Deze week heeft onze vereniging S.P.Q.R. het vijfjarig bestaan gevierd. We staan op deze gedenkwaardige week graag eventjes stil bij het nog altijd lezenswaardige essay ‘De ideale toerist’ uit Wandelingen in Rome van Godfried Bomans. De eerste druk dateert al uit 1956 maar er volgden vele herdrukken.
Legendarisch is de uitspraak van een Nederlandse vrouw die bij haar bezoek aan het Forum Romanum zei: “Zeg, maar hier is alles kapot!”. In een cafeetje moest Bomans toch even bijkomen van deze uitspraak: “Dít is de essentie van het Forum Romanum. Dát het kapot is. Een verbrokkeld keizerrijk, een ingestort imperium. Het grijpt me altijd weer aan. Het Romeinse Rijk… Wat een macht is dat toch geweest! Zelfs nu nog, nu bijna alle tanden uit dat sterke gebit getrokken zijn en alleen hier en daar nog wat versleten kiezen overeind staan, voel je de kracht van die beet. Wat moet het wel geweest zijn, toen dat hele gebit nog gaaf en glanzend was?”
Bomans woonde tussen 1953 en 1954 bijna een jaar in Rome. Op zijn unieke, geestrijke wijze observeerde hij allerhande zaken in de eeuwige stad. Toeristen genieten niet, beweerde Bomans, ze krijgen een stijve nek van het opkijken en ja-knikken.
Godfried Bomans was een groot kenner van het werk van Charles Dickens. Hij herinnert zich hoe Charles Dickens boek ‘Pictures in Italy’ op een verrukkelijk misverstand uitdraaide. Dickens liep helemaal onvoorbereid door Rome, als een schooljongen op een vrije dag, maar amuseerde zich kostelijk. Goethe was dan weer een heel andere reiziger: hij kwam eigenlijk kijken of alles klopte. Hij stond in Rome anderhalf jaar lang vóór vijf uur op, terwijl Dickens de enkele dagen dat hij er was tot een uur of negen bleef liggen, want slapen en wakker worden in een Italiaans bed vond hij op zich al een groot feest.
De ideale toerist is volgens Bomans iemand als Stendhal: die kon voor het Palazzo Farnese staan en met veel belangstelling naar een leuk dienstmeisje kijken dat boven uit een raam hing. Of hij liep rond het standbeeld van Marcus Aurelius en vroeg zich af of in de bek van het paard een vogelnestje zat.Hij liep met heilige eerbied door de thermen van Caracalla en dacht eraan dat hij die avond ook zelf nog in bad zou willen!
En tenslotte nog deze Bomans-uitsmijter: “Een toerist is iemand, die niet precies weet wat hij met zijn geld zal doen” (uit Gedachten achter een bord spaghetti, blz. 64, Romeinse schavuiten).
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 27 april 2008 op het Romenieuws-archief.

