In 2013 kwam tijdens opgravingen in Tongeren (Belgisch-Limburg) een Romeins grafveld aan het licht dat dateert uit het begin van onze jaartelling. Eén graf trok vooral de aandacht van de onderzoekers. Het was de laatste rustplaats van een volwassen man en twee kinderen. Ze werden samen begraven.
Uit DNA-onderzoek blijkt dat de kinderen broer en zus zijn, de man is geen familie. De goede bewaarstaat van de schedelresten en de resultaten van het DNA-onderzoek lieten toe om gezichtsreconstructies uit te voeren.
Nooit eerder reconstrueerden specialisten in België het gelaat van enkele mensen die leefden in de Romeinse tijd. Vanaf 1 mei zullen deze gezichten te zien zijn in de inkomhal van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.

In 2013 voerden archeologen van het Nederlandse onderzoeksbureau ADC-ArcheoProjecten opgravingen uit aan de Beukenbergweg in Tongeren.
Ze legden een grafveld bloot uit de Romeinse tijd. In vijftien graven troffen ze de skeletresten aan van zeventien mensen: twaalf volwassenen (waarvan elf mannen en één vrouw) en vijf kinderen (waarvan een foetus).
Onder andere op basis van C14-datering kon dit grafveld gedateerd worden in de eerste decennia van onze tijdrekening, relatief kort na de stichting van Tongeren rond 10 v. Chr.
Het opvallendste graf was dat van een man van 40 tot 50 jaar met twee kinderen: een meisje van ongeveer drie jaar en een jongen van rond de zes jaar. De man en de jongen lagen begraven op hun buik, het meisje op haar zij.

Een opmerkelijk detail: het meisje had haar armen om de benen van de volwassen man geklemd. We mogen ervan uitgaan dat de man en de twee kinderen tegelijkertijd om het leven kwamen en werden begraven.
Over de exacte omstandigheden van hun dood tasten de onderzoekers in het duister. Is er sprake van een misdrijf? Werd het meisje geduwd en sloeg ze angstig haar armen om de benen van de man, waarna de kuil werd dichtgemaakt?
Op de skeletresten zijn geen sporen van geweld aangetroffen. Het is dus best mogelijk dat het niet om een misdrijf ging en dat deze mensen een natuurlijke dood stierven. Misschien wilden de nabestaanden een liefdevol tafereel creëren?
Aanvankelijk gingen de onderzoekers ervan uit dat het om een graf ging van een vader met zijn kinderen. Uit DNA-onderzoek blijkt echter dat er geen biologische verwantschap bestaat tussen de man en de kinderen, zij zijn geen familie van elkaar.
De jongen en het meisje zijn wel nauw verwant: het zijn broer en zus. Mogelijk is hier sprake van een samengesteld gezin, en was de man dus de stiefvader.
Aan de hand van de resultaten van het DNA-onderzoek kon niet alleen de biologische verwantschap maar ook de genetische herkomst van de drie bepaald worden. De DNA-profielen wijzen op een herkomst uit wat vandaag Noord-Frankrijk of België is. Dat geeft dus aan dat deze mensen (of hun voorouders) uit de regio kwamen.
Aanvullend bestudeerden de onderzoekers ook de verhouding van strontiumisotopen in de kiezen. Dat is een techniek die helpt om te achterhalen wat mensen in hun eerste levensjaren aten. Hieruit kan worden afgeleid waar ze zijn geboren en opgroeiden. Wat bleek? Zowel de man als de twee kinderen werden geboren in de omgeving van Tongeren.

Het DNA-onderzoek gaf ook de kleur van de ogen, de huid en het haar prijs. In het geval van de volwassen man: blauwe ogen, blond haar en een bleke tot lichtbruine huidskleur.
Wat de jongen betreft: hij had bruine ogen, bruin tot blond haar en lichtbruine, mediterrane huidskleur. Het meisje had donkerbruin tot zwart haar, bruine ogen en een lichte huid, lichter dan haar broertje.
De conserveringsgraad en compleetheid van de schedels zijn uitzonderlijk, net zoals de resultaten van het DNA-onderzoek. De lichamelijke resten behoren tot één graf. Daardoor beslisten de onderzoekers om een gezichtsreconstructie uit te voeren op de schedels, zowel van de volwassen man als de jongen.
Dit gebeurde door fysisch antropoloog en archeoloog Maja d’Holossy (Universiteit van Amsterdam). Bij het meisje was een gezichts-reconstructie niet (meer) mogelijk.
Daarom werd op basis van de beschikbare resten en de biologisch verwantschap met de jongen een (hypothetische) reconstructietekening gemaakt.

