Circus Maximus begint geheimen prijs te geven

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het klinkt ongelooflijk maar het Circus Maximus in Rome begint stilaan een aantal van zijn geheimen prijs te geven. Dat dit nu pas gebeurt komt omdat zowat twee jaar geleden voor het eerst in de geschiedenis de aanzet werd gegeven voor een intensief archeologisch onderzoek dat zich concentreert aan de zuidelijke zijde, de enige plek op het terrein waar zich nog enkele resten van de ooit reusachtige renbaan bevinden (zie onder meer onze berichten van april 2008). Een eerder onderzoek in de jaren ’30 van de vorige eeuw moest om technische redenen worden gestaakt. Om het huidige onderzoek fatsoenlijk af te ronden moet nog 3,6 miljoen euro worden uitgetrokken. Daarmee kan ook de gedeeltelijk ondergrondse site worden veiliggesteld zodat het publiek deze historische plek in een niet zo’n verre toekomst zal kunnen bezoeken.

Wie zou het nog niet hebben gezien in Rome, het immense terrein in het hartje van de stad, afhankelijk van de seizoenen soms gelijkend op een grasvlakte of een zanderig stukje steppe, de plek waar in de Romeinse oudheid de wagenrennen werden gehouden, kortom, het Circo Massimo. Tegenwoordig wordt het terrein te pas en zelfs vaker te onpas gebruikt als trefpunt voor popconcerten en grote evenementen. Het stadsbestuur nam zich enkele jaren geleden echter voor de oude structuren aan de zuidelijke zijde opnieuw zichtbaar en indien mogelijk ook toegankelijk te maken, zodat mensen zich een betere voorstelling van de originele grandeur zouden kunnen maken.

Eeuwenlang was het Circus Maximus niet meer dan een lang grasveld in de schaduw van de Palatijnse heuvel in Rome. Lang na de val van het Romeinse rijk werden op het Circus Maximus boomgaarden aangelegd. Er werden zelfs molens en pakhuizen gebouwd, waarvan het laatste pas werd gesloopt in 1911. Bouwpromotoren loeren al lang op deze schitterende centraal gelegen plek maar gelukkig bleef de hele zone steeds bewaard als uniek archeologisch erfgoed.

Nu zijn archeologen al ruim twee jaar bezig met opgravingen om te weten hoe het enorme stadion er in de Romeinse tijd werkelijk heeft uitgezien. Hoewel het Circus Maximus erg tot de verbeelding spreekt en weleens in films over de Romeinen opduikt, is lang niet alles ervan bekend. Vele malen per jaar keken de Romeinen op deze plek naar een dagvullend programma van vierentwintig races met vooral vierspannen. Maar tot de dag van vandaag is het onduidelijk hoeveel toeschouwers het stadion precies kon herbergen. In diverse publicaties lopen de meningen daarover nogal flink uiteen. Waren het er 250.000, zoals de Romeinse geleerde Plinius schreef? Of eerder 150.000, wat voor historici veel aannemelijker klinkt. Er bestaan bovendien heel wat publicaties waar schattingen worden gemaakt van 350.000 tot zelfs 400.000 toeschouwers. Geen mens die het precies weet.

De laatste keer dat op deze plek serieuze opgravingen gebeurden was in de jaren dertig van de vorige eeuw. Toen moest die poging wegens grote problemen met insijpelend water worden stopgezet en werden een aantal vondsten zelfs gewoon terug ingegraven. Sindsdien gebeurde er niets meer met deze site.

De voorbije weken en maanden ontdekten de archeologen talrijke artefacten die hen meer vertelden over de renwagens, het verloop van de wedstrijden en het stadion zelf. Supporters bestonden uit ware bendes, hooligans bijna. De 150.000 toeschouwers maakten veel lawaai, maar al haast even luid moet het geluid van de potten en pannen, munten, het roepen van de talrijke verkopers en prostituees hebben geklonken. Op nauwelijks een halve meter diepte ontdekten de archeologen een 130-tal munten. Die worden momenteel gereinigd en gecatalogeerd en kunnen ongetwijfeld veel vertellen over de geschiedenis en het leven in dit deel van het circus. Voorts zijn pilaren gevonden, tegels, arcades, een latrine en een stuk van een rioleringsstelsel.

