Poggio Bracciolini, De varietate fortunae – Episode 10: Theaters en Amfitheaters

1poggio bracciolini 68 urb. lat. 224bis (2025 11 21 13 43 38 utc)

21 maart 2024 —

Vertaalfeuilleton – Episode 10 – Theaters en Amfitheaters

In de reeks over Poggio’s De varietate fortunae hadden we het vorige keer over aquaducten. Vandaag kan u zich samen met de Romeinen ontspannen, en wel in hun theaters en amfitheaters – of toch wat er nog van overbleef in de 15de eeuw.

Vertaling

De stad stond vol met theaters en amfitheaters, om spelen te organiseren voor het volk. Een enorm exemplaar, naar verluidt het mooiste van allemaal, werd zowat in het midden van de stad opgetrokken uit travertijn, in opdracht van de goddelijke Vespasianus. De gebruikelijke naam: het Colosseum. In hun dwaasheid hebben de inwoners van Rome het voor een groot deel vernield om er kalk van te maken. Van een ander liggen er overblijfselen tussen de Tarpeïsche rots en de Tiber, waar tegenwoordig een markt is; schrijvers beweren dat C. Iulius Caesar er de grondlegger van is. Daartegenover, aan de overkant van de straat, zijn er meerdere marmeren zuilen, een deel van een portiek van een tempel, naar men zegt, van Jupiter. Op het ronde gedeelte staan er nieuwe gebouwen; binnen is er een tuintje.

Er is nog een derde, uit baksteen, naast de kerk die ‘Jeruzalem’ genoemd wordt. Het is ingebouwd in de nieuwe stadsmuren, en maakt deel uit van de stadsomwalling. Er is ook een enorm plein, waar het volk ontvangen kon worden – vandaag heet het Agon – bedoeld voor jachtpartijen en schouwspelen. Ook vandaag nog voeren de inwoners van Rome er jaarlijks spelen op, zij het van een bedenkelijk niveau.

Op het Circus Maximus – ooit een zeer beroemde spektakelplaats, nu gevuld met moestuinen – moet er ook een enorme obelisk en een triomfboog van T. Vespasianus geweest zijn, lezen we. Door het verstrijken van de tijd is er nog amper iets te zien. Dicht bij de plek die Campo de’ Fiori genoemd wordt, blijft er nog een deel over van het theater van Pompeius. (Nu staan er private gebouwen op.) Er bestaan goede argumenten voor deze identificatie: teksten op onlangs uitgegraven marmeren stenen, gevonden in de ingestorte portiek van het theater, tussen de zuilen. Eén tekst, van een gebroken opschrift, zegt dat de ‘genius’ van het theater door de stadsprefect werd hersteld; volgens een andere tekst werd het door stadsprefect Symmachus aan keizer Honorius gewijd. In de volksmond werd het vroeger het theater van Pompeius genoemd, maar de onwetendheid van de inwoners van Rome, die foutieve zaken als de waarheid verkondigen, heeft die woorden van hun geloofwaardigheid beroofd.

2img 4102 (2025 11 21 13 43 38 utc)

Duiding

Poggio steekt van wal met het ‘Colosseum’, gebouwd voor Vespasianus, geopend door Titus. ‘In hun dwaasheid hebben de inwoners van Rome het voor een groot deel vernield om er kalk van te maken.’ Poggio heeft een appeltje te schillen met de vandalistische ‘Romani’ – zo bleek ook al uit wat voorafging.

Met het tweede gebouw, tussen de Tarpeïsche rots en de Tiber, bedoelt Poggio het Theater van Marcellus – volgens Boriaud en D’Onofrio. Julius Caesar was eraan begonnen; zo lezen we bij de Romeinse historicus Suetonius. Het is afgewerkt in de tijd van Augustus, die het wijdde aan zijn jong overleden schoonzoon Marcellus. Maar Merisalo denkt er anders over: ‘Het gaat wellicht over de monumentale ingang van de Porticus van Octavia, waarbinnen de tempels van Juno Regina en Jupiter Stator stonden.’ (Is het een Theater, is het een Porticus…)

3p1030593 (2025 11 21 13 43 38 utc)

Poggio’s vervolg maakt het niet eenvoudiger: ‘Daartegenover, aan de overkant van de straat, zijn er meerdere marmeren zuilen, een deel van een portiek van een tempel, naar men zegt, van Jupiter. Op het ronde gedeelte staan er nieuwe gebouwen; binnen is er een tuintje.’ Merisalo is stellig: ‘Het ronde gedeelte kan alleen maar het Theater van Marcellus zijn, waarvóór minstens vanaf 998 tot de zestiende eeuw een vleesmarkt lag.’ Boriaud is onzeker: ‘niet duidelijk over welk gebouw het gaat: misschien resten van drie tempels van het Forum Holitorium, nog zichtbaar rond de kerk van S. Nicola in Carcere.’ Maar de info over het ronde gedeelte, waarop nieuwe gebouwen staan ‘zou nog een keer doen denken aan de binnenkant van het Theater van Marcellus’ … (Tempels? Theater?)

