De Santo Stefano degli Abissini: een bijzondere kerk in Vaticaanstad

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Als je links van de Sint-Pietersbasiliek voorbij het Teutoonse Kerkhof (het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi zoals de officiële naam luidt) en het Domus Sanctae Marthae gaat, voorbij Piazza Santa Maria, zie je ter hoogte van de Rechtbank Tribunale di Stato della Città del Vaticano, aan de voet van de Vaticaanse heuvel, de kerk Santo Stefano degli Abissini. Deze kerk ligt midden in Vaticaanstad, pal achter de basiliek en vertelt een interessant verhaal. De kerk is niet vrij toegankelijk voor het publiek, als toerist kom je niet verder dan het Teutoons kerkhof, maar dit deel van Vaticaanstad, gebouwd op de resten van het Circus van Caligula en Nero, heeft een boeiende geschiedenis.

Rond de oude Sint-Pieter ontstonden al zeer vroeg, vanaf de vijfde eeuw, nationale scholae, bestaande uit een kerk met bijhorend klooster en ziekenboeg, ten behoeve van de vele buitenlandse pelgrims die het graf van Petrus in Rome bezochten. De Santo Stefano degli Abissini is één van de oudste instellingen: ze werd gesticht in de zesde eeuw.

De Schola Frisonum (van de Friezen) en de Schola Saxonum (op de plaats van de huidige Santo Spirito in Sassia) zijn bekende voorbeelden van zo’n scholae, maar dichter bij de basiliek van Constantijn bevonden zich nog een aantal kloosters en kerkjes. Velen moesten echter wijken voor de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek en kennen we enkel van afbeeldingen, beschrijvingen en opgravingen.

Op de plaats waar zich nu het Teutoons Kerkhof bevindt, lag de Schola Francorum met de kerken San Salvatore in Terrione (die nog steeds bestaat) en San Zenone (op de plaats van het Sant’Uffizio). Vlak daarbij, op de plaats van de huidige Sacristie van de Sint-Pieter, lag de Santo Stefano Minore of degli Ungari. Op de plaats van het koor van de basiliek de Santi Giovanni e Paolo en de San Martino en daar tussenin de Santa Petronilla en de Santa Maria della Febbre (beiden in een Romeins mausoleum).

Vanaf de twaalfde eeuw raken de scholae in verval. Sommige gebouwen bleven bewaard, zo bestaan de kerken van San Lorenzo in Piscibus, San Pellegrino en Sant’Egidio nog steeds, zij het sterk verbouwd. De aaneengesloten rij gebouwen tussen de Rechtbank Tribunale di Stato della Città del Vaticano en de Santo Stefano degli Abissini zijn verdwenen, evenals het klooster van de kerk.

Ook de Santa Petronilla en de Santa Maria della Febbre moesten plaats maken voor de nieuwe Sint-Pietersbasiliek. Deze laatste kerk heeft een interessant verhaal. Zoals we duidelijk kunnen zien op oude tekeningen en gravures stonden er twee ronde gebouwen aan de zuidkant van de oude Constantijnse basiliek, twee Romeinse mausolea uit de keizertijd die gebruikt werden als kerk: het grotere als de Santa Maria della Febbre en het kleinere als Kapel van Santa Petronilla.

De Santa Maria della Febbre dankt haar naam aan een afbeelding (icoon) van Maria die werd ingeroepen als bescherming tegen malariakoortsen, een kwaal die gedurende vele eeuwen voorkwam in dit moerassige gebied. De kerk had daarvoor een andere naam, ze werd eerst de Rotonda di Sant’Andrea genoemd naar een relikwie van het hoofd van de apostel Andreas dat uit de handen van de Turken werd gered en via de haven van Ancona in Rome terechtkwam waar het door kardinaal Bessarione overhandigd werd aan Paus Pius II.

De Santa Maria della Febbre stond het dichtst bij de obelisk, toen nog op zijn oorspronkelijke plaats, en deed vanaf 1575 dienst als tijdelijke sacristie tijdens de bouw van de nieuwe Sint-Pieter. De Pietà van Michelangelo vond hier zelfs een tijdje onderdak voor ze definitief naar de basiliek verhuisde.

In juli 1776 begon de bouw van de huidige sacristie van de Sint-Pieter met het afbreken van alle gebouwen rond de Rotonda di Santa Maria della Febbre en met het slopen van de Santo Stefano Minore. De eerste steen van de huidige sacristie werd gelegd op 22 september 1176 waarbij het bovengrondse gedeelte van de Rotonda definitief verdween. Twee jaar later, op 10 juni 1778 werd de nieuwe sacristie ingehuldigd. Ook de Kapel van Santa Petronilla moest wijken voor de bouw van de nieuwe basiliek, ze werd afgebroken in de zestiende eeuw tijdens de bouw van de zuidelijke arm.

