38 nieuwe Zwitserse Wachters leggen de traditionele eed af

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

38 nieuwe leden van de Zwitserse Wacht – waaronder 22 Duitstaligen, 11 Franstaligen, 3 Italianen en 2 rhéto-romanen – legden gisteren op het Sint-Damasiusplein in Rome hun eed af op de pauselijke vlag van het korps, het wapen van de paus en het wapen van paus Julius II, de oprichter van de eenheid. De Zwitserse Wacht werd opgericht via een decreet in 1505 door paus Julius II. Onsterfelijk werd het leger tijdens het beleg van Rome in mei 1527. De Zwitserse Wachters slaagden er toen in de paus te helpen ontsnappen naar de Engelenburcht. Vrijwel het hele korps, 147 soldaten, lieten bij dit heroïsche gevecht het leven, maar de paus kon ontsnappen…

Het ontstaan van de Zwitserse Garde gaat terug op een document uit 1505 waarin paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vraagt om de pauselijke staat te dienen. Het korps, dat al snel uitgroeide tot de persoonlijke lijfwacht van de paus, werd in 1506 officieel opgericht. Vorig jaar werd het 500-jarig bestaan gevierd met tal van festiviteiten.

De Zwitserse Wacht is al eeuwen lang verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van de paus. Paus Julius II achtte destijds gewone huurlingen niet betrouwbaar genoeg en wierf daarom in 1505 Zwitserse soldaten aan. Die hadden immers een goede reputatie. Vandaag is er nog steeds een verdrag afgesloten met vier katholieke en Italiaanstalige Zwitserse kantons die het Vaticaan voor een duur van maximaal 5 jaar maximum 200 soldaten leveren.

Het eerste Zwitserse keurkorps van 150 man arriveerde op 22 januari 1506 in Rome. Hun functie is inmiddels uitgebreid tot ceremoniële diensten en toezicht. Ze regelen ook het verkeer en fungeren als officiële wachtposten bij de toegangen. Zij groeten plichtmatig. Voor kardinalen is er een speciale groet, de zogenaamde ‘Schultern’, waarbij de hellebaard omhoog wordt gegooid en weer opgevangen. Als de paus op reis gaat wordt hij begeleid door Zwitserse wachters in burger. Ze worden zoals gezegd niet overdreven betaald, maar bij hun terugkeer in Zwitserland vinden ze vanwege hun uitstekende reputatie onmiddellijk een interessante en vaak goed betaalde job.

Bij de plundering van Rome door keizer Karel V op 6 mei 1527, sneuvelden maar liefst 147 van de 150 wachters, die de vlucht van paus Clemens VII hadden gedekt. De geslaagde reddingsactie draaide echter uit op een ware zelfmoordmissie. Met hun rug tegen de muren van het Vaticaan vonden ze de dood. Voor de kazerne van de garde staat nog steeds een monument dat daaraan herinnert. Nieuwe wachters leggen daarom ook steeds op 6 mei in de ochtend hun eed van trouw af. Zij leggen hun linkerhand op de vlag en heffen de rechterhand met drie gestrekte vingers (het teken van de Drievuldigheid).

Ander nieuws van het Vaticaanse veiligheidsfront: de voorbije week heeft voor het eerst in de geschiedenis van het Vaticaan in het kerkstaatje een drugsproces plaatsgevonden. Een medewerker van het Vaticaan moest zich voor de rechter verantwoorden nadat in zijn werkkamer 87 gram cocaïne werd aangetroffen. Het was niet gemakkelijk om tot een vonnis te komen in deze zaak, schreef de krant La Repubblica gisteren. De wet die momenteel geldt in het ministaatje, dateert uit het jaar 1929 en werd sindsdien slechts zelden aangepast. Daardoor bevat de wet geen regels over drugsbezit of drugshandel. Na een debat van enkele uren, kwam de rechter toch tot een vonnis en veroordeelde hij de beklaagde tot vier maanden celstraf. Nadien werd de man echter weer vrijgelaten, omdat hij zich voor een ander misdrijf moest gaan verantwoorden, ditmaal voor een Italiaanse rechtbank, dus buiten de muren van het Vaticaan.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 7 mei 2007 op het Romenieuws-archief.