Het befaamde Romeinse modehuis Fendi gaat de volledige restauratie van de wereldberoemde Trevifontein bekostigen. Die wordt geraamd op 2,5 miljoen euro. Het is 24 jaar geleden dat de laatste belangrijke restauratie van de Trevifontein plaats had. De emotionele oproep van burgemeester Alemanno eind november, waarbij hij, inspelend op de fierheid van de Romeinen voor hun eigen stad, een oproep deed voor privésponsoring om de kostprijs voor monumentenzorg te drukken, lijkt te hebben gewerkt. Rome geeft nu al jaarlijks vele miljoenen uit aan restauratiewerken maar de stadskas laat niet toe om de enorme hoeveelheid historische monumenten in Rome allemaal te onderhouden en op te knappen. Daardoor blijven de ingrepen gewoonlijk beperkt tot de meest dringende zaken, waardoor een aantal andere dossiers blijven liggen.
Na particulier geld voor het Colosseum (25 miljoen euro), de Piramide van Cestius (1 miljoen euro) zal nu dus ook de Trevifontein helemaal worden opgeknapt met privégeld. Het modehuis Fendi sponsort de restauratie voor 2,5 miljoen euro. De onderhandelingen tussen het stadsbestuur en Fendi begonnen reeds in december en verliepen in het grootste geheim. De overeenkomst zou nu rond zijn en wordt vermoedelijk rond eind januari tijdens de Romeinse modeweek officieel bekendgemaakt. Het feit dat Fendi de enige sponsor is maakt de zaken administratief wat gemakkelijker. Bovendien is het ook mooi meegenomen dat het bedrijf in Rome ontstaan is en, ondanks de wereldwijde expansie, nog steeds erg fier is op die Romeinse roots.
De nieuwe trend, waarbij bedrijven investeren in het eigen erfgoed, lijkt in Rome nu wel definitief gestart te zijn. Het stadsbestuur hoopt dat nu nog andere particulieren over de brug komen. Voor enkele kleinere projecten is dat ook al gelukt. Algemeen wordt verwacht dat rond de officiële bekendmaking van de participatie van Fendi in de Trevi-restauratie een hele show zal worden opgevoerd. Alleen al daarmee zal het modehuis scoren in talrijke media wereldwijd. Wat Fendi, behalve deze publiciteit in de plaats krijgt voor de sponsoring, is nog niet bekend. Maar je hoeft niet lang na te denken hoe de wereldberoemde fontein na de restauratie kan worden uitgespeeld in reclamespots of de lancering van een nieuwe productlijn. Wellicht krijgt Fendi gedurende een bepaalde periode het alleenrecht om de fontein op te voeren in publiciteitsfilmpjes. De mogelijkheden zijn legio.
De gezondheidstoestand van de Trevifontein kwam een eerste keer ter sprake in juni vorig jaar, toen enkele fragmenten en brokstukken loskwamen van de richel aan de linkerkant van de monument. Als oorzaak werden de felle regen en de uitzonderlijke sneeuwval van de vorige winter gegeven. De brokstukjes die naar beneden kwamen blijken niet van marmer of travertijn te zijn maar fragmenten uit gips. Die zijn vermoedelijk aangebracht tijdens een restauratie in 1960, toen de Trevifontein eveneens werd opgeknapt. In datzelfde jaar werd de beroemde Federico Fellini-film La Dolce Vita opgenomen, waarin de hoofdrolspelers Anita Ekberg en Marcello Mastroianni hun wereldberoemde scène in het bassin van de fontein vereeuwigen.
Omdat nooit helemaal duidelijk is wat water en vervuiling zoal aanrichten bij een dergelijk monument, werd beslist om een volledige screening te laten uitvoeren. Eind augustus werd de fontein drooggelegd en volgde een nauwkeurig onderzoek. Met gespecialiseerde apparatuur, hoogtewerker inbegrepen, werd het monument helemaal geïnspecteerd. Het onderzoek maakte duidelijk dat op korte termijn een dringende restauratie nodig was. Geraamd kostenplaatje: 2,5 miljoen euro. Door de steun van Fendi is de stad verlost van een vervelend budgettair probleem. Tenzij administratieve problemen opduiken, zouden de werken nog voor de zomer kunnen starten.
