14 maart 2024 —
Tijd voor een streepje poëzie! Dit jaar is het welgeteld 2.108 jaar geleden dat de beroemde Romeinse dichter Catullus werd geboren. Hoog tijd dus voor een portret.
Gaius Valerius Catullus, vaak kortweg Catullus genoemd, zag omstreeks 84 v.Chr. het levenslicht in Verona en gaf de geest tussen 54 en 47 v.Chr. in Rome. Catullus, die wordt beschouwd als de eerste grote Romeinse lyricus en behoorde tot de meest invloedrijke dichters van de eerste eeuw v.Chr., maakte deel uit van de ‘Poetae Novi’ (Nieuwe Dichters) of ‘Neoteroi’ en haalde zijn poëtische mosterd deels bij de Griekse dichteres Sappho.
Catullus schreef pakweg 116 gedichten, goed voor ongeveer 2300 versregels, die nadien werden gebundeld onder de naam ‘Carmina Catulli’. Hij componeerde zowel liefdes- en spotgedichten als epische gedichten (epigrammen) en hanteerde hierbij een aangenaam afwisselende stijl.
Over Catullus’ leven tasten we grotendeels in het duister, behalve dat hij uit een welstellende familie kwam. In Sirmione aan de rand van het Gardameer kan je nog de ruïnes van de ‘Grotten van Catullus’ (Grotte di Catullo) en het boeiende museum aldaar bezoeken. Deze imposante Romeinse villa – en dus geen grot – waarvan de overblijfselen dateren van de eerste eeuw n.Chr. zou vroeger gefungeerd hebben als keizerlijk paleis. Op een 2 hectare groot terrein bevonden zich o.m. een thermisch bad, diverse terrassen en meer dan 1.500 olijfbomen. Bovendien bood het domein vanaf alle kanten een adembenemend uitzicht.
Femme fatale
De ‘experimentele richting’ van de ‘Poetae Novi’, waarbij Catullus zich in Rome aansloot, was een groep opkomende dichters die zich liet inspireren door de Alexandrijnse dichters en komaf wilde maken met de ouwerwetse, bloedserieuze Oud-Latijnse poëzie. Catullus was de meest getalenteerde onder hen. Hij was overigens naar Rome getrokken om zijn studies af te maken, maar genoot er ook gulzig van het goede leven en geraakte smoorverliefd op Clodia, de liederlijke echtgenote van Quintus Metellus Celer en zus van de beruchte demagoog en volkstribuun Clodius. Deze losbandige dame verwoestte vakkundig het leven van de jonge dichter (en haar talrijke andere minnaars) zonder dat Metellus zich van enig kwaad bewust was: hij had het immers te druk als stadhouder van Gallia Cisalpina,.
Clodia vormde waarschijnlijk de belangrijkste inspiratiebron voor Catullus’ liefdesgedichten, waarin hij haar ‘Lesbia’ noemt als eerbetoon aan de dichteres Sappho van het Griekse eiland Lesbos (waaraan had u anders gedacht?). In zijn poëmen overliep hij alle fasen van hun weinig standvastige relatie, die met hoge ups en diepe downs standhield tot 58 v.Chr. Vooral bekend zijn ‘Odi et Amo’ (Carmen 85) en ‘Ille mi par esse deo videtur’ (Carmen 51), beschouwd als het sleutelgedicht van deze Lesbia-cyclus. Catullus at echter van verschillende walletjes: uit sommige van zijn gedichten blijkt dat hij eveneens de Griekse beginselen was toegedaan en er een innige relatie op nahield met ene Iuventius. Maar dat was geen punt in de Oudheid.
Gedurende de daaropvolgende jaren reisde Catullus samen met de stadhouder van Bithynië lang door Klein-Azië, waar hij o.m. een bezoek bracht aan het graf van zijn broer die tijdens zijn militaire dienst in de buurt van Troje de dood had gevonden en daar was begraven. Catullus liet zelf eveneens op prille leeftijd – volgens de heilige Hieronymus op zijn dertigste – het leven, al is de oorzaak van zijn dood in nevelen gehuld.
Tijdens zijn leven schreef Catullus liefst kortere, vormelijk perfecte gedichten die hij ‘nugae’ (prullen) noemde. Zijn taalgebruik bulkt (net als het huidige Italiaans) van de verkleinwoorden, superlatieven, schuttingwoorden en herhalingen, waardoor zijn poëzie soms sterk aanleunde bij de spreektaal en het leven van alledag. Zijn naar eigen zeggen niet-autobiografische verzen zijn doordrenkt van zijn romantische levenshouding en zijn trefzeker psychologisch inzicht, waardoor hij zich de ‘modernste’ onder de antieke lierdichters toonde. Hij beïnvloedde ook in sterke mate poëtische kleppers na hem zoals Horatius, Martialis, Ovidius, Propertius, Tibullus en Vergilius.

