Vier skeletten uit de Romeinse tijd ontdekt in Pompeï

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

In Pompeï hebben archeologen vier skeletten gevonden. Het gaat om vier jonge mensen, waaronder een tienermeisje. Volgens de onderzoekers stierven de jongelingen toen ze op de vlucht waren voor de asregen die na de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Chr. op de stad neerdaalde. De skeletten waren in het verleden blijkbaar ook al eens ontdekt door plunderaars; toch werden bij de resten nog enkele gouden munten gevonden. De ontdekking gebeurde in de restanten van een oude winkel in een buitenwijk van Pompeï. In het gebouw is tevens een oven gevonden, waardoor archeologen denken dat hier mogelijk een bronsgieterij gevestigd was.

In Pompeï werd de voorbije eeuwen al veel opgegraven en werden al talrijke onderzoekingen uitgevoerd, maar nog altijd worden nieuwe ontdekkingen gedaan. Door de uitbarsting van de vulkaan werd de stad verwoest en bedekt onder een 6 m dikke laag vulkanische as. Duizenden mensen kwamen om het leven. De aslaag zorgde ervoor dat de stad eeuwenlang intact bleef. In 1748 begonnen de eerste opgravingen. De resten van de stad geven onderzoekers vandaag een goede indruk van het leven in een welvarende kleine Romeinse stad.

De  enorme eruptie van de Vesuvius in augustus 79 is tevens de meest bekende. De top van de vulkaan explodeerde en de Romeinse plaatsen Pompeï, Stabiae en Oplontis werden volledig bedolven onder as en puimsteen, terwijl een pyroclastische golf Herculaneum trof. Ook verspreidden giftige gassen als koolstofmonoxide (CO) zich door Pompeï. Ongeveer 10.000 mensen werden gedood, maar er werden slechts 2.300 lichamen teruggevonden. Uit recent wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van een pyroclastische golf is gebleken dat vele mensen letterlijk levend werden gekookt (in Herculaneum), daarna de gloeiend hete aswolk over zich heen kregen en vervolgens werden ontvleesd. Hun hersenpan explodeerde doordat de temperatuur van het superhete gas tussen de 500 en 550 graden Celsius bedroeg. Een paar dagen vóór de eruptie is Pompeï ook getroffen door een aardbeving waar ook nog andere slachtoffers bij vielen.

Het verloop van deze ramp is vooral bekend gebleven door een ooggetuigenverslag van Plinius de Jongere in een brief aan de geschiedschrijver Tacitus (Epistulae VI, 16). Plinius Minor maakte aantekeningen gedurende de uitbarsting vanuit Kaap Misenum, een stad aan de andere kant van de baai en zo’n 30 km van de Vesuvius. Ondertussen trok zijn oom Gaius Plinius Secundus maior, ook wel bekend als Plinius de Oudere, erop uit om mensen te gaan redden. Hij kon echter nergens aan land gaan. Uiteindelijk besloot hij naar Stabiae te gaan, maar Plinius de Oudere zou zijn uitstap niet overleven omdat niemand in die tijd ervaring had met de giftige gassen die de vulkaan verspreidde. Hij overleed aan de giftige wolk van de Vesuvius op het strand van Stabiae. De benaming ‘Plinische eruptie’ wordt tegenwoordig gegeven aan een groep van zeer grote vulkaanuitbarstingen.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 1 juli 2016. Bekijk het origineel.