De kapel van Palazzo del Monte di Pietà

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Aan de Piazza del Monte di Pietà vind je op de nummers 32 en 33 het Palazzo del Monte di Pietà, het gebouw waar de Monte di Pietà, de Berg van Barmhartigheid, en een bankkantoor onderdak vinden. Maar niets laat vermoeden dat je achter deze sobere gevel een verborgen parel kan ontdekken: een schitterend gedecoreerde barokke kapel.

Om woekeraars de pas af te snijden en zo de armen te beschermen, stichtte minderbroeder Giovanni da Calvi in 1527, samen met enkele kapitaalkrachtige Romeinse edelen, de Monte di Pietà. In 1539 keurde paus Paulus III Farnese de oprichting goed van ‘een congregatie van bemiddelde personen die tegen onderpand renteloos geld leenden aan de armen’.

De administratie van het pandjeshuis werd aanvankelijk verzorgd door medeoprichter Giovanni da Calvi, later door Franciscaner kardinalen. Onder hen was ook kardinaal en aartsbisschop van Milaan Carlo Borromeo (1538–1584), die door paus Paulus V in 1610 heilig zou worden verklaard. Hij is in de Nederlanden vooral bekend onder zijn Latijnse naam Carolus Borromeus.

Borromeo maakte zich bijzonder verdienstelijk: hij stelde het eerste reglement van het pandjeshuis op en stelde zijn eigen palazzo ter beschikking van de instelling, want aanvankelijk had het instituut geen vaste zetel. Het pandjeshuis had zo’n succes dat er meer ruimte nodig was voor het opslaan van de in pand gegeven voorwerpen, die vaak erg omvangrijk waren.

Paus Sixtus V kocht daarom in 1585 voor 7.000 scudi een gebouw op de boek van de de huidige Piazza di Monte Vecchio en de Via dei Coronari. Dat gebouw bestaat nog altijd. Aan de overzijde van de straat vind je Piazza di San Simeone, in dezelfde hoek er tegenover begint de Vicolo di Montevecchio. Het gaat om het huidige huis nr. 31. Vandaag wordt het gelijkvloers ingenomen door een bar en een winkel. Maar ook deze ruimte werd al snel te klein voor het bewaren van de in pand gegeven goederen.

In de daaropvolgende 60 jaar bouwden verschillende pausen de activiteiten van de instelling verder uit, zodat uit het pandjeshuis onder paus Sixtus V een depositobank ontstond. Die fungeerde niet alleen als publieke bank, maar ook als veilige bewaarplaats voor de opslag van kostbaarheden en documenten. Het stevige gebouw en de constante bewaking door een afdeling van de Zwitserse Garde garandeerden de veiligheid van de opgeslagen goederen.

Het was zelfs zo dat de Romeinen in de zomer nutteloze kostbaarheden, zoals bontjassen en dure tapijten, naar het pandjeshuis brachten om ze daar in bewaring te geven. Dat was namelijk veiliger en goedkoper dan een opslagplaats te huren. Ook juwelen en kunstvoorwerpen vertrouwde men liever toe aan de Berg van Barmhartigheid dan dat men ze bewaarde in een brandkast.

We zagen al dat het pandjeshuis in de loop van zijn bestaan geen vaste zetel had en steeds op zoek was naar ruimere huisvesting. In 1604 vestigde de instelling zich in het huidige gebouw aan de Piazza del Monte di Pietà toen twee gebouwen werden gekocht nabij de kerk Trinità dei Pellegrini.

Het centrale gedeelte van het complex is gebouwd in opdracht van kardinaal Prospero Santacroce, hij gaf in 1588 opdracht aan Ottaviano Nonni, bijgenaamd il Mascherino (Bologna, 1524 – Roma, 1606) tot de bouw van een residentie voor zijn familie. Na de dood van de kardinaal verkochten zijn erfgenamen het complex aan de twee broers Settimio en Fantino Petrignani, en die verkochten het op hun beurt in 1603 aan de Sacro Monte di Pietà.

Om het gebouw uit te breiden en geschikt te maken als pandjeshuis werd de hulp ingeroepen van niemand minder dan Carlo Maderno en Francesco Borromini. Ze bouwden een vleugel bij aan de rechterkant van het bestaande huis en lieten er een kapel optrekken die werd ingewijd in 1618. Paus Urbanus VIII liet het complex nogmaals uitbreiden en het plein voor de gebouwen heraanleggen. Met de dood van Carlo Maderno in 1630 kwamen de werken in handen van achtereenvolgens Filippo Breccioli en Francesco Peparelli.

