Tijdens het archeologische onderzoek als voorbereiding van de werken aan de nieuwe metrolijn C werd volkomen onverwacht een fantastische ontdekking gedaan. Op Piazza Venezia, vlak tegenover het Vittoriano, werd het Auditorium van keizer Hadrianus blootgelegd (zie ons bericht in oktober 2009). Dit Auditorium was de plaats waar de filosofen uit die tijd zich verzamelden. De structuur bestaat uit drie grote rechthoekige lokalen. De opgravingen en het archeologisch onderzoek zijn zopas afgerond. De ontdekking is zonder enige twijfel geïdentificeerd, met dank aan de keizerlijke zegels die Hadrianus op de bakstenen liet aanbrengen. Archeologen omschrijven de ontdekking als de belangrijkste die de voorbije 80 jaar in het historisch centrum gebeurde. Goed nieuws is dat de vondst daardoor in aanmerking komt voor een volledige restauratie. Die moet klaar zijn in 2016.
Het aanleggen van een metrolijn in een historische stad zoals Rome mag voor een aannemer dan een nachtmerrie zijn, voor een archeoloog betekent dit interessant nieuws want er komt altijd wel iets onverwachts te voorschijn. De archeologische peilingen aan de toekomstige haltes van de nieuwe metrolijn, rond de geplande in- en uitgangen, leverden al veel spectaculaire vondsten op. Er zijn al vele honderden boxen gevuld met kostbaar archeologisch materiaal en dat moet nu allemaal gecatalogeerd en omschreven worden. Een immens werk, waar voorlopig geen einde aan zal komen.
Maar wat aan Piazza Venezia werd ontdekt had niemand verwacht. Onderzoek maakte duidelijk dat zich onder Piazza Venezia nog een heel netwerk aan oude Romeinse straten bevindt die absoluut moesten worden vermeden door de graafmachines. Daarom voorzag men de toekomstige metro-uitgang vlak bij het Vittoriano, omdat hier ruim 100 jaar geleden, tijdens de constructie van dit monument voor koning Victor Emanuel II, alles onder de grond toch al werd vernietigd. Zo dacht men tenminste. Niet dus.
Reeds tijdens een eerste proefboring, in april 2008, ter hoogte van de kerk Santa Maria di Loreto, werd al duidelijk dat hier iets spectaculairs verborgen zat. Het eerste wat tevoorschijn kwam was een monumentale trap. Men dacht meteen aan de ingang van een openbaar gebouw uit de keizertijd. Een jaar later werd duidelijk dat het om de befaamde ‘universiteit’ van Hadrianus ging, die hij in 133 liet bouwen, wellicht door zijn favoriete architect Apollodorus van Damascus. De bedoeling van de keizer was om hier wetenschappers, filosofen, dichters, politici met elkaar te laten debatteren en om sprekers hun visie te laten geven op bepaalde actuele onderwerpen. Een soort school of club voor de bevordering van kunst en cultuur als het ware. De eerste sporen, een dubbele trap die waarschijnlijk fungeerde als zitbank, bevonden zich niet dieper dan vijf meter in de grond.
Al gauw werden drie grote rechthoekige kamers blootgelegd. Die maakten waarschijnlijk deel uit van een groter complex, dat Hadrianus aan het Forum van Trajanus had toegevoegd. In de centrale hal, zowat 1.500 m² groot, waar zich vermoedelijk de sprekers bevonden en die zeer goed bewaard is gebleven, bevinden zich geelkleurige strips en marmeren versieringen op de originele granieten vloer. Het gaat overigens om dezelfde vloer die Hadrianus liet gebruiken voor de bouw van zijn bibliotheken aan weerszijden van de zuil van Trajanus, op zowat vijftig meter afstand van het nu ontdekte auditorium. Een boogvormige weg scheidde het auditorium van het Forum van Trajanus. De vloeren bevonden zich allemaal op hetzelfde niveau. Aan beide zijden van de centrale hal bevinden zich telkens zes lange marmeren trappen omgeven door massieve balustrades. Eén raadsel blijft. Uit historische bronnen weten we dat het publiek in dergelijke auditoria plaats kon nemen in een arenavormig theater, zoals dat in Rome gebruikelijk was. De tribunes in deze kamer zijn echter rechthoekig van vorm. Waarom die precies op deze voor de Romeinen afwijkende manier werden gebouwd is niet duidelijk.
