Sinds vorige zaterdag wordt een verzameling Grieks zilverwerk, de zogenaamde ‘Schat van Morgantina’, afkomstig uit de derde eeuw voor Christus tentoongesteld in het Museo Nazionale Romano (Palazzo Massimo). Het gaat om kunstvoorwerpen die recent werden teruggegeven door het Metropolitan Museum in New York. De voorwerpen kwamen vermoedelijk op dubieuze wijze of via het zwarte circuit in het bezit van de Amerikanen. De teruggave is het resultaat van een intensieve Italiaanse campagne tegen de illegale handel in archeologische kunstvoorwerpen. De schat omvat 16 zilveren voorwerpen, waaronder kommen en drinkbekers die met details in goud werden afgewerkt. De kunstschat is in Rome twee maanden te bekijken, daarna keert de verzameling terug naar Sicilië waar de voorwerpen oorspronkelijk werden ontdekt.
Volgens deskundigen vormt het zilverwerk een van de belangrijkste hellenistische verzamelingen uit Sicilië. De kunstvoorwerpen staan bekend als de ‘Schat van Morgantina’, naar de oude Griekse nederzetting waar ze zijn opgegraven, in de buurt van wat nu de Italiaanse stad Aidone is (provincie Enna). Angelo Bottini, hoofd archeologie in Rome, verklaarde dat de voorwerpen waarschijnlijk door verschillende kunstenaars zijn vervaardigd en verschillende functies hadden. Sommige, zoals de grote kommen met voetjes in de vorm van maskers, werden mogelijk gebruikt om tijdens de maaltijd wijn met water te mengen; andere, zoals de borden, werden wellicht bij ceremonies gebruikt.
Italië voert al verschillende jaren een intensieve campagne om antiquiteiten terug te krijgen die uit het land geroofd zouden zijn en wereldwijd aan musea zouden zijn verkocht. Op deze wijze heeft Italië inmiddels al tientallen Romeinse, Griekse en Etruskische voorwerpen teruggekregen van grote en bekende musea zoals het Metropolitan Museum en het in Californië gevestigde J. Paul Getty Museum.
Het Museo Nazionale Romano, een archeologisch museum, bestaat al sinds 1889 en is verdeeld over vier gebouwen in Rome: het Palazzo Altemps, het Palazzo Massimo alle Terme, de Thermen van Diocletianus en de Crypta Balbi. Palazzo Massimo alle Terme werd genoemd naar de adellijke familie Massimo, die in de 19de eeuw de Villa Peretti Montalto bezat. Dit gebouw was ooit de woning van kardinaal Felice Peretti (de latere paus Sixtus V). Vanaf 1860 werd de villa geleidelijk gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe treinstation Termini. In 1883 begon de jezuïet Massimiliano Massimo met de bouw van het tegenwoordige palazzo, naast het nog bestaande centrale deel van de oude 16de eeuwse villa. In 1888 werd het oude deel onteigend en gesloopt om ruimte te maken voor een uitbreiding van het station. In het nieuwe deel huisde tot 1960 het Jezuïetencollege ‘Massimiliano Massimo’. De Italiaanse staat kocht het pand in 1981, waarna het een deel van het Nationaal Museum werd.
De kelder van het Palazzo Massimo bevat een grote collectie juwelen en (vooral gouden) munten. Gelijkvloers vind je veel beelden en reliëfs uit zowel de republikeinse en keizerlijke periode van het Romeinse Rijk, waaronder een standbeeld van keizer Augustus en de Niobide (voorstelling van een dochter van Niobe): een Grieks standbeeld uit ongeveer 440 v. Chr. dat waarschijnlijk nog aan Julius Caesar heeft toebehoord. Op de eerste verdieping worden ondermeer gebeeldhouwde hoofden van Julia (dochter van Titus), Vespasianus, Sabina (vrouw van Hadrianus), Antinoüs en Antoninus Pius getoond. Ook staan hier reliëfs die de provincies uitbeelden en standbeelden van de ‘Diskobolos Lancelotti’ of ‘de Discuswerper’ (een marmeren Romeinse kopie van het Griekse origineel gemaakt door Myron van Eleutherae), de Apollo’s van Anzio en Tiber, een bronzen beeld van Dionysus en het beroemde beeld ‘de slapende hermafrodiet’ uit de 2de eeuw. De tweede verdieping ten slotte bevat schilderijen, mozaïeken en stucco’s.
Palazzo Massimo
Largo di Villa Peretti 1, Rome
Tel. 06 489 03 500 – 06 399 67 700
Open van 9 tot 18.45 u.
Maandag gesloten.
Toegang: 6 euro
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 23 maart 2010. Bekijk het origineel.

