27 juni 2024 —
Van heel wat heiligen werd en wordt beweerd dat hun lichaam, na jaren- en soms eeuwenlang begraven te zijn geweest, nog in ongeschonden staat verkeerde.
Een interessant voorbeeld van de gang van zaken hierbij is de geschiedenis van de Heilige Cecilia, een zogeheten primaire heilige (zie noot 1) die later werd benoemd tot patrones van de muziek. Zij zou – althans volgens Jacobus van Voragine in zijn Legenda Aurea (13de eeuw) – een Romeins meisje zijn geweest uit de 3de eeuw dat stierf omwille van haar geloof omdat zij, net als andere primaire heiligen zoals Agnes, Barbara en Catharina, weigerde te trouwen: zij wilden maagd blijven voor Christus. Dat kon natuurlijk niet ongestraft blijven bij de Romeinse gezagdragers uit de eerste eeuwen die traditioneel als vijanden van het christelijk geloof werden afgeschilderd. En zoals dat in alle verhalen over deze vroegchristelijke martelaren gaat, moesten verscheidene pogingen worden ondernomen om het onschuldige wicht om zeep te helpen. In dit geval werd – nog steeds volgens de Legenda Aurea – eerst getracht haar te verstikken; toen dat niet lukte werd zij onthoofd, een terechtstellingsmethode die gewoonlijk zeer succesvol is.
Naar goede gewoonte werd op de plaats waar zij zou zijn gestorven in de loop van de vierde eeuw een kerk gebouwd die eeuwenlang dienst zou doen maar uiteindelijk in verval raakte: de Basilica di Santa Cecilia in de Romeinse wijk Trastevere. In de 9de eeuw werd de kerk onder paus Paschalis I gerenoveerd en op miraculeuze wijze werd net in die periode het gebeente van Cecilia ontdekt in de Catacomben van Callixtus. Dat kwam erg goed uit, want nu had de nieuwe basiliek meteen de vereiste relieken. Op plechtige wijze werd de heilige bijgezet onder het hoofdaltaar.
Alsof deze wonderbaarlijke samenloop van omstandigheden nog niet genoeg was, had de opmerkelijke heilige Cecilia zeven eeuwen later een nog veel groter mirakel voor de geloofsgemeenschap in petto. In 1599 werd namelijk bij nieuwe restauratiewerkzaamheden in de basiliek het ongeschonden lichaam van een jonge vrouw aangetroffen, liggend op haar zij, met het gelaat naar beneden gewend. De prompt erbij gehaalde kardinaal-priester van de Basilica di Santa Cecilia (noot 2) stelde onmiddellijk vast dat het om het lichaam van de H. Cecilia ging. Immers: haar hals vertoonde een snijwond en haar kleding bevatte bloedsporen.

Dat de H. Cecilia volgens de legende was onthoofd en dat haar stoffelijke resten al in de 9de eeuw uit louter beenderen bestonden, werd gemakshalve vergeten, ook al moet de legende van de H. Cecilia zoals beschreven door Jacobus van Voragine in zijn Legenda Aurea de aanwezigen voldoende bekend zijn geweest en kwam het lichaam van deze vrouw dus eigenlijk op geen enkele wijze in aanmerking als reliek van de derde-eeuwse heilige. Veel waarschijnlijker betrof het een moordslachtoffer dat op één of andere manier op de bouwwerf was terechtgekomen. Rome was toen een oord van verderf, en politie zoals we die vandaag kennen, bestond niet.
Voor wie geïnteresseerd is in complottheorieën: misschien werd het meisje wel opzettelijk vermoord om zo een ongeschonden Cecilia te kunnen aantreffen in de naar haar genoemde basiliek. Het zou het pas gerestaureerde kerkgebouw als bedevaartplaats geen windeieren leggen. En bij uitbreiding de hele katholieke Kerk op unieke wijze munitie verschaffen in een tijdperk waarin zij internationaal onder vuur lag. Het was de tijd van de Contrareformatie: een offensief van de Kerk om de aanvallen van de hervormers te pareren en de bevolking opnieuw te overtuigen van de waarde van de Roomse moederkerk.

Dat dit laatste niet zo vergezocht is als op het eerste gezicht lijkt, wordt bewezen door de opdracht die de beeldhouwer Stefano Maderno (1576-1636; noot 3) een jaar later kreeg om het op miraculeuze wijze ongeschonden gebleven lichaam van de heilige te vereeuwigen in marmer. Dat laatste is hem zeker gelukt: het beeld is een meesterwerk.
Met dank aan clublid Alex Tanguy voor deze bijdrage (schrijfwedstrijd 2024).
Noten:
(1) Primaire heiligen: de benaming van 7 vrouwelijke heiligen die, op Maria Magdalena na, allemaal geleefd hebben in Italië tussen de tweede en de vierde eeuw en de marteldood gestorven zouden zijn. Het gaat meer bepaald om: Maria Magdalena, Agatha van Catania, Agnes, Anastasia van Sirmium, Cecilia, Catharina van Alexandrië en Lucia van Syracuse.
(2) Kardinaal Paolo Emilio Sfondrati (1560-1618) was kardinaal-priester van de Basilica di Santa Cecilia en neef van paus Gregorius XIV Sfondrati, die slechts één jaar paus was van 1590 tot 1591. Beiden waren volgelingen van kardinaal Carlo Borromeo en grote bewonderaars van Filippo Neri, figuren die zich onderscheidden in de katholieke contrareformatorische beweging. Dat kardinaal Sfondrati het vermeende ongeschonden lichaam van de H. Cecilia in de heilige strijd wierp, lijdt dan ook weinig twijfel.
(3) Niet te verwarren met zijn naamgenoot Carlo Maderno (1556-1629), de architect die verantwoordelijk is voor o.a. de voorgevel van de Sint-Pietersbasiliek.
Bronnen:
Rosa Giorgi: Heiligen. Gent, Ludion, 2004, ISBN 9789055445257;
Alex Tanguy: De christelijke mythologie. Brave New Books, ISBN 9789464804102.

