Waar ligt de Romeinse plaats Ad Duodecimum? Dat is een vraag die archeologen al eeuwenlang bezighoudt. De plek wordt vermeld in de Historiae van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus, maar naast een vermelding op de beroemde Peutingerkaart, zijn er nooit concrete archeologische of historische aanwijzingen gevonden voor de juiste locatie van deze Romeinse nederzetting op het grondgebied van het huidige Nederland.
Archeoloog Nils Kerkhoven uit Dreumel verklaart in de krant de Gelderlander dat Ad Duodecimum volgens recent onderzoek in de buurt van Alphen aan de Maas heeft gelegen. Dreumel is een dorp in het Land van Maas en Waal (gemeente West Maas en Waal) in de provincie Gelderland. Het ligt aan de rivier de Waal tussen de dorpen Wamel en Heerewaarden.
In 2017 werden tussen Dreumel en Alphen spectaculaire archeologische vondsten gedaan, waaronder vijftien schepen uit de Romeinse tijd en meer dan honderdduizend sporen die zelfs teruggaan tot de prehistorie. In 2018 werden nog eens vier schepen opgegraven. Er zijn ook stenen gevonden met een vorm die erop wijst dat ze afkomstig zijn van een Romeinse brug over de Maas.
Tevens werd een grote Romeinse nederzetting ontdekt, waarvan nu wordt aangenomen dat het mogelijk gaat om Ad Duodecimum. De plek wordt door archeologen beschouwd als de grootste archeologische vindplaats van Nederland.

De beroemde Tabula Peutingeriana of Peutingerkaart is een kopie van een Romeinse reiskaart uit de derde of de vierde eeuw en omvat een gebied van Groot-Brittannië, Spanje en Noord-Afrika in het westen tot zelfs aan de rivier de Ganges in het oosten.
De enorme kaart is niet oppervlakte-getrouw, maar eerder een schematische voorstelling van het wegennet en de etappeplaatsen in het Romeinse Rijk. Over het grootste deel van de kaart werden ook de afstanden van de etappes aangegeven, deels in Romeinse mijlen (milia passuum), en voor het Gallische deel in leugae (ongeveer 1,5 Romeinse mijl).
In het midden bevindt zich de stad Rome en in het westen ligt de provincie Neder-Germanië (Germania Inferior), met steden zoals Xanten en Nijmegen. Ook legerkampen aan de Rijn worden genoemd, zoals Castra Herculis, dat wellicht het castellum in Arnhem Meinerswijk was.
Daaronder staat de naam Ad Duodecimum. De naam betekent letterlijk ‘bij de twaalfde’, mogelijk de twaalfde mijlpaal. De afstand dient dan gezien te worden vanuit Nijmegen. Dit komt echter niet overeen met de afstand die vermeld wordt op de Peutingerkaart. Deskundigen zijn het oneens over de precieze afstand van Nijmegen naar Ad Duodecimum. De meningen variëren van 26 km tot 40 km.

De Peutingerkaart geeft naar alle waarschijnlijkheid de situatie weer in de vroege derde eeuw na Chr., toen er een heerweg liep vanaf Nijmegen, hoofdstad van de civitas Batavorum (het stamgebied der Bataven) naar Forum Hadriani, de hoofdstad van de Cananefaatse civitas, en vandaar naar de meest westelijke nederzetting aan de Rijn.
Deze heerbaan volgde grotendeels de loop van Waal en Maas, die op de Peutingerkaart als één rivier worden weergegeven met de naam Patabus (Batavus). Ad Duodecimum was één van de pleisterplaatsen langs deze weg, mogelijk een officiële Romeinse halteplaats waar koeriers of reizigers konden eten, baden, overnachten en van paard kon wisselen.
Archeoloog Nils Kerkhoven denkt dat de vele vondsten aan de Maas afkomstig zijn van Ad Duodecimum. Alleen de Romeinen bouwden in de eerste eeuwen van onze jaartelling met steen. Dat deden ze alleen voor een serieuze nederzetting, zeg maar een stadje. De meningen zijn nog verdeeld en het onderzoek gaat voort. Toch durf ik met zoveel vondsten op deze plek en de afstanden op de Peutingerkaart die lijken te kloppen, wel een gokje wagen dat dit de juiste plek is, verklaart Kerkhoven begin deze week in de Gelderlander.

De Tabula Peutingeriana is een rol perkament, samengesteld uit twaalf bladen van ongeveer 38 cm hoog, elk 59 tot 65 cm lang, met een totale lengte van 6,82 m. Het eerste blad, met daarop het Iberisch Schiereiland en de Britse eilanden is verloren gegaan, waardoor er nog maar elf bladen resteren.
De oudste bekende kopie is een handschrift uit de dertiende eeuw, dat nu bewaard wordt in de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek in Wenen. Het is deze kopie die de naam gaf aan de kaart. Vervaardigd door een monnik uit Colmar werd de kaart uit een bibliotheek in Zuid-Duitsland gevonden door Conrad Celtis, die het document in 1507 naliet aan de humanist Konrad Peutinger uit Augsburg.
Na de dood van Konrad Peutinger kreeg de cartograaf Abraham Ortelius de vraag om de kaart in druk uit te geven. Hij stierf echter voor hij het werk afhad, maar een half jaar later had Jan Moretus de klus geklaard en begin 1599 drukte de uitgeverij Plantijn te Antwerpen er 250 exemplaren van, op halve grootte en verdeeld over acht drukplaten.
Later volgden nog verschillende uitgaven met dezelfde, maar ook met nieuwe drukplaten. Het is niet gemakkelijk de vermelde Romeinse namen aan hedendaagse steden te koppelen, wat nog steeds aanleiding geeft tot nieuwe interpretaties.

In 1616 gaf ook cartograaf Petrus Bertius zijn versie van de Tabula Peutingeriana uit in zijn werk Commentariorum Rerum Germanicarum. Ook Bertius gaf in zijn commentaar hierin een interpretatie van enige vermelde Romeinse namen. Dit werk, zowel de kaarten als de beschrijvingen, zijn online te raadplegen op de website van de Universiteit van Mannheim.

De tegenwoordig meest gebruikte kopie van de kaart is de facsimile van Konrad Miller uit 1887. Miller produceerde een volledige kopie in kleur op twee derde van het originele formaat. Hij heeft daarbij van het ontbrekende eerste blad een hypothetische reconstructie gemaakt, waardoor ook Spanje, Portugal en Engeland weer op de kaart staan. De kopie van Miller is online te raadplegen op de website Bibliotheca Augustana.
Belgische steden of locaties op de Peutingerkaart die tot Gallia Belgica behoorden zijn onder meer Viroviacum (Wervik), Turnaco (Doornik), Atuaca Tungrorum (Tongeren) en Vodgoriacum (Waudrez).

Nederlandse steden of locaties op de kaart zijn onder meer Praetorium Agrippinae (Valkenburg – Zuid-Holland), Matilone (Leiden-Roomburg), Albaniana (Alphen aan den Rijn), Catualium (Heel), Forum Hadriani (Voorburg), Flenio (mogelijk Vlaardingen), Tablis (Oud-Alblas?), Caspingio (Asperen?), Grinnibus (Rossum – Gelderland?), Ad Duodecimum (tot dusver onbekend), Ulpia Noviomagus Batavorum (Nijmegen), Ceuclum (Cuijk), Blariaco (Blerick) en Cortovallio (Heerlen).
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 31 oktober 2020. Bekijk het origineel.