Terug naar de Santo Stefano degli Abissini. Deze kerk werd gebouwd in de vijfde eeuw onder paus Leo de Grote. In de biografie van deze paus wordt er naar verwezen als ‘monasterium S. Stephani qui appellatur cata Galla patricia’, of ‘oratorium S. Stephani a sancto Petro quae appellatur Maiorem’ (in tegenstelling tot de Minore, die minder rijkelijk was).

In de middeleeuwen krijgen het klooster en de kerk de naam ‘S. Stephani retro basilicam S. Petri’ of Santo Stefano degli Indiani. Deze laatste naam heeft de kerk te danken aan paus Alexander III die in 1159 een opvanghuis bouwde voor de Abessijnse monniken die toen als ‘Indianen’ werden aangeduid. Vervolgens gaf Paus Sixtus IV Francesco della Rovere in 1479 de kerk aan de Koptische monniken en werd ze de Santo Stefano d’Egitto, Santo Stefano dei Mori of nog de Santo Stefano degli Indiani genoemd. Pas daarna kreeg ze haar huidige naam.

Rechts in het middenschip van de kerk zijn een aantal marmeren platen te zien met opschriften in het Ethiopisch en het Arabisch. Eén van de opschriften is een grafschrift voor monnik Tasfa Sion die ervoor heeft gezorgd dat het Nieuwe Testament in het Ethiopisch werd vertaald en die zijn thuisland heeft proberen kerstenen. De kerk werd verschillende keren verbouwd. Het portaal van de kerk dat we nu zien, is nog dat van het vroegmiddeleeuwse gebouw en dateert uit het midden van de twaalfde eeuw, net als het cyborium.

De kerk bestond oorspronkelijk uit één schip, maar in 1706 onder paus Clemens XI Giovanni Francesco Albani restaureert de Romeinse architect Antonio Valeri de kerk, waarbij hij een sacristie toevoegt, de altaren reconstrueert, de voorgevel herbouwt en het schip minder breed maakt. In 1731 wijst Clemens XII de kerk toe aan de monniken van de Heilige Antonius Abt, Abessijnen, Ethiopiërs, Kopten en Egyptenaren, op voorwaarde dat ze het feest van de Heilige Stefanus Protomartelaar op 26 december en het feest van paus Silverius op 20 juni in ere houden.

In 1931 wordt de kerk drastisch gerestaureerd door Gustavo Giovannoni, architect bij de Kerkfabriek van de Sint-Pieter. Hij behoudt de zeventiende-eeuwse façade en de middenbeuk, waar links en rechts een reeks antieke zuilen bewaard zijn gebleven. Onder de apsis van de kerk liggen de resten van een halfronde ommegang, die werd gebruikt om de circulatie van de pelgrims te bevorderen, en andere archeologische overblijfselen. Helaas was de crypte van de kerk niet toegankelijk op de dag van ons bezoek. Tegenwoordig wordt de kerk soms gebruikt om huwelijken in te zegenen tussen werknemers van het Vaticaan. De kerk hangt af van de kerkfabriek van de Sint-Pietersbasiliek.

Dit artikel is een bijdrage
van clublid ANN DE LATTER

Het Ethiopisch college en de Santo Stefano degli Abissini staan op het programma van één van de verschillende tuinwandelingen in het Vaticaan, zoals de Giardini Vaticani senza barriere. Het plannetje van die wandeling kan je hier bekijken.

Overigens telt het piepkleine Vaticaanstad tien kerken en vijf kapellen op zijn grondgebied. Een snelle opsomming:  San Pietro, uiteraard welbekend; de Sant’Anna dei Palafrenieri, de parochiekerk van Vaticaanstad;  de Santa Maria della Pietà in Camposanto, de kerk  van het Collegio Teutonico; de Santi Martino e Sebastiano degli Svizzeri, de kerk van de Zwitserse Wacht;  de San Pellegrino, de kerk van de Vaticaanse Gendarmeria; de Sant’Eusebio; de Santo Stefano degli Abissini. hiervoor besproken; de Santa Maria della Regina della famiglia in Governatorato, verbonden aan het paleis van het Governatorato; de San Pietro in Borgo, verbonden aan het Sant’Uffizio, maar gebruikt als parochiekerk in Rome en de Sant’Egidio al Borgo.

Bij de voornaamste kapellen horen uiteraard de Sixtijnse Kapel (die op zichzelf reeds groter is dan een gemiddeld kerkgebouw); de Cappella Paolina; de Capella Niccolina; de Cappella Redemptoris Mater; de Cappella dei Ss. Pietro e Paolo. Dit zijn allemaal kapellen van het Palazzo Apostolico. Daarnaast is er ook nog de Cappella della Flagellazione op het Cimitero Teutonico; de kapel in de Grotto di Lourdes, gelegen in de Vaticaanse Tuinen. De privé-kapellen, ondermeer die van de paus, laten we even buiten beschouwing.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 7 april 2019. Bekijk het origineel.