buitenlandse avonturen wellicht een vaste plek in Rome zou kunnen krijgen, waar ze dan permanent aan het publiek kan worden getoond. Onder meer het vandaag compleet verwaarloosde en nog te restaureren Palazzo Rivaldi aan het Forum Romanum wordt genoemd als mogelijke locatie.
De Capitolijnse Musea staan als eerste in de rij om de verzameling in bruikleen te verwerven, maar zover is het dus nog lang niet. Het is al een mirakel dat de familie Torlonia na de jarenlange vete met het stadsbestuur kon overgehaald worden om een aantal topstukken vrij te geven voor een tijdelijke tentoonstellling.
Alsof het al niet bijzonder is dat deze unieke en eeuwenoude verzameling weer het daglicht ziet, werden alle tentoongestelde werken de voorbije jaren netjes gerestaureerd. Dat enorme project werd gefinancierd door het luxe juweliershuis Bulgari, waarmee de familie Torlonia al vele jaren een goede relatie onderhoudt.
Anna Maria Carruba, die toezicht hield op de restauratie van de sculpturen, ontdekte op een marmeren reliëf van een Romeins haventafereel sporen van de kleuren waarmee het oorspronkelijk was beschilderd.
Het is nog maar eens een (zeldzaam) bewijs van het feit dat de marmeren sculpturen in de oudheid werden versierd en levendiger gemaakt met verf. Eén van de tentoongestelde stukken, een Grieks beeld van een rustende geit, werd de laatste keer gerestaureerd door niemand minder dan Gian Lorenzo Bernini.
Veel tentoongestelde stukken maken overigens duidelijk waar fantastische beeldhouwers zoals Bernini, Michelangelo en Canova hun inspiratie hebben gehaald. Net als de onbekende kunstenaars uit de oudheid, wisten ook zij hun figuren ongelooflijk levensecht uit te beelden.

Wat is er nu zo bijzonder aan deze verzameling marmeren voorwerpen? Het gaat zonder meer om de mooiste en best bewaarde objecten uit de oudheid die vandaag nog ergens te vinden zijn. Hier zie je geen beelden zonder handen, afgehakte armen, verdwenen benen of preuts verwijderde penissen.
Wie deze verzameling bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat de familie Torlonia altijd vooraan in de rij stond en de eerste keus kreeg wanneer een voorwerp werd ontdekt of te koop werd aangeboden. Vermoedelijk was dat ook zo.
Wereldwijd zijn zowat alle musea jaloers op deze privécollectie, die, mits permanent en in zijn geheel tentoongesteld, een gigantische trekpleister zou vormen.
De Capitolijnse Musea in Rome en en de Vaticaanse Musea, toch absolute toppers als het gaat om hun collectie artefacten uit het oude Rome, zouden er veel voor over hebben om deze topstukken permanent binnen hun muren te hebben.
De Torlonia-collectie is doorheen de eeuwen steeds aangevuld met nieuwe aanwinsten. Als ze de kans zag, kocht de familie ook belangrijke particuliere verzamelingen op en haalde er vervolgens de allerbeste stukken uit. In die zin is de volledige 620 beelden tellende collectie eigenlijk een verzameling van verzamelingen.
Zo verwierf ze de mooiste stukken uit de verzameling van de adellijke familie Albani en kon ze de hand leggen op de belangrijke verzameling van de beeldhouwer en restaurateur Bartolomeo Cavaceppi (1716-1799) die ook een goede vriend en tipgever was van Johann Winckelmann.
De familie Torlonia wist ook het mooiste deel van de collectie van markies Vincenzo Giustiniani (1564-1637), een rijke bankier en verzamelaar van antieke kunst, binnen te halen.
De overige stukken van de markies bevinden zich vandaag nog steeds in het Palazzo Giustiniani vlakbij het Pantheon, dat deel uitmaakt van de Senaat van Rome en onder meer plaats biedt aan de kantoren van de senaatsvoorzitter en de senatoren.
Daarnaast werd de ongeëvenaarde Torlonia-collectie verder uitgebreid dankzij opgravingen die de voorbije eeuwen gebeurden op de uitgestrekte landgoederen die de schatrijke familie in de omgeving van Rome in haar bezit had.
Zo werden schitterende artefacten bovengehaald aan de Via Latina, in de omgeving van de Villa di Massenzio en de Villa dei Quintili aan de Via Appia, maar ook in Sabina en Tuscia.
De antieke kunstwerken hebben in het verleden verschillende van de talrijke woningen van de familie gesierd en verhuisden onderling regelmatig van locatie.
In haar totaliteit geeft de collectie Torlonia in ieder geval een zeer representatieve en bevoorrechte dwarsdoorsnede van de geschiedenis van het verzamelen van oudheden in Rome van de vijftiende tot de negentiende eeuw.
De tentoonstelling vertelt dus eigenlijk ook het ontstaan en de geleidelijke vorming van deze bijzondere privéverzameling die wereldwijd haar gelijke niet kent.
De in Palazzo Caffarelli tentoongestelde voorwerpen zijn niet alleen schitterende voorbeelden van antieke beeldhouwkunst, maar tevens een weerspiegeling van een cultureel proces waarmee de meeste belangrijke collecties in de loop der eeuwen te maken kregen: de cruciale overgang van een verzameling familiestukken naar een museum, een proces waarin de stad Rome en bij uitbreiding heel Italië een onbetwistbare rol hebben gespeeld.
I Marmi Torlonia. Collezionare Capolavori
The Torlonia Marbles. Collecting Masterpieces
Musei Capitolini
Palazzo Caffarelli
Tot 9 januari 2022
Hier kan je een sfeerfilmpje over de tentoonstelling zien.
Een filmpje met uitleg over de tentoonstelling kan je hier bekijken.
ALLE INFO EN BOEKINGEN: www.torloniamarbles.it
De catalogus (320 pagina’s, kostprijs 37,05 euro) wordt uitgegeven door Electa.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 28 juni 2021. Bekijk het origineel.