Bij het maken van gezichtsreconstructies wordt uitgegaan van het principe dat elk gelaat specifiek is. Het complexe spier- en zenuwstelsel wordt opgehangen aan de structuur van de schedel. Het geeft niet alleen steun maar bepaalt ook de vorm van het gelaat.
Doorheen de eeuwen verrichtten anatomen onderzoek naar de relatie tussen de schedel en de zachte weefsels eromheen. Op basis daarvan stelden ze speciale tabellen op die bij gezichtsreconstructies als referentie worden gebruikt.
Om de gezichten te reconstrueren maakten de specialisten eerst een 3D-print van de schedels. Vervolgens gaven ze daarop de weefseldiktes aan. Hiervoor gebruikten ze pinnetjes met de juiste lengte. Die brachten ze op verschillende plaatsen op de schedels aan.

Daarna plaatsten ze de aangezichtsspieren, de huid en de vetlaag in klei. Van die ‘basisgezichten’ werden kopieën in siliconenrubber gemaakt. Die werden gepersonaliseerd op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek (huidskleur, haarkleur, kleur ogen,…).
Tot slot volgden nog enkele details die worden afgeleid uit de historische context, maar in zekere zin hypothetisch zijn.
Zo kreeg de man heel wat rimpels, omdat de onderzoekers ervan uitgaan dat hij een bestaan leidde dat zich in grote mate buitenshuis afspeelde.

Het onderzoek naar dit graf kadert in een groter syntheseonderzoek, uitgevoerd door het Vlaams Erfgoed Centrum (VEC) onder leiding van Henk van der Velde. Eén van de doelen is te achterhalen wat de herkomst is van de eerste generaties bewoners van Tongeren.
Hoewel niet alle skeletten voldoende geschikt bleken voor onderzoek werden er 38 geselecteerd voor DNA-analyse en 30 voor onderzoek naar isotopen. Daartoe behoren ook alle skeletten uit de opgravingen aan de Beukenbergweg, waaronder die uit het graf van de man en de twee kinderen.
De dateringen van de Tongerse skeletten lopen uiteen van rond het begin van de jaartelling tot in de vierde eeuw na Chr. Door die brede tijdspanne is elke periode van Romeins Tongeren vertegenwoordigd
Hoewel dit aantal nog steeds een kleine steekproef betreft, biedt het wel mogelijkheden om gericht onderzoek te doen naar de herkomst van de vroegste bewoners van Tongeren en de wijze waarop de bevolking zich verder ontwikkeld heeft.

Het is één van de grootste studies die op dit gebied werden uitgevoerd met betrekking tot de bevolking in het toenmalige Romeinse rijk. De (eerste) resultaten bevestigen trouwens het beeld dat de meerderheid van de vroege bewoners van Tongeren uit de regio afkomstig was, net zoals de man en de twee kinderen.
In september moet het volledige syntheseonderzoek zijn afgerond. Dan maken de onderzoekers de definitieve resultaten bekend aan het publiek.
Onderzoeker Henk van der Velde presenteert de partiële resultaten van het onderzoek in een online lezing van ‘Spraakwater’ in het Gallo-Romeins Museum op donderdag 8 april. Inschrijven kan online: www.galloromeinsmuseum.be. Deelname is gratis.
Het project krijgt steun van de Vlaamse overheid (projectsubsidie archeologisch syntheseonderzoek). Ook de Universiteit van Harvard (VS) leverde een financiële bijdrage.
Aan dit onderzoek werkten mee: Henk van der Velde (Vlaams Erfgoed Centrum), Anouk Veldman (Huis van Hilde), Eveline Altena (Leids Universitair Medisch Centrum), David Reich (Harvard University), Lisette Kootker (Vrije Universiteit Amsterdam), Maja d’Holossy (Universiteit van Amsterdam/Skullpting) en April Pijpelink (CRINA Fysische Antropologie).
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 25 maart 2021. Bekijk het origineel.