De meeste vondsten zullen een plaats krijgen in het nieuwe, nog te bouwen Museo della Città di Roma, dat vlakbij aan de Via dei Cerchi een plaats krijgt. Het stadsbestuur wil van dit gebied immers één grote archeologische zone maken die de omgeving bestrijkt vanaf het Colosseum, het Capitool, het Circus Maximus en de Palatijn. De bedoeling is de geschiedenis van de eeuwige stad, die nu verspreid zit op diverse locaties, te concentreren in één gebied.

De bezoekers moeten opnieuw kunnen begrijpen hoe de omgeving en het Circo Massimo, gelegen in de vallei tussen de Palatijn en de Aventijn, er vele eeuwen geleden uitzag. In het nieuwe museum zal met oudere en recente originele vondsten en aankopen zoals standbeelden, mozaïeken, schilderijen, maar ook met grote maquettes en multimedia-spektakels, de volledige geschiedenis van de stad Rome, vanaf de oprichting in 753 v. Chr. tot vandaag, op spectaculaire wijze in beeld worden gebracht.

Teveel vondsten en ontdekkingen uit het enorme archeologische en culturele erfgoed van de stad werden nog nooit getoond aan het publiek, gewoon omdat er geen plaats is. De duizenden voorwerpen die werden aangetroffen bij de vele opgravingen op de diverse fora, tijdens wegenwerken en verbouwingen liggen tot vandaag stof te verzamelen in verschillende magazijnen en opslagplaatsen.

Maar terug naar het Circus Maximus. Zoals verwacht wijkt de structuur van het stadion niet erg af van onze moderne sportfaciliteiten zoals we die vandaag kennen. Het Circo Massimo was duidelijk meer dan alleen maar een renbaan, het fungeerde als permanente ontmoetingsplaats, ook op weekdagen. Tijdens wedstrijden moet de plek ongetwijfeld het toneel geweest zijn van uitzinnige menigten, aanvankelijk gezeten op de hellingen van de omliggende heuvels en later op de houten en vervolgens stenen tribunes die het 600 meter lange en 225 brede terrein omzoomden. De eerste bouwsels werden gezet in 329 v. Christus: de carceres, de stallen voor de startkooien van de paarden.

In de prille Romeinse tijd was het Circus Maximus nog geen vast bouwwerk. Julius Caesar zorgde in 46 v. Chr. alvast voor een stenen onderbouw maar pas onder keizer Trajanus verrees een magnifiek circus dat volledig was opgebouwd in steen en marmer, toen met een oppervlakte van 600 x 180 meter. De eigenlijke piste was 1.200 meter lang. Behalve paardenrennen, werden er ook veldslagen en jachttaferelen nagespeeld. Gladiatorengevechten zijn er nooit gehouden, die hadden plaats in het Colosseum.

De spina was de verhoogde afscheiding in het midden van de renbaan, waar de wagenmenners met hun twee-, vier- en zesspannen omheen moesten rijden. Er is in Rome helaas geen enkele spina in oorspronkelijke staat overgebleven. Samen met de diverse circussen werden de tempeltjes en andere bouwerken die er op stonden allemaal afgebroken. De grote obelisken daarentegen werden na de middeleeuwen weer herbruikt, met name in Rome werden ze na restauratie herplaatst op diverse pleinen. Zo staan de obelisken van het Circus Maximus op de Piazza del Popolo en op het plein bij de basiliek Sint-Jan van Lateranen.

Het Circus Maximus was het oudste en grootste circus van Rome. In de oudheid werden er in Rome nog vier andere circussen gebouwd. Het Circus Flaminius, op het Marsveld, het Circus van Nero, op de Vaticaanse heuvel (de plek waar de apostel Petrus werd gekruisigd en waarop later de Sint-Pietersbasiliek is gebouwd), het Circus Varianus, behorend bij het Sessorium, het keizerlijke paleiscomplex gebouwd door Septimius Severus en Heliogabalus en het Circus van Maxentius, buiten de stadsmuur, aan de Via Appia.