Het auditorium van Hadrianus stond bekend als het Athenaeum, gebouwd volgens het model van de tempel van Athena en genoemd naar de stad Athene, die op dat moment werd beschouwd als het centrum van cultuur. Aanvankelijk meenden archeologen dat de zaal geschikt was voor zowat 200 personen maar dat cijfer is inmiddels bijgesteld tot 300. Hadrianus wilde met zijn initiatief opnieuw de traditie van openbare spreekbeurten, conferenties en poëziewedstrijden lanceren, net zoals dat eerder gebeurde in het oude Griekenland. Reeds gedurende zijn opleiding als jongeman in Rome, had Hadrianus een grote bewondering voor de Griekse cultuur. Hij sprak liever Grieks dan Latijn en was goed vertrouwd met de Griekse filosofie.
De volgende stap is het herstel en de opening voor het publiek van het Auditorium. De kostprijs van de restauratie wordt geraamd op 1 miljoen euro. Goed nieuws is dat inwoners en bezoekers de werken zullen kunnen volgen door doorzichtige panelen die rond de restauratiewerf worden geplaatst. De restauratie omvat meer dan enkel de zogenaamde school. De bedoeling is de hele periode vanaf Hadrianus tot aan de middeleeuwen te reconstrueren. Rondleidingen moeten bezoekers hier later meer duidelijkheid verschaffen over de evolutie van Rome sinds de oudheid. Archeologen ontdekten in het auditorium ook de voet van een standbeeld van de pretoriaanse prefect Fabius Pasifilus. Dat was een man met een hoge rang die vlak bij de keizer stond en zelfs beschikte over een gereserveerde plaats in het Colosseum. In de 5de eeuw eindigde het gebruik van het Auditorium. In 847 werd het monumentale gebouw grotendeels verwoest door een zware aardbeving. Het zou nooit meer worden heropgebouwd.
In de middeleeuwen kreeg het voormalige auditorium een tweede leven. Er werd een smidse gevestigd. Er zijn meer dan vijftig verbrandingssporen gevonden en een hoeveelheid metaalslakken. Er werden ook een aantal mooi gegoten bronzen staafjes ontdekt met een lengte van precies 5 en 10 cm. Archeologen vermoeden dat de ruimte een tijdlang heeft dienst gedaan als productie-eenheid voor de Romeinse munt. Er bevonden zich ook ovens voor de productie van kleine bronzen voorwerpen. Nog veel later heeft het voormalige auditorium deel uitgemaakt van de kelders onder het ziekenhuis dat op deze plaats werd gebouwd. Dat gebouw werd ruim honderd jaar geleden afgebroken om plaats te maken voor de bouw van het Vittoriano en de aanleg van de huidige Piazza Venezia.
De uitbouw van metrolijn C in Rome loopt als gevolg van de voortdurende archeologische vondsten aanzienlijke vertraging op. Sommigen pleiten ervoor om waar mogelijk de metrohaltes in te richten als ‘museumportalen’, waar men aan het publiek de oorspronkelijke muren en atria kan tonen, samen met de vondsten die er werden gedaan. Op die manier leg je ook de link met de moderne stad, menen voorstanders van dit idee. Anderen willen enkele nieuwe archeolgische musea openen. Alleen al met de vondsten van de jongste paar jaren zijn er moeiteloos een vijftal grote musea te vullen. Tot de grotere ontdekkingen als gevolg van de metrowerken behoren tot dusver diverse Romeinse woningen en tavernes, een Romeinse villa, het gymnasium van Nero, de bedding van een kanaal dat de Campo Marzio kruiste en verbonden was met de Tiber en een tot dusver onbekend deel van de Aurealiaanse muur. Er werden ook bewijzen gevonden van menselijke aanwezigheid uit de periode 3000-2000 v. Chr.
Het moeilijkste gedeelte moet overigens nog komen, met name de verbinding vanaf het Colosseum, richting Mazzini. Welke verrassingen die graafwerken zullen opleveren, is een vraag die momenteel niemand in Rome durft beantwoorden. En dan spreken we nog niet van de toekomstige Lijn D, die het noordoosten van de stad moet verbinden met de EUR-wijk, een route van zowat 22 km lang, goed voor maar liefst 22 stations. De Romeinse archeologen mogen in de toekomst zeker nog een tandje bijsteken.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 januari 2013. Bekijk het origineel.

