Tumulus degli Orazi e Curiazi dreigt te verschuiven na gedeeltelijke instorting

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Eén van de zogenaamde Tumuli degli Orazi e Curiazi aan de Via Appia Antica is gedeeltelijk ingestort en dreigt te verschuiven. De omgeving rond de tumuli is beveiligd en afgesloten. Er wordt geprobeerd om met inderhaast aangebrachte houten schutpalen de aardverschuiving te stoppen.

De met gras bedekte heuvels zijn twee zeer oude tumuli die zich langs de Via Appia Antica bevinden. In één ervan, een heuveltje met de resten van een ronde toren op de top, zou volgens de overlevering één van de legendarische Curiatii begraven liggen. Het vermoeden bestaat dat deze tumuli echter veel later zijn opgericht, wellicht door keizer Augustus als herinnering aan het legendarische gevecht.

Om het even te situeren: de plek die nu wordt aangeduid als de Tumuli degli Orazi e Curiazi bevindt zich op ruim 3 km van de tombe van Caecilia Metella (eveneens aan de Via Appia Antica) en ongeveer 4,5 km aan de catacombe van San Sebastiano.

Volgens Dionysius van Halicamassus vond het befaamde duel tussen de Horatii en de Curiatii plaats op vijf mijl van Rome, de vroegere grens tussen Rome en Alba Longa. Dat komt overeen met de plek waar de tumuli zich bevinden.

De legendarische strijd zou zijn uitgevochten onder de regering van Tullus Hostilius (673-642 v. Chr.). Het verhaal wordt verteld door Titus Livius in zijn Ab Urbe Condita en die steeds graag het Romeinse verleden idealiseerde. Volgens hem vochten de Horatii, een Romeinse drieling, tegen de Curiatii, een drieling uit Alba Longa.

De gevierde journalist en auteur Curzio Malaparte (1898-1957), die als verbindingsofficier tijdens Wereldoorlog II het oprukkende Amerikaanse leger langs de Via Appia volgde omschrijft het in ‘La Pelle’, de huid (1949) nogal lyrisch als volgt.

‘En alle GI’s van de colonne sprongen uit hun vehikel, klauterden op de twee grasrijke piramiden, die onder de reusachtige kruinen van de pijnbomen en de lenige cipressen de romantische kleur van een doek van Poussin of Böcklin vertonen. Vanaf de hoogte van de grafheuvel leek Rome, nu de brand van het avondrood was gedoofd, donker en tegelijkertijd innemend in het doorschijnende groen van de avond. Een reusachtige groene wolk hing dreigend boven de koepels, de torens, de zuilen, de daken met marmeren beelden. (…)

Je zag van de top de weiden en de tuinen van de Via Appia en de Via Ardeatina, de bosschage van de nimf Egeria, de rietbossen rond het kerkje waar de Barberini’s rusten, de rode bogen van de aquaducten en daarginds, voorbij de Capo di Bove, in de richting van de Porta San Sebastiano, de grote gekanteelde toren van het graf van Cecilia Metella.’

Deze omgeving en vooral het uitzicht van de Via Appia Antica is ronduit schitterend. Het is moeilijk te geloven dat we ons hier nog altijd vlakbij Rome bevinden. Pijnbomen of parasoldennen omlijsten de weg, waarvan de grazige bermen in het voorjaar vol bloemen staan.

Hier en daar zijn delen van het antieke plaveisel blootgelegd; de donkere, glad gesleten stenen glanzen in de zon en de oude weg loopt recht als een streep ver weg, naar de Albaanse heuvels om uiteindelijk Brindisi te bereiken.

Aan de linkerkant van de weg ligt even verderop de bouwval van een buitengewone tombe, die de vorm heeft van een reusachtige paddenstoel. De kern is zo sterk dat ze eeuwenlange plunderingen heeft kunnen weerstaan, terwijl de stenen eromheen zijn weggehaald. Daardoor is de vreemde vorm ontstaan.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 9 april 2019. Bekijk het origineel.