Het astronomisch observatorium in Castel Gandolfo, het zomerverblijf van de paus, wordt ontmanteld en verhuist naar een leegstaand klooster in de buurt. Dat gebeurt omdat Benedictus XVI meer plaats nodig heeft om diplomaten te ontvangen. Het verwijderen van de telescoop markeert een breuk met een soort intimiteit tussen pausen en priesters-astronomen. Het is vrijwel niet bekend dat het Vaticaan al ruim honderd jaar beschikt over een uitstekend en goed uitgerust observatorium, overigens één van de oudste ter wereld.
Sinds Galileo Galilei koesteren pausen een haat/liefdeverhouding met de astronomie. Wat hen voornamelijk interesseerde, is welk hemellichaam de Drie Wijzen uit het Oosten, vandaag 2008 jaar geleden, naar het stalletje van Betlehem zou hebben geleid. Ook de hervorming van de kalender door paus Gregorius XIII was een drijfveer voor een eigen sterrenwacht – beter bekend als Specola Vaticana – die in 1935 omwille van het de lichtvervuiling boven Rome vanuit het Vaticaan naar Castel Gandolfo verhuisde.
Nu is het observatorium aan een nieuwe verhuis toe, naar een verderop gelegen in onbruik geraakt klooster. De Duitse paus wil immers meer plaats om diplomaten te ontvangen. Volgens directeur Jose G. Funes van de Vaticaanse sterrenwacht is er geen andere reden voor de verhuis. Wetenschap komt geen trapje lager te staan in het Vaticaan. Het Speculo Vaticana zal na de verhuis bovendien veel meer plaats hebben.
Een tweede Vaticaans observatorium bevindt zich in Arizona, waar de hoge Mount Graham en de donkere woestijnnachten ideaal zijn voor telescopische observaties. Sinds 1993 werkt het Vaticaans Observatorium samen met de Universiteit van Arizona, die in de jaren tachtig de telescoop in Mount Graham had gebouwd. Deze overeenkomst maakt het Vaticaan voor 75 procent eigenaar van deze telescoop, de Vatican Advanced Technology Telescope.
De medewerkers van de Vaticaanse observatoria zijn, naast de persoonlijke astronomen van de paus, wetenschappers die niet alleen in het bezit zijn van academische graden in de astronomie en wiskunde maar ook behoren tot de Jezuïetenorde. Hun wetenschappelijke bevindingen worden jaarlijks officieel voorgelegd aan kerkelijke overheden in Rome. De eerste observaties werden destijds in Rome zelf gedaan en gebeurden daarna op het Italiaanse platteland. Toen de felle straatverlichting zijn intrede deed in Italië, waardoor nachtelijke observaties zo goed als onmogelijk werden, begon men uit te kijken naar een andere en beter gelegen sterrenwacht.
Het Vaticaan vecht nog steeds tegen het negatieve imago dat de kerkelijke overheid meekreeg in de tijd van de Italiaanse natuurkundige en astronoom Galileo Galilei. In die periode dacht men immers, op grond van wat men zag en op basis van de geschriften van Plato en Aristoteles, dat de aarde in het middelpunt van het hele universum stond, en dat de zon, de planeten en alle sterren om de aarde heen draaiden. Dit was ook de opvatting van de Kerk. Na een aantal jaren kwam Galilei dan ook in conflict met de kerkelijke overheid, alhoewel hij zelf volhield dat zijn werk slechts een zuiver theoretische beschrijving inhield, en niet in conflict was met de katholieke godsdienst, die hijzelf ook aanhing. Hij meende juist te laten zien hoe doordacht het door God geschapene in elkaar zat.
Toch werd Galilei gedwongen afstand te nemen van zijn ontdekkingen, en werd hij in een kerkelijk proces veroordeeld tot levenslang huisarrest, van 1633 tot 1642. Overigens nam paus Urbanus VIII pas stappen nadat Galilei – op een verzoek van de paus tot verheldering van zijn standpunten – een satirische discussie had geschreven waarin een persoon die de officiële gezichtspunten van de kerk verwoordde werd voorgesteld als een dwaas.
Het waren ook de Jezuiëten die de opdracht kregen om de Juliaanse kalender aan te passen, die te lang was. Ze gooiden een paar religieuze feestdagen van de kalender en door het weglaten van 10 dagen werd het begin van de lente teruggebracht tot 21 maart. De weekdagen liepen zonder onderbreking door, op donderdag 4 oktober volgde vrijdag 15 oktober 1582. Daarmee was de nieuwe astronomische kalender, de Gregoriaanse, geboren. De invoering verliep niet overal even vlot, in de Sovjet-Unie en Griekenland zou het zelfs duren tot de twintigste eeuw vooraleer de Gregoriaanse kalender algemeen werd.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 10 januari 2008 op het Romenieuws-archief.