In 549 vonden in het Circo Massimo de laatste wagenrennen plaats. Op deze plek zou zich in de 8ste eeuw voor Christus ook de legendarische Sabijnse Maagdenroof hebben afgespeeld. Het Circus Maximus kreeg ook twee keer af te rekenen met een verwoestende brand. De grote brand van 64, die half Rome in de as legde, ontstond in de winkeltjes die gevestigd waren onder de houten tribunes van het Circus. Het stadion werd nadien volledig heropgebouwd.

De houten tribunes werden veiligheidshalve vervangen door met marmer beklede stenen, maar dat kon niet verhinderen dat er opnieuw een felle brand uitbrak. De eerste brand duurde zeven dagen en verwoestte 11 van de 14 Romeinse wijken. Of keizer Nero daar effectief zelf de hand in heeft gehad, zoals vaak wordt verteld, is nooit bewezen. Feit is wel dat de brand hem in ieder geval de gedroomde kans heeft gegeven (een deel van) de nieuwe stad te bouwen waarvan hij al langer droomde.

Veel minder bekend is dat het Circus Maximus ook vooral als ontmoetingsplaats fungeerde. Meer zelfs, het was de plek bij uitstek waar een Romeinse vrijgezel een liefje kon strikken. Van Ovidius leren we dat het in het circus best spannend was, en dan bedoelen we niet alleen op de piste. De Romeinen amuseerden zich zodanig met zijn schitterende liefdesadviezen, dat de dichter-schrijver door keizer Augustus min of meer verplicht werd tot de publicatie van zijn Remedia Amoris, om de gevolgen van zijn goede raad enigszins weg te werken.

In de gewelven onder het circus bevond zich overigens een goed draaiend bordeel… Het Circo Massimo raakte in de eeuwen na 549 steeds meer in verval. De teloorgang werd nog verder in de hand gewerkt toen de tribunes werden afgebroken. Met de stenen en het marmer werden in Rome nieuwe kerken en paleizen opgetrokken. Reeds na de Renaissance bleef er op deze plek vrijwel niets meer over dat nog herinnerde aan de heroïsche wagenrennen. Enkel in teksten, op tekeningen en, nog veel later, in films leefde het spektakel voort.

In het zeer lezenswaardige en aanbevolen boek ‘Wagenrennen’ (nog steeds verkrijgbaar in de boekwinkel) beschrijft de Nederlandse auteur Fik Meijer op een schitterende manier dit vermaak dat zowel het lagere volk als senatoren en keizers in zijn greep hield. Centraal staat de beschrijving van een dag in het Circus Maximus, maar ook worden in het boek talrijke vragen beantwoord. Waarom werden de van oorsprong Grieks-Etruskische wagenrennen juist in Rome zo populair? Hoe kan het dat wagenmenners, die soms een status bereikten vergelijkbaar met die van moderne beroepsvoetballers, bijna altijd uit de kringen van slaven en vrijgelatenen kwamen? En het publiek? Waren de mensen zo rustig en ordelijk als oude bronnen suggereren of lieten de supporters van de Groenen, de Blauwen, de Roden of de Witten zich net als moderne voetbalsupporters leiden door hun emoties?

De archeologen die momenteel in het Circus Maximus aan de slag zijn willen nu nog een tijdje verder werken. Inmiddels zijn op ondergronds niveau immers ook de kelderruimtes vrijgemaakt, oorspronkelijk wellicht tavernes of winkeltjes. De afronding van het onderzoek, het beveiligen van de site, het inrichten van een educatief gedeelte en het plaatsen van verlichting kost nog een pak geld. Maar zodra die werken achter de rug zijn, heeft Rome er weer een prachtige publieke archeologische site bij.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 15 februari 2011. Bekijk het origineel.