Bij de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen (San Giuliano dei Fiamminghi) in Rome is zopas een interessant project gestart. De komende twee jaar wordt er een wetenschappelijke inventaris opgemaakt van zowel de historische als de hedendaagse archieven van de stichting.
Het resultaat van dat onderzoek wordt ook gepubliceerd en zal op termijn zelfs online, via het internet, te consulteren zijn. Ook het grote pelgrimsboek, het Nomina peregrinorum, dat vanaf de 20ste eeuw de naam Gulden Boek zal krijgen en waarin de namen van meer dan 21.000 pelgrims uit onze streken vermeld zijn en loopt van 1624 tot 1816, zal toegankelijk worden gemaakt via het internet.
Het hele project zal uiteindelijk uitmonden in een monografie over de geschiedenis van Sint-Juliaan-der-Vlamingen, die zal geschreven worden door prof. dr. Hilde Symoens van de universiteit van Gent en dr. Johan Ickx, kerkhistoricus en archivaris van de Penitenzeria Apostolica in Rome.
Deze laatste geeft, samen met dr. Marco Pizzo, historicus en vice-directeur van het Nationaal Museum van het Risorgimento, ook leiding aan het team dat het project uitvoert. Volgens rector Hugo Vanermen van San Giuliano verloopt de inventarisering volgens schema, maar werden er nu al enkele opmerkelijke ontdekkingen gedaan.
Het was bijvoorbeeld niet geweten dat de Antwerpse schilder Paul Briel (1554-1626), die als kunstenaar onder meer actief was in het Vaticaan, lid is geweest van de provisorenraad van Sint-Juliaan.
Ook werd ontdekt dat William Kent (1685-1748), die het fresco in de koepel van de kerk heeft geschilderd, dit werk niet gratis heeft gedaan (zoals altijd werd beweerd en aangenomen), maar dat deze latere hofarchitect van het Britse hof zich daarvoor flink liet betalen met maar liefst 50 gouden scudi. Hugo Vanermen is er vrij zeker van dat er nog heel wat opmerkelijke zaken uit het verleden aan het licht zullen komen. Het project bevindt zich immers nog maar in de beginfase.
De San Giuliano dei Fiamminghi is de nationale kerk van België in Rome. Deze kleine maar fraaie kerk ligt in het hart van de oude stad, aan de Via del Sudario nr. 40, tussen de imposante San Andrea della Valle en de Largo Argentina, achter de Corso Vittorio Emanuele II. Van oorsprong is de San Giuliano de kerk van het graafschap Vlaanderen.
De geschiedenis ervan gaat tot meer dan duizend jaar terug. Traditioneel situeert men het begin van het hospitium van Sint-Juliaan te Rome in de achtste eeuw, en in 1096 zou graaf Robrecht II van Vlaanderen op weg naar het Heilig Land de stichting bezocht hebben. Blijkbaar trokken de Germaanse volkeren reeds onmiddellijk na hun bekering naar de cultusplaatsen van de HH. Petrus en Paulus.
Ter plaatse werden gauw gasthuizen ingericht, die dienden voor de opvang van pelgrims van het eigen volk. Zo lagen rond de Constantijnse basiliek van Sint-Pieter kleinere centra van de Saksen, de Longobarden, de Friezen en de Franken (het ook nog steeds bestaande Campo Santo dei Teutonici e Fiamminghi).
De eerste historische vermeldingen van een kapel van Sint-Juliaan dateren uit het begin van de 15de eeuw. In deze periode waren de pausen uiteindelijk naar Rome teruggekeerd, na de lange ballingschap in Avignon en het daaropvolgende voor de kerk onzalige schisma. De terugkeer van het pauselijk hof naar Rome betekende voor de stad het begin van een nieuwe bloei.
In het spoor van de Romeinse Curie stroomden opnieuw vele vreemdelingen toe, en al snel ontwikkelden zich de vreemde naties, en werd Rome meer en meer de communis patria, het vaderland van allen.
De Nederlanden bleven hierin zeker niet achter en creëerden een eigen infrastructuur om de grote toeloop van mensen uit onze gewesten op te vangen. Uit deze periode dateert één van de oudste geschriften over Sint-Juliaan, dat – in kopie – bewaard bleef: de statuten en reglementen van het gasthuis voor pelgrims van 1444.
Vanaf 1624 werd nauwkeurig een pelgrimsregister bijgehouden, dat ons een idee geeft van de belangrijke stroom Zuid-Nederlandse bedevaarders naar de eeuwige stad. Van 1624 tot 1790 werd aan 21.213 reizigers, voornamelijk uit Vlaanderen, maar ook uit Namen, Henegouwen, Kamerijk en Doornik onderdak verleend.
Uit de rekeningen van Sint-Juliaan valt af te lezen hoe de stichting tussenkwam voor overvallen edellieden, mensen die doodziek van de pauselijke galeien stapten, zeelieden die met hun hele familie in de handen van Noord-Afrikaanse piraten waren gevallen en soms tegen aanzienlijke sommen moesten worden vrijgekocht.
Begin 16de eeuw gaf de herontdekte cultuur van de klassieke oudheid aan Rome een bijkomende aantrekkingskracht. Onder invloed van de prachtlievende Renaissancepausen werd de stad een centrum van cultuur, een aantrekkingspool voor schilders, beeldhouwers, musici en geleerden.
Verzekerd van de steun van stichtingen zoals San Giuliano, werd Rome vanaf de 15de tot de 17de eeuw een ware immigratieplaats voor Vlamingen. Schoenmakers, timmerlui, edelsmeden, glazeniers, kleermakers en soldaten vonden in Rome hun tweede vaderland.
De rijke Vlamingen in Rome, de hoge geestelijken, kooplieden, succesrijke ambachtslieden en kunstenaars zetelden in de beheerraad van het hospitium en waren tevens lid van de hieraan verbonden broederschap van Sint-Juliaan.
Deze broederschap had zowel een religieuze als een materiële dimensie. De leden stonden elkaar en hun behoeftige landgenoten bij in blijde en droevige gebeurtenissen. De broederschap had heel wat prestige verworven in 1536 door de inschrijving van de keizer uit Gent, Karel V.
Meer over de geschiedenis van de stichting lees je op www.sangiuliano.org
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 22 maart 2010. Bekijk het origineel.