Wie ook maar een beetje met mode bezig is kent ongetwijfeld Fendi, een Italiaans familiebedrijf dat de voorbije decennia, met de medewerking van Karl Lagerfeld, is uitgegroeid tot een monument. Het huis heeft een puur Romeinse oorsprong. Meer zelfs, sinds 2005 heeft Fendi zijn hoofdzetel en de grootste boetiek ter wereld geïnstalleerd in het onwaarschijnlijk fraaie Palazzo Fendi, aan de Largo Goldoni in Rome, gelegen in het epicentrum van winkelend Rome, in een buurt die niet alleen één groot openluchtmuseum is maar ook nog eens het dagelijkse trefpunt vormt van vele duizenden Romeinen die er aan fare bella figura doen. Deze palazzo, vroeger in handen van de invloedrijke familie Boncompagni-Ludovisi, bevat vandaag een buitengewone mix van eeuwenoude cultuur en hypermodern design. Het symboliseert meteen ook de spirit van Fendi. Fendi kocht het pand in 2001 en renoveerde het grondig. Omdat dergelijke Romeinse palazzi vaak donker zijn, heeft de beroemde architect Peter Marino in het hart van het gebouw een lichtstraat gecreëerd die door de zeven verdiepingen van het paleis loopt. De trappen en een deel van de vloeren zijn van glas, duizelingwekkend mooi. De salons zijn intact gebleven. Ook al hou je niet van winkelen: aarzel niet om hier gewoon eens binnen stappen en laat je verrassen zoals alle Romeinen die hier over de vloer komen.
In 1925 richtte het echtpaar Edoardo Fendi en Adele Casagrande het Romeinse familiebedrijf Fendi op. Eigenlijk was het Adele die aan de grondslag lag. Zij was reeds in 1918 begonnen met een klein atelier in lederwaren en bont, nog voor ze met Edoardo Fendi trouwde. Edoardo geloofde in de kwaliteit van de producten die het bedrijfje maakte en het koppel besloot samen een zaak op te richten onder de naam Fendi, en alles wat grootschaliger aan te pakken. In 1926 opende het paar een winkel met atelier in hartje Rome, aan de Via del Plebiscito. Daar maakten ze hun lederwaren, vooral tassen maar ook bontjassen. De zaken gingen goed en reeds in 1932 openden de Fendi’s een tweede winkel aan de Via Pave in Rome. Tussen het vele werk door kreeg het paar ook nog vijf dochters: Paola, Carla, Anna, Franca en Alda. In 1946 kwamen deze vijf zussen in het ouderlijke bedrijf. Het jonge, vrouwelijke overwicht zorgde voor een koerswijziging: voortaan zou de ambachtelijke knowhow in het teken van de mode staan. De zussen specialiseerden zich in mooie en vooral modieuze bontjassen.
Het grote succes van wat inmiddels genoegzaam bekend stond als het ‘Huis Fendi’ kwam er in de gouden jaren ’60 van de vorige eeuw. Fendi zette toen de stap naar de grote internationale expansie. In 1965 werd een vrij onbekende maar onmiskenbaar talentvolle ontwerper binnengehaald, een zekere Karl Lagerfeld. Ondanks zijn jonge leeftijd, kon hij al mooie referenties voorleggen. Op z’n negentiende trok Lagerfeld naar Parijs en won er de Woolmark-ontwerpwedstrijd, ex aequo met Yves Saint Laurent. Pierre Balmain die in de jury zat, bood Lagerfeld onmiddellijk een job aan. Toen al had Lagerfeld te veel energie voor één job. Van 1959 tot 1962 combineerde hij zijn job bij Balmain met de functie van artistiek directeur bij Patou. In 1963 werd hij artistiek directeur bij Chloë en bleef er tot 1983, het jaar dat hij een contract tekende bij Chanel. Maar Lagerfeld is nergens zo lang gebleven als bij Fendi – hij werkt er overigens nog altijd.
Hij maakt inmiddels zelfs zowat deel uit van de familie, heeft alle vijf zussen gekend en hun kinderen en kleinkinderen zien opgroeien. In zijn beginjaren bij Fendi kreeg Lagerfeld de opdracht om de designafdeling van de bontcollectie te leiden en bont opnieuw te definiëren. In 1966 tekende hij zijn eerste haute-couturecollectie voor Fendi. Het werd een reusachtig en ongezien succes. Marvin Traub van het prestigieuze warenhuis Bloomingdale’s, liet Amerika kennismaken met het hele aanbod van Fendi. Kort daarna lanceerde Fendi een prêt-à-porter bont- en ledercollectie. Lagerfeld deed met bont wat niemand hem ooit had voorgedaan. Hij perforeerde de huiden zodat ze lichter en luchtiger werden, hij kleurde ze en paste ze aan de tijdgeest aan. Hij showde ze zelfs binnenstebuiten op de catwalk en lanceerde de trend van bontjassen met naden aan de buitenkant. Nog altijd inspireren de creaties van Fendi de hele bontsector.
In 1972 creëerde Karl Lagerfeld het logo dat Fendi in één oogopslag internationaal en overal herkenbaar maakte: een dubbele, omgekeerde F. Hiermee anticipeerde hij op de logocultuur die pas later zou losbarsten. Het ijzersterke logo van Fendi is nog steeds actueel en duikt bij het modebedrijf systematisch op als bedrukking of als sluiting van tassen, accessoires en kledij. In 1977 volgde een kledingcollectie voor vrouwen en 13 jaar later werd een herenlijn gelanceerd.
