Vaticaan heeft meer Zwitserse gardisten nodig

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De Zwitserse Garde, het oudste nog bestaande politiekorps ter wereld, gaat zijn rekrutering verbeteren om de kwaliteit maar vooral het aantal gardisten te kunnen verzekeren. Binnenkort worden negen oud-gardisten in de verschillende regio’s van Zwitserland ingezet om geïnteresseerde jongeren aan te spreken. De Zwitserse Garde, in het Italiaans de Guardia Svizzera Pontificia, werd opgericht via een decreet in 1505 door paus Julius II. Alleen rooms-katholieke mannen uit Zwitserland mogen lid worden van het korps, op voorwaarde dat zij niet ouder zijn dan dertig en niet kleiner dan 1,74 meter. Jongeren engageren zich om minstens twee jaar lid te blijven van het korps. Nu zondag, op 6 mei, leggen de nieuwe leden van de Zwitserse Garde traditioneel hun eed af. Dit jaar zijn er slechts 26 nieuwe rekruten, het laagste aantal sinds vijf jaar. Het korps heeft jaarlijks een dertigtal nieuwe gardisten nodig.

Urs Breitenmoser, de informatieverantwoordelijke van het korps, beklemtoont dat de eerste contacten ter plaatse met nieuwe rekruten van essentieel belang zijn. Daarom worden die lokale contacten nu versterkt. De centrale rekruteringsdienst blijft uiteraard bestaan. Plaatselijke partners blijven ook in de toekomst voordrachten houden in Zwitserland en publiciteit maken voor de Zwitserse Garde.

Koningen en ook andere vorsten hebben vanaf de late middeleeuwen Zwitserse huursoldaten geworven. Deze mannen golden als voorbeeldige soldaten en zij waren trouw aan hun (betalende) meester en hadden geen band met het (vaak oproerige) volk. Een Zwitserse gardist werd aangeworven voor de paus en voor de koning van Frankrijk maar ook de Oranjes hadden Zwitserse hellebaardiers in dienst. De Zwitsers waren trouw zo lang zij betaald werden. Vandaag is er nog één Zwitserse Garde in functie, die van Rome.

Dit korps, ook wel eens foutief het kleinste leger ter wereld genoemd, wordt voor het eerst vermeld in een document uit 1505 waarin paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vraagt om de pauselijke staat te dienen. Het korps, dat al snel uitgroeide tot de persoonlijke lijfwacht van de paus, werd in 1506 officieel opgericht. De eerste Zwitsers, een ploeg van 150 man, arriveerde op 22 januari 1506 in Rome. Ondertussen zijn de gardisten al eeuwen lang verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van de paus. Paus Julius II achtte destijds gewone huurlingen niet betrouwbaar genoeg en wierf daarom in 1505 Zwitserse soldaten aan. Die hadden immers een goede reputatie.

Vandaag is er nog steeds een verdrag afgesloten met vier katholieke en Italiaanstalige Zwitserse kantons die het Vaticaan voor een duur van maximaal 5 jaar maximum 200 soldaten leveren. In principe gaat het om contracten van 2 jaar, maar die zijn verlengbaar. Alleen katholieke Zwitsers komen in aanmerking, allemaal vrijgezellen tussen 19 en 30 jaar oud en minimaal 1,74 m groot. De wachters mogen geen baard dragen. Officieren daarentegen moeten juist wel gehuwd zijn. De gewone soldaten hoeven niet celibatair te leven, maar om te mogen trouwen moeten zij minstens drie jaar gediend hebben en zich willen vastleggen voor nogmaals drie jaar. Ze worden dan in principe bevorderd tot officier. Hoewel ze vrije dagen hebben en mogen uitgaan is ergens anders overnachten dan in de slaapzalen van hun kazerne in het Vaticaan wel ten strengste verboden, tenzij mits uitzonderlijke toestemming.

De gardisten krijgen een loon van amper 1.300 euro. Maar zodra ze het korps verlaten vinden ze bij hun terugkeer in Zwitserland dankzij hun uitstekende reputatie onmiddellijk een interessante en vaak goed betaalde job. Anderzijds hebben ze ook weinig kosten. Voeding, kleding, medische zorgen en dergelijke worden allemaal door het Vaticaan betaald. Het motto van het korps is: “Acriter et fideliter” (dapper en trouw). Het Italiaans van de wachters is vaak nogal gebrekkig en hun accent uiteenlopend, wat verraadt dat het Zwitserse korps ook de verschillende talengroepen vertegenwoordigt.

Hun functie is inmiddels uitgebreid tot ceremoniële diensten en toezicht. Ze regelen ook het verkeer en fungeren als officiële wachtposten bij de toegangen. Zij groeten plichtmatig. Voor kardinalen is er een speciale groet, de zogenaamde Schultern, waarbij de hellebaard omhoog wordt gegooid en weer opgevangen. De hellebaard is 2 m lang en weegt 6 kg. Als de paus op reis gaat wordt hij begeleid door Zwitserse wachters in burger.

Bij de plundering van Rome (de Sacco di Roma) door keizer Karel V op 6 mei 1527, sneuvelden maar liefst 147 van de 150 wachters, die de vlucht van paus Clemens VII hadden gedekt. De geslaagde reddingsactie draaide uit op een ware zelfmoordmissie. Met hun rug tegen de muren van het Vaticaan vonden ze de dood. De paus kon ontsnappen naar de Engelenburcht. Dat gebeurde via de passetto , een versterkte ontsnappingsroute die over een afstand van ongeveer 800 meter het Apostolisch paleis in Vaticaanstad verbindt met de Engelenburcht. De passetto is vandaag nog alijd intact en uitzonderlijk kan je er zelfs in, al kan je uiteraard niet doordringen tot in de pauselijke vertrekken. Voor de kazerne van de garde staat nog steeds een monument dat herinnert aan de bloedige reddingsactie in 1527. Nieuwe wachters leggen daarom ook op 6 mei in de ochtend hun eed van trouw af. Dat gebeurt op het Sint-Damasiusplein.