D’Onofrio heeft een geheel andere theorie: ‘Naar alle waarschijnlijkheid bedoelt Poggio […] de nog indrukwekkende resten van een porticus die ‘tegenover’ het Theater van Marcellus over de Tarpeïsche rots richting de Tempel van Jupiter leidde – in de buurt was er het kerkje van S. Salvatore in Maximis […]. In deze buurt hebben we Poggio en zijn vriend Loschi zien halthouden na hun lange rit te paard.’ D’Onofrio verwijst naar het begin van het ‘verhaal’, en de plek vanwaar Poggio in de 15de eeuw de stad overschouwd zou hebben. (Theater? Tempels? Porticus?)

4p1050814 (2025 11 21 13 43 38 utc)

Over het derde gebouw zijn de commentatoren het wel roerend eens: het ‘Amphitheatrum Castrense’, naast de kerk Santa Croce in Gerusalemme, dat voor een deel opgenomen is in de Aureliaanse muur. Het loont de moeite om de plek op te zoeken via Google Maps, voor een intrigerend bovenaanzicht. De geschiedenis is niet minder fascinerend: het gebouw dateert uit de derde eeuw, en maakte wellicht deel uit van het ‘Sessorium’, de laatantieke verblijfplaats van een aantal Romeinse keizers. Ook de kerk, met haar fabelachtige collectie relikwieën, zou haar grondvesten vinden in dit gebouwencomplex.

Ook nummer vier, het ‘Agon’, stelt weinig problemen: het stadion van Domitianus, waar nu Piazza Navona is. In Poggio’s tijd ‘voeren de inwoners van Rome er jaarlijks spelen op, zij het van een bedenkelijk niveau.’ Die lijn wordt ook in onze eeuw doorgetrokken, nu met een kerstmarkt.

Het Circus Maximus spreekt voor zich. Poggio vermeldt een obelisk en een triomfboog van T. Vespasianus. Over die boog hadden we het in aflevering 8. Voor de obelisk zijn er twee kandidaten. Kandidaat één werd ingevoerd door Augustus. Zijn obelisk voor het Circus Maximus was – aldus Lendering – ‘gemaakt voor farao Sesothis, een verbastering van de Egyptische naam Sety’. Boriaud schrijft hem toe aan Ramses II, die de obelisk in kwestie liet afwerken. Merisalo heeft het over ‘Psammeticus II’; wellicht vertrouwt ze te veel op foutieve bronnen. Nu staat deze obelisk op de Piazza del Popolo. Kandidaat twee: in de vierde eeuw plaatste ook Constantius II een obelisk in het Circus Maximus; die staat nu bij de San Giovanni in Laterano. We komen er nog op terug.

foto 5 Theater van Pompejus

Ook over het laatst vermelde gebouw bestaat eensgezindheid: het Theater van Pompeius. Poggio vindt het wel nodig om die identificatie te staven met bronnen. Hij vermeldt twee inscripties: ‘Eén tekst, van een gebroken opschrift, zegt dat de ‘genius’ van het theater door de stadsprefect werd hersteld; volgens een andere tekst werd het door stadsprefect Symmachus aan keizer Honorius gewijd.’

Als CIL VI 1193 vinden we effectief een opschrift over Symmachus en Honorius. Als CIL VI 55* vinden we onder de ‘vervalsingen’ een opschrift ‘GENIUM THEATRI POMPEIANI’, ontleend aan / in de schoenen geschoven van Flavio Biondo. Een genius is een beschermgeest. Boriaud oppert dat deze inscriptie in werkelijkheid CIL VI 255 is, waar het gaat over ‘genii’ van andere bouwwerken. Merisalo verwijst naar een interessante theorie van Jordan: de inscriptie zou niet gaan over een ‘genium’, maar over ‘[scenam et pros]cenium’ van het theater van Pompeius – geen geest dus, maar onderdelen van het theater.

Minder geestig is trouwens dat zowel Boriaud als D’Onofrio in hun commentaren de nummers 55* en 1193 verwarren. Zo doen ze ongewild denken aan ‘de inwoners van Rome, die foutieve zaken als de waarheid verkondigen’. Volgens Poggio hadden de Romeinen zoveel onwaarheden gespuid, dat de terechte benaming ‘theater van Pompeius’ weggedeemsterd was. De gevaren van fake news? Gelukkig kennen we de hedendaagse Romeinen als bakens van betrouwbaarheid.

In de volgende episode hebben we het over grafmonumenten – en daar is geen woord van gelogen.

Met dank aan clublid Bruno Vantomme voor deze bijdrage. brunovantomme@hotmail.com