Het Instituut voor Religieuze Werken (IOR), beter bekend als ‘de bank van het Vaticaan’, dreigt opnieuw in opspraak te komen. Vandaag raakte bekend dat het parket van Rome een juridisch onderzoek start naar de vermeende betrokkenheid van het IOR bij geldwitwaspraktijken van twee verantwoordelijken van het instituut, onder wie directeur Ettore Gotti Tedeschi. Het Instituut voor Religieuze Werken beheert meer dan 40.000 bankrekeningen van bisdommen en religieuze orden en congregaties uit de hele wereld.
Volgens het onderzoek beheert de Vaticaanse bank al enkele jaren anonieme rekeningen van andere Italiaanse instellingen. Die rekeningen fungeren mogelijk als dekmantel voor fraude of belastingontduiking. Volgens Italiaanse media verzuimde het instituut de aangifte van grote sommen geld bij financiën. Beide verantwoordelijken overtraden wellicht ook bepalingen van een nieuwe wet tegen het witwassen van geld. In het kader van het onderzoek werd 23 miljoen euro van het IOR geblokkeerd op een rekening van de Italiaanse Bank van het Landbouwkrediet.
Het verhaal doet denken aan het schandaal rond de Banco Ambrosiano in het begin van de jaren ’80 van vorige eeuw. De Banco Ambrosiano was een Italiaanse privé-bank die in de 19de eeuw werd gesticht door Rooms-katholieke geestelijken. In de tweede helft van de 20ste eeuw groeide de bank onder leiding van de zakenman Roberto Calvi snel uit tot een belangrijke factor in de financiële wereld.
Via de Banco Ambrosiano werden gelden van de Rooms-katholieke kerk en van de maffia belegd in Zuid-Amerika. Toen de bank in 1982 failliet ging, met een schuldenlast die geschat werd tussen de 700 miljoen en de anderhalf miljard dollar, veroorzaakte dat een schandaal dat ver buiten de financiële kringen doordrong.
De Vaticaanse Bank had een groot aandeel in deze bank en de bank van het Vaticaan betaalde dan ook 250 miljoen dollar aan schuldeisers van de Banco Ambrosiano maar het Vaticaan en aartsbisschop Paul Marcinkus ontkenden iedere betrokkenheid bij het schandaal van dit faillissement. De zakenman en voorzitter van de bank, Roberto Calvi en zijn vermeende betrokkenheid bij de vrijmetselaarsloge P2 worden vaak vermeld als mogelijke oorzaken voor het tenietgaan van de Banco Ambrosiano.
Calvi werd in 1982 aangeklaagd voor een lange lijst van financiële en politieke overtredingen waaronder het witwassen van grote bedragen. Calvi dook onder maar in juni 1982 werd zijn lichaam aangetroffen in Londen, hangend onder de Blackfriars Bridge. Op diezelfde dag viel Calvi”s secretaresse, Graziella Corracher, uit een raam van de bank in Milaan.
Calvi was een vermeend lid van de geheime vrijmetselaarsloge P2 waar Licio Gelli de grootmeester van was. Hoewel zijn handen waren gebonden en zijn zakken gevuld met stenen hield de Britse politie het in eerste instantie op zelfmoord.
Pas na onderzoek in 1993 kwam vast te staan dat Calvi werd vermoord. Tijdens een maffiaproces in Rome in 1997 beweerden de openbare aanklagers dat Calvi vermoedelijk door de maffia om het leven was gebracht.
Op 19 april 2005, zijn vier verdachten aangeklaagd wegens moord. Mogelijke daders zijn Flavio Carboni, Giuseppe ‘Pippo’ Calo, Ernesto Diotavelli en de voormalige vriendin van Calvi, Manuela Kleinszig. Deze vier verdachten hebben allemaal veronderstelde banden met de maffia. Volgens de aanklager wilden ze de bankier straffen voor financiële verliezen. Op 6 oktober 2005 is het proces over zijn moord van start gegaan in Italië.
Twee weken voor zijn dood zou Calvi nog een brief hebben geschreven aan paus Johannes Paulus II. Het faillissement van de Banco Ambrosiano en alle schandalen die daar mee waren gemoeid zijn door sommigen in verband gebracht met de dood van Paus Johannes Paulus I.
Volgens die speculaties wilde de nieuwe paus schoon schip maken, hetgeen door sommigen binnen de Romeinse Curie als een grote bedreiging gezien zou zijn geweest. Deze beschuldigingen konden evenwel niet worden gestaafd met bewijzen.
De moord op Roberto Calvi heeft wel tal van speculaties tot gevolg gehad, waarbij steevast het Vaticaan in een kwaad daglicht werd geplaatst. Tot op de dag van vandaag wordt de moord in verband gebracht met Rome, zoals tijdens de uitzending ‘Assassinations‘ van de zender Discovery Channel. In de film The Godfather part III van Francis Ford Coppola dient dit complot eveneens als basis voor het scenario.
Bij het onderzoek naar de Banco Ambrosiano werd wel duidelijk dat Calvi en de zijnen meer dan 200 spookbanken hadden opgericht, banken die alleen op papier bestonden, en dit bood hem een labyrint van mogelijkheden om zijn duistere praktijken te verdoezelen.
Een wel echt bestaande bank, de Cisalpina bank op de Bahama’s die door Calvi en aartsbisschop Marcinkus werd bestuurd, was betrokken bij het witwassen van cocaïne-geld uit Latijns-Amerika.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 september 2010. Bekijk het origineel.