Zij leggen hun linkerhand op de vlag en heffen de rechterhand met drie gestrekte vingers (het teken van de Drievuldigheid). De folkloristische uniformen met rood, geel en blauw (kleuren van de Medici-familie) zouden volgens vele reisgidsen ontworpen zijn door Michelangelo maar dat is een fabeltje. Het huidige uniform is een creatie van commandant Jules Repond, die van 1910 tot 1921 in het korps diende. Naast dit bekende uniform wordt tijdens de gewone dagtaken ook nog een blauw uniform gedragen. De gala-uniformen worden enkel gedragen bij bijzondere gelegenheden en eucharistievieringen. Ze dragen dan de hellebaard, handschoenen en een helm met rode veren. Op het herdenkingsfeest van de Plundering van Rome op 6 mei dragen ze ook een harnas.

Tussen de plooien van hun ouderwetse uniform dragen de gardisten wel een dolk en een automatisch pistool, een instrument met meer effectieve stopkracht dan een middeleeuwse hellebaard. Elke gardist wordt echter nog steeds getraind in het gebruik van zwaard en hellebaard. Overigens wordt het Vaticaan behalve door de Garde ook bewaakt door andere Vaticaanse veiligheidsfunctionarissen en de Italiaanse politie. De wachters beschikken ook over een hypermoderne handcomputer, een geschenk van Motorola. De kleine draagbare computers zijn draadloos verbonden met een centrale server, waar ondermeer wordt gecontroleerd of de nummerplaten van de auto’s die het Vaticaan binnenrijden officieel geregistreerd zijn. De Zwitserse garde heeft een eigen vlag en een eigen parochiekerk binnen Vaticaanstad, gewijd aan Sint-Maarten.

In april 2003 haalde het korps het wereldnieuws toen voor de eerste keer sinds de oprichting een niet-blanke tot de Zwitserse garde toetrad. Deze primeur was bestemd voor de in India geboren Dhani Bachmann, die als kind door Zwitserse ouders werd geadopteerd en in Zwitserland opgroeide.

Sinds 1999 moeten kandidaten een psychologische test ondergaan. De aanleiding daarvoor was het bloedbad dat de 23-jarige vice-korporaal Cédric Tornay een jaar eerder had aangericht. Hij schoot zijn pasbenoemde commandant Aloxefs Estermann, diens vrouw en zichzelf dood. Tornay zou tot zijn daad zijn gekomen, omdat Estermann hem voor een onderscheiding en een promotie zou hebben gepasseerd. De traditionele eedaflegging werd toen twee dagen uitgesteld. Het officiële verslag van het Vaticaan meldde dat Tornay de twee anderen had doodgeschoten met zijn dienstwapen in een “vlaag van waanzin”. Daarna pleegde hij zelfmoord. Maar later kwam aan het licht dat beide gardisten een relatie met elkaar hadden, tot Tornay zijn overste op een dag met een andere man betrapte. Toen Tornay na tal van pesterijen besloot om de Zwitserse Wacht te verlaten, weigerde Estermann hem de medaille uit te reiken waar hij recht op had. Toen sloegen bij Tornay de stoppen helemaal door. Estermann, die de paus lijfelijk had beschermd bij de aanslag van 1981, kreeg een praalbegrafenis in de Sint-Pietersbasiliek. Tornay kreeg een sobere dienst in een kerkje aan de rand van de stad.

De diensttijd van een Zwitserse gardist bij de Heilige Stoel telt niet mee als legerdienst voor de Zwitserse staat. Bovendien is de taak van een Zwitsers gardist politioneel en niet militair. Dat oordeelde de Zwitserse Bondsraad. Die erkent dat de Zwitserse gardist een eervolle en interessante opdracht vervult door de paus en zijn residentie te beschermen, maar wijst er tegelijk op dat gardisten werken in dienst van een buitenlands staatshoofd en niet als een leger dusdanig. Dat impliceert ook dat hun militaire verplichtingen in hun vaderland (twee weken per jaar) van kracht blijven, al kunnen gardisten uitstel bekomen om die na hun taak bij de Zwitserse garde te vervullen.

De gardisten hebben een eigen tijdschrift. Er bestaat ook een vereniging van voormalige gardisten, die zo’n 900 leden telt. In 2006 bestond het korps 500 jaar en dat werd toen een heel jaar lang gevierd met allerlei evenementen, waaronder een grote tentoonstelling. Er werd ook een speciale munt uitgegeven en een postzegelreeks. Een honderdtal ex-gardisten marcheerden voor de gelegenheid van Zwitserland naar Rome. Dat jaar werd in het kasteel van Penthes, nabij Genxe8ve, in het museum ook een afdeling gewijd aan de Zwitserse Gardisten.

Guardia Svizzera Pontificia
I-00120 Cittxe0 del Vaticano

www.schweizergarde.va

www.schweizergarde.eu

www.schweizergarde.ch

www.vatican.va/roman_curia/swiss_guard

www.penthes.ch

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 4 mei 2012. Bekijk het origineel.