In de middeleeuwen bleef slechts nog één kopie van zijn ‘Carmina’ bewaard, die op het eind van de dertiende eeuw werd teruggevonden in Verona. Wereldberoemde renaissancedichters als Francesco Petrarca, Pierre de Ronsard en P.C. Hooft imiteerden Catullus en Joost van den Vondel bewerkte zijn ‘Mussengedicht’ (Carmen 2) tot ‘De mus van Suzanna Bartelot’. Catullus’ ‘Mussengedicht’ in elflettergrepige versregels luidde als volgt:
Passer, deliciae meae puellae,
quicum ludere, quem in sinu tenere,
cui primum digitum dare appetenti
et acres solet incitare morsus,
cum desiderio meo nitenti
carum nescio quid lubet iocari,
et solaciolum sui doloris,
credo, ut tum gravis acquiescat ardor:
tecum ludere sicut ipsa possem
et tristes animi levare curas!
(Musje, lieveling van mijn meisje,
met wie zij gewend is te spelen, die ze gewend is op schoot te hebben,
aan wie, aanhippend, zij gewend is haar wijsvinger te geven,
en bij wie zij scherpe pikjes gewend is uit te lokken,
wanneer het bevalt aan mijn stralende lieveling,
om een lief spelletje te spelen,
ik weet niet wat, en kleine troost voor haar verdriet,
geloof ik, opdat haar felle hartstocht tot bedaren komt:
Kon ik maar met jou spelen zoals zij,
en kon ik maar de trieste zorgen opheffen van mijn hart.)
Vulgair en decadent?
In Carmen 16 omschrijft Catullus zijn eigen stijl aldus:
Nam castum esse decet pium poetam
ipsum, versiculos nihil necesse est ;
qui tum denique habent salem et leporem,
si sunt molliculi ac parum pudici.
(Want het past dat een trouwe dichter zelf kuis is,
maar het is helemaal niet nodig dat zijn versjes dat ook zijn;
die hebben pas pit en humor,
als ze een beetje schunnig en niet al te kuis zijn!)
Hij nam het dus niet al te nauw met de etiquette en kruidde zijn gedichten bijwijlen met een vulgair en decadent parfum. Dan pas bevatten ze volgens hem immers de vereiste humor en charme waardoor ze vaker en met meer plezier werden gelezen. In het oude Rome werden dichters zoals gezegd niet vereenzelvigd met het morele niveau van hun taalcreaties.

Handschrift uit -Italië, 14de eeuw. Nu in de Bodleian Library in Oxford. Bij de initiaal P begint het ‘Mussen-gedicht’.
Invloed en nawerking
Catullus en zijn werk genoten bekendheid in zijn tijd, maar hij schopte het toen niet tot een echte schoolauteur. Ten tijde van keizer Augustus werd hij o.m. door Publius Vergilius Maro nagevolgd (in de ‘Aeneis’). Ook Quintus Horatius Flaccus imiteerde Catullus, wat hem evenwel niet tegenhield om diens werk sterk te bekritiseren.
Catullus stond aan de wieg van de Romeinse liefdeselegie, waarin na hem o.a. Albius Tibullus, Publius Ovidius Naso en Sextus Propertius zich bekwaamden. Hij ontwikkelde ook het Latijnse epigram (kort en bondig puntdicht of sneldicht met een woordspeling of pointe), waarin hij werd gevolgd door Marcus Valerius Martialis.
Gaius Suetonius Tranquillus van zijn kant deelt in ‘Vita Caesaris’ ‘(Het leven van Caesar’) mee dat Catullus’ vader een vriend en gast van Caesar was, maar Catullus zelf berispte Caesar (en ook zijn tegenstander Pompeius) hevig. Hoewel Caesar die kritiek als schadelijk en medebepalend voor de geschiedenis beschouwde, bleef hij bevriend met Catullus’ vader.
Apuleius van Madaura identificeerde Lesbia als Clodia; zo hebben beide namen dezelfde metrische lezing. In de ‘editio princeps’, die reeds in 1472 in Venetië uitkwam, bestudeerden een paar humanistische dichters Catullus’ werk en volgden het na (Janus Secundus, Janus Lernutius, …).
Maar pas in de twintigste eeuw werd Catullus pas echt populair en werd hij ernstig bestudeerd. Zo weerklinkt Catullus’ werk in het lange gedicht ‘The Cantos’ van de bekende Amerikaanse dichter en criticus Ezra Pound (1885–1972) en had ook de Amerikaanse schrijver Thornton Niven Wilder (1897–1975) in ‘The Ides of March’ (1948) aandacht voor zijn leven en werk. De Duitse componist Carl Orff (1895-1982), die in 1937 eeuwige roem sprokkelde met zijn ‘Carmina Burana’, bouwde mee aan Catullus’ revival met ‘Catulli Carmina’ uit 1943 en ‘Trionfo di Afrodite’ uit 1953; samen vormen ze de trilogie ‘Trionfi’. In 2007 werd de Nederlandse stripuitgeverij Catullus opgericht, terwijl je in Jacksonville (Florida) je voeten onder tafel kan schuiven in ‘Catullo’s Italian’. De schalkse schrijver zou er zeker smakelijk om lachen…
Dit is een bijdrage van bestuurslid Johan Lambrechts.