In het jaar 2000 zette de derde generatie Fendi haar eerste stappen in het bedrijf. Silvia Venturini-Fendi, de dochter van Anna, zag haar toekomst aanvankelijk elders. Haar moeder en grootmoeder deden niets anders dan werken. Zij wou een ander leven, haar eigen ding doen. Maar na enkele jaren werd de lokroep van de ateliers en de familie in Rome te sterk. Na een verblijf in Brazilië waar ze een tijdlang werkte als juwelenontwerpster, kon ze aan de slag in het designteam van Lagerfeld die haar kende van toen ze amper vier jaar was – hij ontwierp zelfs haar bruidsjurk. Silvia kreeg in 1987 de taak om een sportswearcollectie voor Fendi te tekenen: Fendissime. De collectie sloeg aan en Silvia begon aan de zijde van Lagerfeld een steeds belangrijker rol te spelen. Ze merkte ook waar de zwakke punten lagen, zoals bv. bij de accessoires. Een nieuwe lijn handgemaakte tassen moest hetzelfde niveau halen als de haute-couturecollectie. Silvia bestudeerde de archieven en hield het evenwicht tussen de erfenis uit het verleden en het design van de toekomst nauwlettend in de gaten. De ziel van Fendi moest overal in doorleven.
In 1997 ontwierp ze de inmiddels legendarische Fendi-baguette, een smal tasje dat onder de bovenarm gekneld wordt “zoals de Fransen hun stokbrood dragen”. Zodra ze merkten dat vrouwen storm liepen voor de nieuwe handtas lanceerde Fendi het geniale idee om het printje op de Baguette-tas om de 6 maanden te vernieuwen. Het succes was ongezien. Heel praktisch of nuttig was dat smalle, langwerpige tasje niet, maar het werd ondanks de dure aankoopprijs al gauw ongelooflijk populair. Klanten moesten zich zelfs op een wachtlijst inschrijven om een exemplaar te kunnen bemachtigen. Fendi beschikte nu over een icoontas waarvan er in totaal reeds meer dan 700 versies uitgekomen zijn. Talrijke vrouwen wereldwijd proberen de verschillende versies zelfs te verzamelen.
“Toen ik de Baguette ontwierp, waren grote klassieke tassen vooral statussymbolen. Met dit speelse model dat absoluut niet functioneel is, hebben we de vrouw weer zin gegeven in een handtas. Meer nog: we boden de vrouwen een model aan waarop ze verliefd konden worden. We hadden er in jeans, in echt krokodillenleder, met spiegeltjes of parels op geborduurd… We konden ons veroorloven om de lat hoog te houden, een marketingteam hadden we zelfs niet nodig. Hoe moeilijker een stuk is, hoe groter de uitdaging. Ik maak het mezelf niet graag makkelijk, dat ligt in mijn natuur. En dat gevoel wordt nog aangewakkerd door te werken met een veeleisend iemand als Karl”, blikt Silvia Fendi terug op die periode.
Eind jaren ’90 gingen er geruchten dat Fendi, één van de laatste familiebedrijven in de sector, zou opgeslorpt worden door het luxeconcern LVMH (Louis Vuitton, Moët et Hennessy), dat grote namen als Dior, Marc Jacobs, Kenzo, Givenchy, Pucci en Donna Karan onder zijn vleugels heeft. In 2000 nam LVMH inderdaad een minderheidsaandeel van 25,5 procent in Fendi. Twee jaar later werd dat 66,9 procent. Bernard Arnault, de Fransman achter LVMH die de jongste weken probeert Belg te worden, stopt niet onder stoelen of banken dat hij van Fendi de Italiaanse Vuitton wil maken. De jongste jaren worden er met de regelmaat van de klok nieuwe boetieks geopend, tot in China. Toen de Fendi-winkel in China opende organiseerde het modehuis zelfs een defilé op de Chinese Muur. Geen enkel bedrijf, en al zeker geen westers, had hen zo’n stunt ooit voorgedaan. Het duurde lang voor de Chinese autoriteiten hun akkoord gaven maar het defilé – een unicum in de geschiedenis van de mode – werd wereldwijd rechtstreeks uitgezonden. De persaandacht was enorm en leverde Fendi alweer een enorme naambekendheid op.
Bij de opening van hun nieuwe hoofdkwartier aan Largo Goldoni lanceerde het huis ook een nieuw parfum: Fendi Palazzo. Dat wordt gepresenteerd in een glazen flacon in de vorm van het Palazzo. De geur is gecreëerd door François Demachy, een beroemde neus die artistiek directeur is van de parfumafdeling van LVMH en jarenlang bij Chanel heeft gewerkt. Het concept van het flesje komt van Karl Lagerfeld die samen met Rachel Zimmermann ook de foto’s voor de campagne gemaakt heeft. Wie zich geen duur tasje of ander smaakvolle spullen van Fendi kan veroorloven, heeft eventueel een snuifje parfum alternatief. Het mag duidelijk zijn dat Fendi zeer goed weet hoe het zichzelf moet verkopen. Wat ze in toekomstige campagnes met een wereldberoemd icoon zoals de Trevifontein gaan aanvangen wordt allicht iets om naar uit te kijken.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 januari 2013. Bekijk het origineel.