Deze laatste kreeg de opdracht een nieuwe kapel op te trekken, hij liet daarvoor in 1639 een volledige kerk slopen, de San Salvatore in Campo. De kerk werd hetzelfde jaar nog herbouwd door Peparelli een eind verderop aan de Piazza di San Salvatore in Campo en bestaat nog steeds.

Daarmee was de bouw van het pandjeshuis echter nog niet voltooid. Na nog meer uitbreidingswerken aan de bestaande gebouwen bleek de ruimte andermaal te klein en werd in 1759 een derde aanpalend gebouw gekocht, het Palazzo Barberini ai Giubbonari, ook bekend als het Casa grande dei Barberini.

Dit enorme pand was de oorspronkelijke woning van de familie Barberini, vooraleer Maffeo Barberini (1623-1644, de latere paus Urbanus VIII) in 1625 van kardinaal Alessandro Sforza de site aan de Via delle Quattro Fontane zou kopen waar later het huidige Palazzo Barberini zou worden opgetrokken en waar de Barberini vanaf 1553 hun intrek zouden nemen. Zoals bekend huisvest Palazzo Barberini vandaag de Galleria Nazionale d’Arte Antica, de belangrijkste nationale verzameling oudere schilderijen in Rome.

Het voormalige Casa grande dei Barberini ligt aan de overkant van de straat en werd in 1768 met het hoofdgebouw verbonden door een gewelfde boog die vandaag nog steeds bekend staat als de Arco del Monte. Ook het onderliggende straatje is ernaar vernoemd. In de decennia daarna en na verschillende wijzigingen aan het grondplan werden zowel de kapel als de koepel door een keur aan artiesten rijkelijk versierd met marmer, bas-reliëfs en beelden. De kapel was op tijd afgewerkt voor het Heilig Jaar 1725, al werd ze pas ingewijd in 1730. Het is deze kapel die we vandaag in al zijn pracht en praal kunnen bewonderen.

De bas-reliiëfs en beelden zijn uitgevoerd in wit Carraramarmer tegen een achtergrond van rode en groene marmersoorten uit Sicilië en geel marmer uit Klein-Azië. De koepel is bezet met verguld stucwerk, met daarin medaillons die de geschiedenis van de Berg van Barmhartigheid uitbeelden. Boven het altaar hangt een Pietà door Domenico Guidi, in de zijkappellen staan beelden die de theologale deugden en scènes uit het Oude Testament voorstellen.

Ook wie de kapel van de Monte di Pietà niet bezoekt, mag niet nalaten de voorgevel van het complex even te bewonderen. Het uurwerk links boven de gevel dateert van het einde van de achttiende eeuw. Tegen het midden van de façade staat een mooie fontein, ze dateert uit het begin van de zeventiende eeuw en werd in opdracht van paus Paulus V Borghese door Carlo Maderno ontworpen.

Boven het bekken, tegen de achtergrond van een geopende schelp, herkennen we de arend uit het wapenschild van de familie Borghese. Het water stroomt uit het masker en de twee draken links en rechts van het masker; ook de draak behoort tot het familiewapen van de Borghesefamilie. De fontein werd samen met het gebouw grondig opgeknapt tijdens de jongste restauratiebeurt van 2012.

Boven de fontein hangt een rijkelijk versierde plaat met opschrift, met verschillende wapenschilden en ornamenten. De gevelplaat is eveneens van de hand van Carlo Maderno. Boven de tekst zien we Jezus die opstaat uit het graf. De wapenschilden aan de zijkanten zijn die van paus Paulus III Farnese, de stichter van de Monte di Pietà, en van paus Clemens VIII Aldobrandini, die het gebouw aankocht.

De tekst van het opschrift luidt ongeveer als volgt: ‘Paus Clemens VIII hevelde de Monte di Pietà, opgericht ten voordele van de armen, over van de zetel aangekocht door Sixtus V naar deze ruimere zetel, opdat de kleine ruimtes de groei van de activiteiten niet zouden belemmeren, en begunstigde haar met voordelen, in het jaar des heren 1604, het 13de jaar van zijn pontificaat, onder bescherming van kardinaal Pietro Aldobrandini’.

CLEMENS VIII PONT MAX MONTEM PIETATIS PAUPERUM COMMODO INSTITUTUM NE CRESCENTIS OPERIS AUGUMENTUM LOCI PRAEPEDIRET ANGUSTIA EX AEDIBUS A SIXTO V.P.M. COEMPTIS IN HAS AMPLIORES TRANSTULIT ET BENEFICIIS AUXIT ANNO SAL MDCIIII PONTIF XIII PETRO CARDINALI ALDOBRANDINO.

Het oorspronkelijke pandjeshuis zou in de daaropvolgende eeuwen indirect aan de basis liggen van een machtige financiële groep. In de achttiende eeuw groeide de Sacro Monte van caritatieve instelling uit tot de bank van de Pauselijke Staat. In 1836 wordt de Cassa di Risparmio di Roma opgericht, waar de activiteiten van de bank worden in ondergebracht, gescheiden van die van het pandjeshuis. De Monte di Pietà was één van de eerste aandeelhouders.

In 1937 werd de Monte di Pietà volledig opgeslorpt door de bank. In 1992, na de fusie met Banco di Santo Spirito en Banco di Roma, wijzigde de naam in Banca di Roma. In 2002 volgde de fusie met de Bipop Carire-groep waardoor de groep Capitalia ontstond. De holding Capitalia SpA controleerde nu volledig zowel de Banca di Roma, maar ook de Banco di Sicilia, Bipop Carire en Mediocredito Centrale (MCC). In 2006 werd ook de FinecoBank opgenomen in de groep. Een jaar volgde de fusie tussen Capitalia SpA en UniCredito Italiano SpA tot de UniCredit Group.

Die is vandaag nog steeds eigenaar van het gebouw. Ook het pandjeshuis is nog altijd actief. Als je er vandaag iets in onderpand wil geven (gouden, zilveren, met diamanten of edelstenen bezette juwelen, zilverwerk, uurwerken of munten) kan je elke werkdag van 7.40 uur tot 14.10 uur terecht op de eerste verdieping van de Monte di Pietà.

Je neemt een volgnummer en gaat in de ruime wachtzaal zitten. Experts schatten de waarde van je kleinoden en stellen je een bedrag voor, dat bedrag krijg je in contanten. Als je binnen de 3 of 6 maanden het geleende bedrag met interest terugbetaalt, kom je weer in het bezit van je eigendom, zo niet wordt het bij opbod verkocht.

De gevel van het complex werd in 2012 volledig gerestaureerd. Bij die gelegenheid verdween ook de sinds vele jaren zo typische roestbruine kleur. Steeds meer gebouwen en monumenten in Rome worden op deze manier aangepakt. Niet iedereen vindt dat even mooi. Het argument om dit zo aan te pakken is dat de bruine terracottakleur doorgaans niet de originele is.

De kapel van de Monte di Pietà is in principe enkel vrij te bezoeken tijdens het evenement Invito a palazzo. De ABI, dat is de Italiaanse vereniging van Banken (Associazione Bancaria Italiana) stelt dan een aantal monumentale bankgebouwen en de meest recente bankgebouwen van succesvolle hedendaagse architecten in heel Italië gedurende één dag open voor het publiek. Deze gebouwen zijn doorgaans kantoren, dus het publiek krijgt de kunstwerken in de panden en het interieur nooit te zien.

Dit jaar gebeurt dat voor de achttiende keer op zaterdag 5 oktober van 10 tot 19 uur. Kijk vooraf op de website van de honderdjarige ABI om te zien of het bankgebouw dat je wil bezoeken op het lijstje staat. Het kan tot kort vóór het evenement duren vooraleer de volledige lijst online staat.

Een bezoek aan de kapel van Palazzo Monte di Pietà (of Palazzo Santacroce Aldobrandini zoals het ook weleens wordt genoemd) is eveneens mogelijk voor kleine groepen op afspraak via het telefoonnummer 06 684 420 01.

Palazzo del Monte di Pietà
Cappella del Monte di Pietà

Piazza del Monte di Pietà 33, Rome

Praktisch

Dit artikel is een bijdrage van clublid ANN DE LATTER

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 25 september 2019. Bekijk het origineel.